AnalysePrinsjesdag

Rutte III doet het ook op links goed, kabinet voelt stemming in het land goed aan

Aan de vooravond van Prinsjesdag blijkt het kabinet de stemming in Nederland goed aan te voelen. Er is onder de kiezers breed draagvlak om meer te investeren. De tevredenheid over Rutte III blijft ondertussen intact, ook bij de achterban van linkse oppositiepartijen.

Premier Mark Rutte komt vrijdag aan op het Binnenhof voor de wekelijkse ministerraad.Beeld Remko de Waal / ANP

Dat blijkt uit de jaarlijkse Prinsjesdagpeiling die I&O Research deze week in samenwerking met de Volkskrant heeft uitgevoerd onder 2.053 kiezers. 

Het kabinet presenteert komende dinsdag een begroting  waarin het tekort fors oploopt. Op verzet zal dat niet stuiten. Vier op de tien Nederlanders (43 procent) wil juist dat het kabinet in 2021 meer investeert, vooral in de zorg, de woningbouw en de armoedebestrijding. Nog eens 46 procent van de kiezers heeft een middenpositie (‘iets tussen bezuinigen en investeren in’), waarbij vooral ontwikkelingssamenwerking en kunst en cultuur als potentiële saneringsposten worden genoemd. Slechts 6 procent wil algehele bezuinigingen.

De stemming is daarmee drastisch omgeslagen. Sinds begin jaren tachtig van de vorige eeuw is de Haagse politiek gedomineerd door partijen die beloofden de begrotingstekorten te beheersen en de staatsschuld onder controle te houden. ‘Opvallend is dat ook kiezers van VVD en CDA akkoord gaan met een lossere financieringsmoraal’ zegt Peter Kanne van I&O Research. ‘Voorheen zagen ze het niet op peil houden van de staatskas juist als een doodzonde van linkse partijen.’

Niet alleen over het begrotingsdiscipline is de stemming omgeslagen, hetzelfde geldt voor de kijk op het bedrijfsleven. Een meerderheid van de Nederlanders vindt dat de rekening van de coronacrisis op de eerste plaats bij ‘grote bedrijven’ terecht moet komen: 64 procent is daarvoor. Ook 57 procent van de VVD-kiezers is het daarmee eens. Ook op dit vlak lijkt het kabinet de maatschappelijke stemming goed aan te voelen. De eerder voorgenomen verlaging van de vennootschapsbelasting – van 25 naar 21,7 procent – gaat volgend jaar toch niet door, zo zal op Prinsjesdag duidelijk worden.

De steun voor het kabinet blijft een dik half jaar voor de volgende verkiezing hoog: 65 procent van de kiezers is tevreden. Dat was voor het uitbreken van de coronacrisis aanzienlijk lager. Zelfs de achterbannen van PvdA en GroenLinks zijn in meerderheid content met de koers. 

Strijd om het midden

Het onderzoek van I&O Research is een nieuwe indicatie dat de komende verkiezingsstrijd zich vooral in het politieke midden gaat afspelen, zeker nu de VVD nadrukkelijk die kant op beweegt. De grootste regeringspartij, die met zo'n 40 zetels in de peilingen ver voor ligt op de rest, heeft het afgelopen jaar de koers verlegd. Premier Mark Rutte en VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff willen opkomen voor de middenklasse, praten over het belang van een beschermende overheid en hebben sinds het debacle met de dividendbelasting afstand genomen van de multinationals.

De strijd om de kiezers in het midden belooft daarmee steeds heftiger te worden. Uit het onderzoek blijkt dat de VVD inmiddels meer kans heeft om kiezers bij partijen als CDA en D66 weg te trekken dan bij PVV of Forum voor Democratie (FvD). Van de achterban van Geert Wilders overweegt slechts 9 procent een stem op de VVD, bij FvD is dat 11 procent. Omgekeerd vindt nog maar 6 procent van de VVD-kiezers de PVV een alternatief, terwijl 9 procent Baudet een kans geeft.

De overlap met de middenpartijen is groter: 30 procent van de CDA-stemmers en 20 procent van de D66-kiezers kan zich een stem op de VVD voorstellen. Omgekeerd overweegt 20 procent van de VVD-achterban een stem op het CDA en 17 procent op D66.

Weinig groeipotentie op links

Op de linkerflank blijven de vooruitzichten voor de komende verkiezingen somber. Voor GroenLinks, PvdA en SP, die nu schommelen tussen de 10 en 15 zetels in de peilingen, lijkt er amper ruimte om door te groeien. Alleen een substantiële groep D66-kiezers overweegt een stem op GroenLinks of PvdA. Verder zijn de linkse partijen vooral verwikkeld in een strijd met elkaar. Daar komt bij dat de linkse lijsttrekkers relatief lage waarderingscijfers hebben. Lodewijk Asscher scoort een 5,8, Lilian Marijnissen een 5,6 en Jesse Klaver een 5,5.

De regeringspartijen staan er met hun leiders beter voor. Premier Mark Rutte, die zich officieel nog moet melden als lijsttrekker, scoort met een 7,1 het hoogst. CDA-lijsttrekker Hugo de Jonge (6,5) en D66-leider Sigrid Kaag (6,4) hebben eveneens hogere waarderingscijfers dan de rivalen op links.

Voor CDA en D66 is het vooral een probleem dat de waardering voor het regeringsbeleid vooralsnog vooral afstraalt op de VVD, die in alle peilingen schommelt tussen de 35 en 41 zetels. De PVV herstelt zich als tweede partij en staat bij I&O Research inmiddels weer op 19 zetels. De twee meest ervaren partijleiders van het Binnenhof, Rutte en Wilders, hebben daarmee de beste uitgangspositie voor de campagne.

De nieuwkomers De Jonge (CDA) en Kaag (D66) weten nog geen duidelijke kentering teweeg te brengen. Het CDA ging in de maand augustus zelfs fors omlaag, van 17 zetels naar 13 zetels.  Kanne: ‘In juli leken De Jonge en Kaag hun partijen nog een boost te geven, maar de groei zet vooralsnog niet door.’ 

De rel rond minister van Justitie Ferdinand Grapperhaus, die de 1,5-meterregel negeerde op zijn bruiloft, heeft het CDA ook geen goed gedaan. Een nipte meerderheid van de kiezers vindt de CDA-bewindspersoon niet meer geloofwaardig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden