Rust zacht, mijn lief

De weduwe is soeverein tussen de polen van leven en werk, van fantasie en werkelijkheid, van schepping en ontlening. Soeverein voor zolang het weduwschap duurt....

Als een kunstenaar twee levens heeft, dan heeft een kunstenaarsweduwe er drie. Uit menige kunstenaarsbiografie is bekend welke prijs de partner betaalde voor zijn of haar eerste leven: alles voor de kunst, en dan schiet er voor een partner bitter weinig over. Logisch dat die, zodra ze de macht in handen krijgt, haar tol komt eisen.

In een hilarisch interview dat Vrij Nederland ooit met de notoir zwijgzame schrijver Gerrit Krol had, was het vooral zijn vrouw die het woord nam. 'Wij moeten dat boek nog eens opnieuw schrijven', zei ze over een van de vroege boeken van haar man.

Wij. De partner eist haar plaats op, nog bij leven van de scheppende echtgenoot. Zodra hij zwijgt, grijpt zij de microfoon. Bonusvoordeel en genoegdoening. Wie zich rekenschap geeft van de wijze waarop sommige kunstenaars - schrijvers in hun boeken, schilders op hun doeken - hun partners hebben toegetakeld in de portretten die ze van hen nalieten, kan er begrip voor opbrengen. 'Alle overeenkomsten met reëel bestaande figuren berusten op toeval.' Wie gelooft dat nog, oog in oog met de naakten van Egon Schiele of Lucian Freund? De vrouw in het boek is de vrouw van de schrijver, niemand weet dat beter dan zijzelf.

De kunstenaar leeft zijn leven, en als het meezit leeft hij nadien voort in zijn werken. Overzichtstentoonstellingen, festivals en verzameluitgaven worden niet alleen te zijner nagedachtenis georganiseerd of verzorgd, ze construeren een nieuw bestaan, zijn Nachleben. De werken zijn de man niet, het is aan zijn biografen om de verhouding tussen die twee uit te zoeken en te duiden. Daarbij zal hij, als hij tijdig begint, dikwijls de weduwe op zijn weg vinden, en als hij de geschiedenis van zijn métier kent, zal hij weten hoe gevaarlijk zijn pad daardoor wordt. Bron is ze, maar ook beul. Informant en censor. Beheerder en redacteur.

De weduwe - man, vrouw, vriend, vriendin, ook een kind kan die rol spelen - heeft alles te verliezen en alles te winnen. Leonard Woolf heeft elk papiertje dat zijn vrouw Virginia Woolf ooit had beschreven, bewaard, tot de kalender van haar maandstonden aan toe. De weduwe van de toneelschrijver Henrik Ibsen heeft de omvangrijke verzameling brieven die zij van haar man had ontvangen weggedaan.

Beiden wisten ze wat ze deden - en daarom deden ze het ook.

Alles uit het leven van de schepper is waar en dus publiek, want de schrijver, de kunstenaar, werkt voor de eeuwigheid en die is openbaar.

Alles in de kunst is gelogen of verzonnen. Wat openbaar is, is wat openbaar werd gemaakt, en dat is het werk. Het resultaat telt, de wordingsgeschiedenis niet.

Want die is van mij, de weduwe. Ze is soeverein tussen de polen van leven en werk, van fantasie en werkelijkheid, van schepping en ontlening. Soeverein voor zolang haar weduwschap duurt. Haar derde leven is haar ware leven.

'Er moet er een in deze familie zijn die niet schrijft', zei Katia Mann, de vrouw van Thomas Mann en, als zovelen van haar lotgenoten, in wezen al weduwe terwijl haar man nog leefde. Haar werd gevraagd haar herinneringen op te schrijven; dat deed ze niet, al wilde ze ze wel vertellen opdat iemand anders ze opschreef. Maar ook zij vernietigde de liefdesbrieven die de grote Thomas haar ooit had geschreven. 'Prachtige brieven', zei ze er sarrend bij. 'Je kon zien dat hij een schrijver was.' Van Thomas Mann is, net als van Virginia Woolf, alles uitgegeven, alle brieven, geeft niet hoe onbeduidend en aan wie, alle dagboeken, zo kleinzerig en triviaal als ze zijn. Zijn leven ligt op straat, althans in de boekhandel en, voor de eeuwigheid, in de bibliotheek.

Het hare niet. Want net als haar lotgenoten had zij, zolang ze met en naast haar man leefde, geen leven. Dat was haar eerste leven: stil zitten en luisteren als hij 's avonds voorlas wat hij overdag had geschreven. Mee aanzitten aan diners als haar man weer eens een prijs of een onderscheding kreeg. Elke keer de plichtmatige complimenten voor 'de vrouw van' glimlachend moeten aanhoren. Niet uit de school klappen en vooral geen kritiek hebben.

Er zijn nogal wat schrijversvrouwen die verhaal zijn gaan halen, door zelf een dagboek bij te houden of hun herinneringen op te schrijven: mevrouw Dostojevski, bijvoorbeeld, of de Engelse actrice Claire Bloom, die jarenlang de vrouw van Philip Roth was.

De vrouw van Philip Roth, de schrijver die meldde dat hij zich op een goede dag er ineens rekenschap van gaf dat alle vrouwen een kut hebben - en hij dientengevolge met al die vrouwen naar bed zou willen. De auteur van Deception, waarin een Amerikaanse joodse schrijver in Londen met een Engelse actrice gaat samenwonen, die een stomvervelende, verwende dochter heeft en wier familie en kennissen overigens hartelijk het antisemitisme zijn toegedaan en die zo slecht is in bed dat de schrijver vrijwel elke dag in zijn kantoor een touriste of een voorbijgangster grijpt.

'Dag schat, voor jou: mijn nieuwe boek. Hoop dat je het leuk vindt.' Weduwe bij leven, eenzamer dan Adam in het paradijs. Ze sloeg terug met een larmoyant eigen boekje, dat vrijwel niemand las. Wie het wel las geloofde haar op haar woord, maar het deed er niet toe. Ze was te vroeg geweest, te vroeg weduwe geworden, en dan is er zelfs voor een derde leven geen emplooi. Ook het weduwschap vereist een zeker talent.

Veel kunstenaarsvrouwen (-mannen, -vrienden,

-vriendinnen, -kinderen, ja, zelfs kleinkinderen: de kleindochter van Picasso haalde nog zeer onlangs haar verhaal) hebben dat zo beleefd. Alles voor de kunst, alles voor zijn tweede leven - tot en met hun leven. Met wat geluk krijgen ook zij hun tweede leven nog wel in het Nachleben, zelfs in de biografie van hun illustere partner is plaats voor hen. De mode van het feminisme helpt hen: de biografieën van mevrouw Thackeray, mevrouw Joyce, mevrouw Dickens, mevrouw Lawrende, mevrouw Nabokov, Oscar Wilde's Bosie én die van zijn moeder, zijn inmiddels geschreven.

Zelfs de dubbelbiografie, die een echtpaar portretteert, bestaat al, te beginnen met Nigel Nicolsons Portrait of a Marriage, maar die schreven dan ook beiden: Harold Nicolson en Vita Sackville West. Onlangs kwam de biografie uit van Thomas Carlyle en Jane Carlyle - geen eigen achternaam -, ook allebei drukke schrijvers. 'It was very good of God', schreef een van de commentatoren van dat huwelijk, 'to let Mr Carlyle marry Mrs Carlyle and so making only two people miserable instead of four.' De postume genoegdoening daarvan is betrekkelijk.

Twee levens in de schaduw, dus is het vechten voor één in het licht, de korte tijdspanne tussen zijn dood en de hare, haar dood en de zijne, de tijd van alleenheerschappij over zowel het eerste als het tweede leven. Beide vallen dan nog te beïnvloeden, te redigeren. Er kan nog worden weggegooid, er kan nog worden aangevuld. De biografen weten hun plaats, de conservatoren en bezorgers van nalatenschappen eveneens.

Maar ook dat is geen kinderachtige taak. De weduwe van de flamboyante Britse theatercriticus Kenneth Tynan, Kathleen Tynan, vertelt in haar biografie van wijlen haar man wat haar te wachten stond toen ze zijn levensgeschiedenis ging uitzoeken. 'Hij was mijn grote liefde en hij was mijn gesel.' Vriendinnen, jawel, buitenechtelijk en in het geniep. Ze zocht ze op en mocht horen dat haar man pas bij hen in bed werkelijk tot zijn recht was gekomen. Thuis was het, zo gelukkig als zij zich haar huwelijk herinnerde, ook niet alles geweest, meldden die vriendinnen. Zie ze daar zitten, bij de thee, de weduwe en haar rivalen.

'Mijn man is dood', zette Connie Palmen indertijd kernachtig boven de overlijdensadvertentie van Ischa Meijer - waarop zich in de weken daarna een serieuze rouwstoet andere weduwen en weduwnaars van de betreurde meldden. Ook het derde leven gaat niet over rozen. Voor het eerste leven haalde ze verhaal in I.M., het derde leven, het leven van de weduwe die beredderaar van de nalatenschap en biografe is, kwam in Geheel de uwe terecht. Het weduwschap werd een genre in de Nederlandse literatuur, want vanuit Vlaanderen meldde zich de weduwe Herman de Coninck, Kristien Hemmerechts.

Pas op voor de nabestaanden, ze beheren niet alleen uw nalatenschap, maar ook uw nagedachtenis. Ze eisen hun rol op, en dat kan niet anders dan ten koste gaan van uw eigen rol: uw eerste leven bent u al kwijt, uw tweede gaat er ook nog aan. Max Brod, die heel goed te beschouwen is als de weduwe Franz Kafka, beloofde aan het sterfbed van zijn vriend diens gehele schriftelijke nalatenschap te vernietigen. Die belofte heeft hij niet gehouden. Rust zacht, lieve vriend.

Alle conservatoren weten wat het betekent wanneer een kunstenaarsweduwe zich meldt met de mededeling dat zij de boedel heeft uitgezocht en alles wat van belang is voor de eeuwigheid. Veel Amerikaanse schrijvers dragen tegenwoordig nog bij leven hun kladblokken en correspondenties over aan universiteitsbibliotheken. Het documentatiecentrum dat de weduwe straks wil inrichten komt hun onwenselijk voor. De soevereiniteit van het derde leven hunner partners wordt hen te expansief.

Arme biografen. Hadden ze noodgedwongen leren leven met de weduwen, gaan hun onderwerpen regeren van gene zijde van het graf. Arme weduwen, zelfs hun derde leven wordt hun ontnomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden