Rust voor de longen

Villa Rossweide, het Nederlandse sanatorium in Davos, Zwitserland, heeft de deuren gesloten. 'Rust, reinheid en regelmaat' was er 107 jaar lang het devies voor longpatiënten....

ij moest algauw het scherm opzetten; zodra 'Hje lag, brandde de zon ondraaglijk. Je lag echter ondraaglijk gemakkelijk, dat stelde Hans Castorp meteen tot zijn genoegen vast – hij kon zich niet herinneren ooit zo'n gemakkelijke ligstoel tegengekomen te zijn. Gezien door de bogen van de loggia deed het harde en barre, doch zonovergoten landschap aan als een schilderij, als ingelijst.'

Zo ligt Hans Castorp in Der Zauberberg (1924) van Thomas Mann op het balkon van een sanatorium voor tuberculosepatiënten in het Zwitserse Davos. En met hem vele andere longzieken. Uitgestrekt onder roodgroen geblokte wollen dekens ademen ze de frisse berglucht in, genietend van de brandende zon die in het dal opkomt en aan de andere kant van de besneeuwde Jakobshorn ondergaat.

De Nederlandse 'minvermogende longlijders' volgden hun ligkuur in die dagen op de balkons van een villa aan de Symondstrasse, een zijstraatje van de hoofdweg in Davos-dorp. Dit Nederlandse sanatorium werd in 1897 opgericht door Willem-Jan Holsboer, wiens vrouw – ondanks een verblijf in de bergen – aan tuberculose overleed. Iedere ochtend meldden de tbcpatiënten zich op de stoepen van het pand, waarna zij zich en masse op ligbedden terugtrokken voor hun zonnekuur. Rust, reinheid en regelmaat was het devies. De zieken mochten wel breien, maar niet te veel, en ze mochten wel naar het toilet, maar niet te vaak. Verpleegsters in witte schorten verzorgden de patiënten.

Ruim honderd jaar later gaat de Nederlandse kliniek, tegenwoordig een centrum voor astmapatiënten, dicht. Een verblijf in de steeds verder uitgedijde kliniek werd te duur. Om de kosten te drukken, verhuist het Nederlandse Astmacentrum Davos naar een afdeling van de Duitse Wolfgangkliniek, een paar kilometer verderop. Het is de week na kerst; terwijl het dorp volstroomt met wintersporters, halen de Nederlanders hun kliniek leeg. Kinderen zijn al met verlof naar huis gestuurd; alleen in het hoofdgebouw zitten tien volwassen patiënten.

Op de ramen van het kinderhuis staan kerstbomen geschilderd. De kamers zijn leeg. Groepsleider Wendelien sjouwt met vuilniszakken en dozen. Ze verbaast zich over de oude troep die opduikt. 'Hier, een garantiebewijs van een tosti-ijzer uit 1980. Dat ding hebben we niet eens meer.' Ze ziet de verhuizing aan het begin van het nieuwe jaar als een nieuwe start voor de kliniek. 'Het zijn voornamelijk oud-medewerkers en oudpatiënten die veel moeite hebben dit pand te verlaten. Laatst kwam een collega speciaal een kijkje nemen, om afscheid te nemen van het gebouw. Ik heb niet veel last van zulke nostalgische gevoelens.'

Een besneeuwde oprijlaan leidt van de Promenade, de hoofdstraat van Davos waar de wintersporttoeristen winkelen, naar het astmacentrum. De villa van Holsboer is omgebouwd tot een lichtgeel gebouw met vijf verdiepingen. De kamers aan de zonzijde hebben nog altijd brede balkons met ligbedden, al komen sinds de Tweede Wereldoorlog geen tuberculosepatiënten meer in Davos. Hun plek is ingenomen door Nederlanders met een ernstige vorm van astma. De zuivere berglucht bleek ook voor hen uitermate gezond. Om het hoofdgebouw, Rossweide genaamd, staan drie panden. Ze heten Eugenia, Regina en het Paul Zuidema-huis, waar de kinderen liggen. Het hele complex is verbonden met ondergrondse gangen, zodat de gasten niet naar buiten hoeven.

Op al deze vierkante meters lagen tot voor kort vijftig astmapatiënten, bijgestaan door tien verpleegkundigen, twee longartsen, een kinderarts en een 22-koppige facilitaire dienst. Geen wonder dat sinds de jaren zeventig voortdurend de discussie oplaaide over de waarde van een verblijf in Davos. Wat levert het eigenlijk op, en vooral: weegt dat effect op tegen de hoge kosten van een behandeling in het hooggebergte? Artsen en verzekeraars hadden vanuit Nederland weinig zicht op de naar binnen gekeerde kolonie in Zwitserland, zegt manager Geert Tillemans. Het imago van Davos was slecht. Wat gebeurt er in dat luxe wintersportoord wat in Nederland niet kan?

In Davos komen de longen tot rust, zegt longarts Loes Rijssenbeek. Op 1600 meter hoogte bestaat geen huisstofmijt, er zijn weinig schimmels en de lucht is schoner dan in Nederland. Door de grote afstand tot thuis kunnen de astmapatiënten zich volledig bezighouden met hun gezondheid. 'Van onze gasten toont 95 procent na drie maanden in Davos een grandioze vooruitgang.'

Het dagprogramma is vol.

Na het ontbijt dalen de astmapatiënten af naar de kelder om te sporten.

Daarna controles bij de longarts of de fysiotherapeut, om vervolgens te verhuizen naar de leslokalen voor voorlichting over de ziekte astma. Daarna is het hollen voor een bezoek aan de psycholoog. Na het avondeten staat de televisie aan in de gemeenschappelijke woonkamer en kan in de computerruimte worden gechat met thuis. Op het balkon liggen is er nauwelijks nog bij, al proberen de patiënten er af en toe wat bij te bruinen.

Op de vijfde verdieping van het hoofdgebouw staat Erik van de Weerd (41) uit Baarn gebogen over een puzzel van vijfduizend stukjes. Erik is voor de tweede keer opgenomen in het astmacentrum. Vorig jaar voelde hij zich fantastisch na drie maanden in Davos. 'Toen ik aankwam was ik zo benauwd dat ik nauwelijks een paar meter kon lopen. Dertien weken later stond ik op de top van de Schwarzhorn, op 3200 meter.'

De slaapkamers zijn sinds een laatste verbouwing in de jaren zestig niet veranderd. Het houten meubilair, de bruine vloerbedekking en de terugkerende oranje details geven de afdeling de aanblik van een ouderwets wintersportchalet. Op de verdieping is plek voor dertien patiënten. Zij delen drie toiletten en drie douches, op de gang. Volgens Ans van Limburg (53) uit 't Harde is dat het grootste voordeel van de verhuizing – dat ze niet meer in ochtendjas over de gang moet om te plassen. 'Een eigen toilet en een eigen douche op de kamer, heerlijk.' Ook Nazif Yelken (34) kan niet wachten tot hij op zijn eigen kamer televisie kan gaan kijken, want van de sociale controle op de afdeling wordt hij af en toe knettergek.

Groepsleider Roderick Janssens werkt tien jaar in het astmacentrum. Hij heeft de tijd nog meegemaakt dat de kliniek een soort therapeutische leefgemeenschap was, met gezamenlijke slaapkamers. De patiënten werkten in groepjes in de tuin. Ook de creatieve therapie ging in groepsverband, waardoor de patiënten werden meegezogen in elkaars problemen.

Hij heeft meer vertrouwen in de persoonlijke benadering van deze tijd. 'Voor veel patiënten is Davos een soort Lourdes', zegt Janssens. 'Ze beleven als het ware een mystieke genezing. Het medicijngebruik gaat omlaag, de conditie gaat omhoog. Als er bezoek komt, kunnen die pa of ma soms ineens niet meer bijbenen. Laat ze het maar voelen!, zeg ik dan.'

De astmapatiënten in Davos hebben vaak al hun hele leven last van extreme benauwdheid. Daardoor konden ze niks, mochten ze niks, en werden ze de kneusjes van het gezin. Janssens: 'Zij werden op school als laatste gekozen bij de gymles, ze kunnen nooit spontaan naar het café.' In Davos leren ze beter om te gaan met hun ziekte. Bijvoorbeeld door het roer om te gooien.

Erik werkte al jaren in de keuken van een restaurant in een warenhuis; in Davos besloot hij om minder te gaan werken en naar de boekenafdeling te verhuizen. Jorine van Dijke (23) verruilde haar opleiding tot verpleegkundige voor een studie theologie. Ans van Limburg moest vroeger zo vaak van school wegblijven dat ze nooit heeft leren schrijven. Dat haalt ze nu in in Davos.

'Ze moesten me hier letterlijk zeggen dat ik heel erg ziek ben. Dat had ik helemaal niet door', zegt Jorine. 'Ademhalen is voor mij hard werken. Dat vreet energie. Ik weet nu dat ik constant keuzes moet maken. Ga ik een avondje naar de kroeg, dan lig ik daarna drie dagen op bed. Het heeft een enorme invloed op mijn sociale leven.'

Na een verblijf in Davos weten de patiënten beter om te gaan met de signalen van een astma-aanval en hebben ze meer controle over hun ziekte. Hoe lang het effect blijft, is per persoon verschillend. Erik moest terug omdat hij door een virus zijn opgebouwde conditie kwijtraakte. Nazif houdt het helemaal niet meer vol in Nederland en zit al drie jaar in het astmacentrum.

De verhuizing betekent voor de astmapatiënten de zekerheid dat zij behandeld kunnen worden in het hooggebergte. Jaarlijks even bijtanken, noemt Ans dat. Van Jorine mag nostalgie daarom niet de boventoon voeren in de discussie. Het is voor haar vooral een leuk verzetje tijdens de feestdagen: 'Zo'n operatie gebeurt één keer in de geschiedenis. Ik vind het heel bijzonder dat ik daar bij ben.'

Twee weken geleden kwam Paul Zuidema (89), de oud-directeur van het astmacentrum naar wie het kinderhuis vernoemd is, voor de laatste keer een partij tennissen op de baan van het centrum. Met zijn Zwitserse vrienden dronk hij in de bestuurskamer aan de marmeren gang van Rossweide zijn laatste biertje.

Een triest moment, vindt longarts Rijssenbeek. 'We geven ons huis op en gaan ergens anders inwonen.' Maar bij de verhuizing is ook heel wat te winnen. Het voortbestaan van de Nederlandse kliniek, om maar wat te noemen, al is het niet op zelfstandige basis. Maar: 'In dit pand zit 107 jaar lief en leed. Er is hier hard gewerkt, met plezier en verdriet. We verliezen onze eigenheid. Dat klinkt sentimenteel, en dat is het ook.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden