Rust vinden om te schrijven

Econoom Han Donker mocht naast zijn baan een proefschrift schrijven over bedrijfsovernames. Dat viel niet mee. Een volgende keer zou hij eerst promoveren en dan pas werken....

Zonder Het Financieele Dagblad zou Han Donker niet promoveren. Jarenlang doorsnuffelde de 42-jarige econoom en registeraccountant de elektronische archieven van het lijfblad van financieel Nederland op berichten over bedrijfsovernames. De analyse daarvan vormt het onderwerp van de dissertatie waarop hij maandag promoveert aan de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg.

'Na mijn studie economie in Amsterdam waren, eind jaren tachtig, de perspectieven op werk voor algemeen economen niet zo gunstig. Op ministeries of aan universiteiten kon je niet terecht. Dus plakte ik er maar bedrijfseconomie en later een opleiding tot registeraccountant aan vast', zegt Donker, die daarmee bij de KPN terechtkwam.

'In de bedrijfseconomie, en zeker de accountancy, was het niet gebruikelijk om te promoveren. Afgestudeerden gingen direct aan het werk. Het wetenschappelijk gehalte van het vakgebied in Nederland liep daardoor gevaar. Daarom bood de Katholieke Universiteit Brabant in 1993 twintig financieel-economen de gelegenheid naast hun baan te promoveren.'

Donker had er wel oren naar, want vragen naar het waarom fascineerden hem en promoveren leek hem wel wat. 'Niet zozeer om een titel te halen, want dan red je het niet naast een baan. Maar vanwege de wetenschap. Wil je het volhouden, dan moet je toch wel een beetje gek van je onderzoeksobject zijn.'

Dat waren dus overnames bij beursgenoteerde bedrijven. Donker wilde weten of de prijs die een bedrijf betaalt, afhangt van de mate waarin de aandelen van het over te nemen bedrijf zijn geconcentreerd in de handen van slechts enkele aandeelhouders.

'Volgens de theorie zou, als er veel verschillende aandeelhouders zijn, de geboden prijs per aandeel hoger moeten zijn dan als er maar een aantal grootaandeelhouders is, die ieder meer dan 5, 10 procent van de aandelen hebben. Want de kleine aandeelhouders, de free riders, die ervan uitgaan dat de overname ook zonder hun aandelen wel door zal gaan, zouden pas verkopen als zich na de overname een hogere prijs per aandeel heeft ontwikkeld. Als er veel free riders zijn, zal de bieder geneigd zijn z'n bod te verhogen.' Die theorie bleek te kloppen.

In de periode 1987-1996 die Donker onderzocht, waren er zevenduizend overnames waarbij Nederlandse bedrijven waren betrokken. Die moest hij allemaal bestuderen. 'Ik had bij het formuleren van mijn onderzoeksvraag al bedacht dat er voldoende openbare informatie over de overnames zou moeten zijn. Bedrijven staan in het algemeen niet te springen om onderzoekers die in hun boeken komen neuzen.'

Daarom koos Donker voor beursgenoteerde bedrijven. 'Het Financieele Dagblad had een elektronisch archief van bedrijfsnieuws. Daarvan heb ik vele duizenden artikelen gelezen, geselecteerd en geanalyseerd. In de Verenigde Staten is de transparantie van overnames veel groter dan hier. Daar is de meeste informatie geregistreerd en openbaar toegankelijk. Wat dat betreft is Nederland een bananenrepubliek, je moet het vooral van kranten hebben. Die informatie verzamelen heeft me wel drie jaar gekost.'

In deeltijd dan. Want Donker mocht vijf jaar lang wekelijks twee dagen aan zijn promotie werken. 'De directie van KPN steunde mij volledig. Overplaatsing gebeurde alleen als ik mijn promotie kon blijven voortzetten. Zonder die steun is het onmogelijk om naast een baan te promoveren op een onderwerp dat niet direct met je dagelijkse werk te maken heeft. Van de twintig promovendi die in 1993 begonnen, ben ik nu de vijfde die promoveert. De rest zal het waarschijnlijk niet redden.'

De eerdere vier promovendi hadden geen baan in het bedrijfsleven, maar waren docent. Het docentschap heeft ook Donkers promotie gered, want drie jaar geleden verhuisde hij van de KPN naar de universiteit. 'Het is erg moeilijk om twee heel verschillende dingen tegelijkertijd te doen. Gegevens verzamelen gaat nog wel, maar nadenken en opschrijven vragen meer. Dat kan niet in een dagje hier en daar. Soms moet je er weken achter elkaar mee bezig kunnen zijn. Er is rust nodig om voortgang in het schrijven te krijgen.'

Het is moeilijk om naast het dagelijkse werk de inspiratie hoog te houden, is Donker gebleken. 'Je eerste artikel is bemoedigend, maar dan moet je stug aan de slag met het verzamelen van je gegevens. De twintig promovendi vormden een netwerk, volgden gezamenlijk cursussen, steunden elkaar, maar toch is het grootste deel afgehaakt. Voor promovendi met een eigen bedrijf was het eigenlijk direct al een verloren zaak. Hun werk gaat altijd voor. Het is toch opvallend dat niemand het volledig vanuit het bedrijfsleven heeft volgehouden.'

Een volgende keer zou Donker het dan ook anders doen. 'Ik zou eerst gaan promoveren en dan pas werken. In elk geval een sabbatsjaar opnemen om m'n proefschrift af te maken. Je kiest toch voor een onzekere weg. Je weet niet of je het tot het einde zult volhouden of dat je ook werkelijk iets vindt. Op mijn werk heb ik mensen sneller dan ik carrière zien maken. Ik was immers met mijn proefschrift bezig. Daar heb ik geen spijt van, maar als het met mijn onderzoek toch niet goed afgelopen was . . .'

Het moeilijkst vond Donker het vinden van een goede hypothese, een juiste vraag die ook nog te beantwoorden was. 'Dit is een nieuw onderzoeksterrein. Er was niet zoveel over geschreven en het heeft me zeker een jaar gekost voor ik mijn hoofdvraag helder had. Als je dan eenmaal, na jaren, je informatie hebt verzameld en de eerste analyses komen binnen, staat het zweet je in de handen: zijn er wel verbanden te vinden?'

Met de begeleiding had Donker geen moeite. Zijn Tilburgse promotor zag hij eens per twee maanden. 'Dat is voldoende, want je onderzoek gaat toch veel minder snel dan bij iemand die fulltime promoveert.'

En ondanks het geringe succes, vond Donker het promotieprogramma wel een goed initiatief. 'Het is jammer dat accountants en bedrijfseconomen in Nederland zo weinig promoveren. De cultuur ontbreekt. Dat kan de wetenschappelijke basis van de opleiding ondermijnen. De doctors van nu zijn immers de hoogleraren van straks.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden