Rust (nieuw)

In de gejaagde twitterwereld fluistert zich een naamloze nieuwe muziekstroming naar boven, die van de ambientpop. Of is het neo-klassiek?

'Ik hoor mezelf ademen en ik vraag me af waarom ik me zo gelukkig voel.'

Een magisch en veelzeggend moment, ruim een maand geleden in een oude Utrechtse fabriekshal. De Berlijnse pianist Nils Frahm stond naast zijn piano en wat elektronica, op het punt zijn concert te beginnen, toen ineens een luidspreker begon te zoemen. Geen knetterende storing of gierende pieptoon, maar een heel zacht en bijna lieflijk zoemen, alsof een verdwaald bijtje deze postindustriële en doodstille omgeving was binnengedrongen. Het storingsgeluid had zich kennelijk aangepast aan het concert dat hier gegeven zou gaan worden; een verstild overpeinsconcert, pure pianoromantiek die als een herfstig landschap voor de voeten van het publiek zou worden uitgerold.

Voor Nils Frahm is ieder geluid er één, dus ook dat van de sonore zoemstoring. Met een vinger in de lucht, zijn hoofd scheef, probeerde hij het te vangen en het publiek luisterde mee. Het volgde het zwierige 'bzzzzz' en daar, 'plop', verdween de bromvlieg in het niets.

Het was de ideale inleiding voor Frahms excursie in een nieuwe muzikale wereld van bijna-geluid, van omgevingsklank en verwaaide, minimale pianomelodieën. Muziek die de wereld langzaam in de greep krijgt, die aanzwelt vanuit Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en IJsland, en die nu in Nederland begint op te vallen. Muziek ook die als genre nog geen naam heeft - meestal een goed teken -, maar die we voor het gemak neo-klassiek zouden kunnen noemen, of ambientpop, of wat denigrerend: valiumpop.

Want rustgevend is de muziek van Nils Frahm en Peter Broderick, van A Winged Victory For The Sullen, van Dustin O'Halloran en Adam Wiltzie, van Ólafur Arnalds, Dakota Suite, Quentin Sirjacq en Bill Ryder Jones, om maar een handvol geluidsapothekers te noemen. Over de muziek op bijvoorbeeld zijn laatste plaat Felt zegt Frahm: 'Als ik speel raken mijn vingers heel zacht de toetsen, de microfoons in mijn piano raken bijna de snaren. De piano fluistert, omdat het vilt tussen de hamers en de snaren het geluid dempt. Ik draag een koptelefoon, met het volume op tien, zodat ik net hoor wat ik speel. Andere geluiden mengen zich in de opnames. Ik hoor mezelf ademen en zuchten, ik hoor het schrapende geluid van de piano in actie, en het gekraak van mijn planken vloer. Mijn hart opent zich en ik vraag me af waarom ik me zo gelukkig voel. Mijn koptelefoon verandert in een oneindige microscoop die me laat onderduiken in een wereld van onhoorbaar geluid.'

De afgelopen maanden verscheen een opvallende reeks cd's van Frahm en geestverwanten als de Amerikaanse pianist Peter Broderick, van Seeljocht, van het Britse Dakota Suite met de Franse componist Quentin Sirjacq, van de Amerikaan Dustin O'Halloran en zijn project A Winged Victory For The Sullen, een samenwerking met de componist en geluidstechnicus Adam Wiltzie. Wie de kleine letters op de fraai ontworpen cd-hoesjes van vooral het Duitse label Erased Tapes bestudeert, ontdekt dat de heren op elkaars albums bijdragen leveren, ze rouleren als producer, als medecomponist of instrumentalist; Broderick speelt mee bij Frahm, zoals onlangs ook live voor het Utrechtse podium Ekko, of Frahm duikt op als producent bij Dakota Suite, en Broderick en Frahm samen zijn Seeljocht, dat voor het eerst optrad op het Vlielandse festival Into The Great Wide Open en dat dit weekeinde een concert verzorgt op het Utrechtse festival Le Guess Who, net als A Winged Victory For The Sullen.

Op popfestivals dus, want al voelt de muziek van deze neoclassical-beweging misschien aan als klassiek, als hedendaags experiment soms of als vrije jazz en improvisatie, het werk staat toch met twee benen in de pop. De composities zijn klein en te behappen, weliswaar ragfijn gearrangeerd maar niet overdreven complex van structuur. De elektronica geeft een randje dance mee en op de platen van Peter Broderick horen we zelfs heel af en toe een zachtzinnig popliedje opduiken, inclusief zang, naast natuurlijk een zijn weg zoekende cello.

Het is pop die zich heeft afgekeerd van de hardheid, van het opgevoerde volume, en die dus bijna afscheid heeft genomen van het liedje, op een enkel pareltje van Broderick na.

Volgens Peter Broderick is de muziek van hem en zijn geloofsgenoten nauwelijks een 'genre' te noemen. 'Het is muziek die aan heel veel raakt, die overal overheen scheert. Als ik voor mezelf mag spreken: ik groeide op in de klassieke muziek, studeerde viool, maar ik kon de klassieke muziek in mijn jeugd toch niet echt waarderen. Ik luisterde vrijwel uitsluitend naar popmuziek. Pas later ontdekte ik het werk uit de ambientbeweging van de jaren zeventig, van Brian Eno en pianisten als Harold Budd, en die hebben mijn muziek en die van vele musici van deze beweging grotendeels bepaald.'

In de jaren zeventig creëerde de oud Roxy Music-toetsenist Brian Eno eigenhandig een nieuw muzikaal genre, de ambient: omgevingsmuziek, gemaakt vanaf de Yamaha DX100-synthesizer, vol borrelende en bubbelende soundscapes die de luisteraar het gevoel gaven in het zalig luchtledige onderweg te zijn naar nieuwe sterrenstelsels. Eno werkte samen met de minimale componist Harold Budd en de popmusicus en producer Daniel Lanois, en met de King Crimson-gitarist Robert Fripp. Hun muziek had weinig met popmuziek te maken, was nadrukkelijk experimenteel, zocht in het betere werk van Fripp en Eno ook zeker de rauwe randen van het klankspectrum. Door argeloze luisteraars werd de ambient ook weleens misbruikt als klanktapijt in de new age-meditatiekamer, en eind jaren tachtig verdween met de nieuwe spiritualiteitsbeweging ook deze golf van ambient uit de platenbakken en de wierookwinkels.

De neo-klassiek van Frahm, Broderick, Sirjacq, O'Halloran en Wiltzie lijkt een verlate echo van Eno's ambient en van minimalcomponisten uit de jaren zeventig als Philip Glass en Steve Reich, zij het dat de composities zijn vermomd als popmuziek, toegankelijk voor een breed publiek, en meer dan het experiment de romantiek lijken te zoeken.

Nils Frahm omschrijft het wordingsproces van zijn muziek als volgt: 'Ik schrijf geen ideeën op, maak composities nooit af, maar laat ze bestaan als open fragmenten. Zo blijf je als je je werk uitvoert openstaan voor toeval en gelukkige ongelukken.'

Volgens Peter Broderick is de tijd rijp voor nieuwe rust in de popmuziek, voor pure, verstilde schoonheid en contemplatie in onrustige tijden van wereldcrises en een gejaagde Facebook- en Twittercultuur. 'Onze muziek creëert geen romantiek die er eerst niet bestond, maar als mijn muziek een uitlaatklep voor romantiek wordt genoemd, voel ik mij vereerd. Volgens mij is ware romantiek het opwindende gevoel iets nieuws en fris te hebben ontdekt, dat je raakt op een manier die je nooit voor mogelijk had gehouden.'

Peter Broderick en Nils Frahm spelen met onder andere de Friese componist Sytze Pruiksma in de gelegenheidsformatie Seeljocht (Fries voor 'zeelicht'), dit weekeinde op het Utrechtse festival Le Guess Who. Hier speelt ook A Winged Victory For The Sullen, het ambientproject van Dustin O'Halloran en Adam Wiltzie. Voor tijden en locaties: Leguesswho.com

(23) Nils Frahm: Felt. Erased Tapes/Konkurrent.

De met een vilten deken gedempte piano van de Berlijnse componist Nils Frahm klopt, zingt, steunt en knarst, op soms minder dan vijf aanslagen per minuut. De minimale melodieën zijn ingebed in omgevingsgeluid uit Frahms Berlijnse appartement. De planken vloer kraakt, de taperecorder ruist, we horen Frahms ademhaling en raken bedwelmd in een baarmoederlijke bubbel.

Soms krijgt Frahm het op zijn heupen en ratelt hij een repetitief pianomarsje af in een bijna vrolijk nummer als Keep of het vermoedelijk aan Philip Glass opgedragen More, maar meestal zijn de gordijnen gesloten en kunnen we op Frahms ambient dromen van trage onderwaterwerelden en de eindeloze uitgestrektheid van het universum.

(24) A Winged Victory For The Sullen. Erased Tapes/Konkurrent.

Een sublieme winterplaat van twee oudgedienden in het ambientvak. De Amerikaanse componist en pianist Dustin O'Halloran maakte enige naam als schrijver van de soundtrack van Sofia Coppola's film Marie Antoinette, Adam Wiltzie is bekend als helft van het ambientduo Stars Of The Lid.

Samen componeerden ze als A Winged Victory For The Sullen, dat zoiets als 'een gevleugelde overwinning voor norse mensen' betekent, een album vol onthaaste pianoromantiek, die weliswaar is aangevuld met strijkers en zuchtende elektronica maar nergens amechtig of larmoyant klinkt. De composities zijn compact genoeg om te kunnen blijven boeien.

(25) Peter Broderick: Music For Confluence. Erased Tapes/Konkurrent.

Na zijn parttime lidmaatschap van de Deense band Efterklang begon de Amerikaanse pianist en componist Peter Broderick een mooie carrière in de neo-klassiek. Hij vulde projecten van geestverwanten aan, speelde pianorecitals op klassieke festivals, zoals onlangs voor het Saariaho Festival in Den Haag, en maakte een reeks soloalbums waaronder het net verschenen Music For Confluence.

Deze laatste plaat in een Music For...-serie is een tragische soundtrack voor de Amerikaanse documentaire Confluence, over een serie nooit opgeloste moorden in de jaren tachtig op jonge meisjes in de Amerikaanse staat Idaho. De composities zijn minimalistisch en gedrenkt in gesis en gespetter van de white noise tussen twee bandopnamen in, en worden gevoed door piano, cello en weldadig aanvoelende synthesizers.

(26) Bill Ryder-Jones: If... Domino/Munich.

De gitarist van het Britse bandje The Coral was klaar met het popmuzikantenbestaan en besloot helemaal alleen een soundtrack te maken bij het boek If on a Winters Night a Traveller van de Italiaanse auteur Italo Calvino, een meditatie over het schrijversschap. De muziek van Ryder-Jones, uitgevoerd door hemzelf en het Liverpool Philharmonic Orchestra lijkt vooral ingegeven door de minimal music van Philip Glass en Terry Riley, en is dus rijk georkestreerd maar blijft beheerst.

If... is opgenomen in onder andere de Scandinavian Church in Liverpool en dat is te horen aan de akoestiek. Het merendeel van de stukken is instrumentaal, maar het fraaie Le Grand Désordre is een prachtig gezongen, op akoestische gitaar begeleide popballade, die je doet verlangen naar een open haard.

(27) Dustin O'Halloran: Vorleben. FatCat/Konkurrent.

De minimalistische pianomuziek van Dustin O'Halloran klinkt bedrieglijk eenvoudig, zoals die ook klonk bij de man die zeer waarschijnlijk een van O'Hallorans grote voorbeelden is: de Amerikaanse ambient- en minimalcomponist Harold Budd. De composities van O'Halloran, enigszins protserig Opus 51 of Prelude N.3 genaamd, zijn intiem, en nemen de luisteraar mee naar een verlaten nachtelijk treinstation.

Soms kijk je even op, bij een onverwachte wending in de repetitieve schema's, of als O'Halloran ineens wil klinken als Chopin, of als Satie. Toch weet O'Halloran niet zo te betoveren als op zijn magistrale ambientplaat A Winged Victory For The Sullen.

(28) Dakota Suite/Quentin Sirjacq: The Side Of Her Inexhaustible Heart. Glitterhouse Records/Munich.

Hopeloos romantisch is de plaat The Side Of Her Inexhaustible Heart van de band Dakota Suite van de Brit Chris Hooson, met hulp van de Franse componist Quentin Sirjacq. Ieder nummer moet worden opgevat als liefdesverklaring aan ene Johanna, vermoedelijk de vriendin van Hooson, die het van deze cd toch ook een beetje benauwd moet krijgen.

De cello schuurt en weent naast een ook al zo verdrietige piano, en je vraagt je bij beluistering van bijna twintig huilerige composities op de dubbel-cd af of het leven met Johanna wel echt zo mooi is.

Neo-klassiek of ambientpop

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden