Rust in Albanië westers belang

Het Westen heeft er alle belang bij om de rust in Albanië te herstellen en zijn inwoners voor hongersnood te behoeden, meent Martin van den Heuvel....

MARTIN VAN DEN HEUVEL

HOERA, de vlag kan uit! Nederland hoeft niet mee te doen aan de militaire interventie in Albanië. Er klinkt duidelijk opluchting uit de woorden van premier Kok vrijdagavond op de televisie. Ook in de Nederlandse kazernes zal - na het Sebrenica-debacle - de opluchting groot zijn. De deur wordt vervolgens helemaal dichtgeslagen door Hans Feddema in Forum van 5 april. Die beweert zelfs dat de Albanezen niet gebaat zijn bij interventie.

Het wordt tijd om een aantal zaken op een rijtje te zetten. Het beeld van Albanië in het Westen is er niet op vooruitgegaan door de anarchie die er al maanden heerst. Dat negatieve imago sluit naadloos aan bij de minachting waarmee de Albanezen sinds jaar en dag worden bejegend.

Nu hebben de Albanezen geen gelukkige geschiedenis gehad. Onder de communistische dictator Enver Hoxha was het land één grote gevangenis. Uiteraard was het naïef om te denken dat het land na diens dood snel in een modeldemocratie kon worden getransformeerd.

President Sali Berisha was ook niet de grote democratische hervormer die hij zelf nog steeds denkt te zijn. Hij voerde na zijn verkiezingszege in 1992 een soort totalitair kapitalistisch systeem in, en vervolgde de socialistische oppositie te vuur en te zwaard. Democratie betekende voor Berisha's partijgenoten van de Democratische Partij dat zij het voor het zeggen hadden. Die partijgenoten vormen ook eerder een clan dan een politieke partij in onze zin. Zij hangen niet bepaalde politieke ideeën aan, maar belijden hun trouw aan de Leider, en worden daarvoor doorgaans beloond.

Gezegd moet worden dat Berisha lange tijd veel steun genoot bij het Albanese volk. Bij de verkiezingen van vorig jaar had hij dan ook zonder fraude royaal kunnen winnen. Hij heeft immers het land radicaal opengegooid, en zijn landgenoten de mogelijkheid geboden om naar het buitenland te gaan.

Die contacten met de buitenwereld luidden een periode in van onstuimige groei, maar hadden ook zwarte handel, drugssmokkel en fraude tot gevolg. Niettemin heeft het Westen Berisha lange tijd van harte gesteund. Nu hij het heeft verbruid - eerst bij de VS, vervolgens bij Europa - moet het Westen opnieuw zijn positie bepalen.

Het kan geen muur om Albanië heen bouwen, zoals Albanië zelf onder Hoxha wel gedaan heeft. Dat betekent dat de ellende in het land zich over aanpalende gebieden zal verspreiden. Dat pleit voor een grootscheeps buitenlands herstelprogramma. De buitenwereld heeft er immers alle belang bij dat het land niet verder op drift raakt.

Feddema zegt: de Albanezen zijn mans genoeg om zelf orde op zaken te stellen. Ik vrees echter dat Berisha's partij dan straks de verkiezingen weer 'wint' en de oppositie de uitslag - waarschijnlijk terecht - niet erkent. Bovendien worden gewone Albanezen dan het slachtoffer van chaos en honger. Die laten we in de steek als we niets doen.

Bij de inzet van troepen in Albanië moeten de lessen van Joegoslavië ter harte worden genomen. Zo moet de interventiemacht over een duidelijk mandaat en een helder doel beschikken. Het is vooral van belang dat de verkiezingen ordelijk verlopen, en dat het nieuwe parlement het vertrouwen van de bevolking geniet.

Het Westen moet er alles aan doen om er voor te zorgen dat Berisha zijn belofte nakomt om als president af te treden wanneer zijn partij de verkiezingen verliest. Van meet af aan moeten de Albanese politie en het Albanese leger zoveel mogelijk de rust herstellen en handhaven, terwijl de interventiemacht daarover controle uitoefent.

Die interventiemacht moet krachtig kunnen optreden. Kort na de verkiezingen dient de politieke situatie opnieuw te worden bezien, en kan de interventiemacht wellicht al worden teruggetrokken.

Zijn er risico's verbonden aan zo'n actie? Ongetwijfeld. Er lopen in Albanië heel wat gewapende heethoofden rond, en er zal een paar keer pittig moeten worden opgetreden voor die begrijpen dat de situatie veranderd is.

Wat dat laatste betreft, is het misschien maar goed dat er geen Nederlandse soldaten naar Albanië gaan. Er moet, lijkt mij, nog veel gebeuren voor onze jongens echt geschikt zijn voor de taken waarvoor ze zijn opgeleid.

Feddema vindt de Italianen de laatsten die als soldaten voet aan wal moeten zetten in Albanië. Hij denkt dan kennelijk aan de Italiaanse bezetting onder Mussolini en het optreden tegen de bootvluchtelingen. Toch weet ik niet of alle Albanezen zo negatief tegen de Italianen aankijken. Uiteindelijk is het ook Italiaanse steun geweest die in 1912 tot de Albanese onafhankelijkheid heeft geleid. Tegelijk is Italië voor vele Albanezen juist het kapitalistische wonderland waar de gouden appels aan de bomen groeien.

Het al dan niet door de Italianen veroorzaakte ongeluk voor de Italiaanse kust, waarbij een Albanese vluchtelingenboot is gezonken, heeft het imago van het rijke buurland geen goed gedaan. De verontwaardiging wordt overigens dankbaar aangegrepen door de Zuid-Albanese mafia die alle belang heeft bij de huidige situatie van wetteloosheid in grote delen van het land, en die daarom graag de eventuele inzet van Italiaanse troepen in Albanië wil verijdelen.

De interventie kan als geslaagd worden beschouwd als er behoorlijke verkiezingen en een wisseling van de politieke macht zullen plaatsvinden. Wonderen moeten we er niet van verwachten, maar niets doen kan tot veel meer ellende en een blijvende onrust in Albanië leiden. Niets doen zou ook de Europese verdeeldheid en machteloosheid pijnlijk etaleren.

Martin van den Heuvel is verbonden aan het Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden