Russische terreinwinst heeft weinig glans

Een jaar na de oorlog is Rusland bezig de ‘winst’ te verzilveren in Abchazië en Zuid-Ossetië. Beide gebieden lijken als troostprijs te dienen voor een verloren rijk....

Abchazië is een prachtige strook land aan de Zwarte Zee en kan als uitvalsbasis dienen voor een deel van de Russische vloot. Verder kan het goedkope bouwstoffen leveren voor de toekomstige Olympische faciliteiten in Sotsji, dat op een steenworp van Abchazië ligt. Zuid-Ossetië kan dat niet – maar met de Russische militaire aanwezigheid aldaar (met Tbilisi en een energieroute van de Kaspische Zee naar het Westen onder handbereik) kan het dienen als drukmiddel op de Georgische machthebbers.

De strategische aspiraties van het Kremlin (en niet te vergeten de militaire top) kosten wel handenvol geld (220 miljoen euro alleen al voor het eerste jaar Ossetië). Russische media zien met lede ogen hoe veel van dat geld verdwijnt in corrupte Ossetische of Abchazische bodem.

Deze Russische terreinwinst ten spijt, moet worden vastgesteld dat het verder droevig is gesteld met Moskous positie in de ‘achtertuin’. De landen in de regio die vroeger deel uitmaakten van de Sovjet-Unie of eraan waren gelieerd, hebben één eigenschap gemeen: van liefde jegens Moskou is nooit sprake, en zelfs bij de ‘bondgenoten’ gaat vriendschap hand in hand met een flinke dosis argwaan. Die argwaan is door de oorlog in Georgië niet afgenomen, integendeel.

Het pijnlijkst voor de Russische diplomatie is dat een jaar na de oorlog nog steeds geen enkel land in de regio de onafhankelijkheid van Abchazië en Zuid-Ossetië heeft erkend. Zelfs de grootste bondgenoot Wit-Rusland niet. President Loekasjenko zoekt zelfs actief hulp in het Westen om te voorkomen dat Wit-Rusland economisch wordt opgeslokt door zijn grote buurman.

De roebeldiplomatie waarmee Moskou landen in de regio aan zich probeert te binden, door leningen en investeringen door Russische staatsbedrijven, moet wedijveren met die van mondiale instellingen als het Internationaal Monetair Fonds en met de beter gevulde beurs van de Chinezen. Het meeste succes scoren de Russen in arme landen zonder grondstoffen (zoals Armenië, Kirgizië en Tadzjikistan). Maar zoals de geschiedenis rond het openblijven van de Amerikaanse basis in Kirgizië illustreert, maken zelfs deze landen waar mogelijk gebruik van de kans om de grootmachten tegen elkaar uit te spelen.

De regionale organisaties waarmee Rusland (soms samen met China) zijn ‘achtertuin’ op orde probeert te houden, zijn vaak niet meer dan papieren tijgers. Niet alleen Loekasjenko beledigde dit jaar het Kremlin door simpelweg niet te komen opdagen bij een van deze regionale topontmoetingen – ook een aantal Centraal-Aziatische leiders liet het kort daarna afweten bij de ‘informele barbecue’ die president Medvedev voor hen organiseerde.

Het best uitgedacht is de Russische energiestrategie, die erop gericht is energiestromen uit Centraal-Azië blijvend via Rusland naar het Westen te laten lopen. Hier behaalt Rusland regelmatig successen. Maar tegelijk geldt dat de energierijke landen altijd naarstig op zoek lijken naar profijtelijker alternatieven – richting China of richting Westen.

Het begrip ‘soft power’ heeft het Kremlin nog niet veroverd. Militaire en economische macht kunnen een groot energierijk land ver brengen, maar veel glans straalt er niet af van een ‘grootmacht’ zonder bondgenoten.

Arnout Brouwers

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden