Russische gruwelen in Tsjetsjenië verdwijnen in doofpot

Op 5 februari doorzochten Russische troepen het Tsjetsjeense dorpje Aldy in de buurt van Grozny. Zeker zestig mensen werden gedood (de jongste was 1 jaar, de oudste 82)....

Toen bekend werd dat soldaten in het Tsjetsjeense dorpje Aldy een bloedbad hadden aangericht, bezwoeren de Russische autoriteiten van hoog tot laag dat dit niet onbestraft zou blijven. 'Voor ons blijft een misdadiger een misdadiger, ook al draagt hij een Russisch uniform', verklaarde Vladimir Kalamanov, door het Kremlin aangesteld als speciaal gezant voor de mensenrechten in Tsjetsjenië. 'Als iemand een misdaad heeft gepleegd, moet hij gearresteerd worden.'

Anders dan bij andere oorlogsmisdaden in Tsjetsjenië boden de gebeurtenissen in Aldy de Russische autoriteiten genoeg aanknopingspunten voor een onderzoek. De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch had aan de hand van tientallen interviews met ooggetuigen een rapport gepubliceerd over de moorden, toegelicht met kaartjes van het dorp en videobeelden van de verminkte lijken.

Nog belangrijker was dat de autoriteiten met de gegevens in het rapport weinig moeite zouden hebben de eenheid te achterhalen die zo tekeer was gegaan; één van de militairen had tijdens de operatie zelfs zijn paspoort verloren.

Een half jaar later lopen de daders nog steeds vrij rond. Uit interviews met aanklagers, politiemensen en andere betrokkenen in Moskou, Sint-Petersburg en Tsjetsjenië blijkt dat het bloedbad in de doofpot is gestopt. Het onderzoek ligt stil; het dossier-Aldy wordt heen en weer geschoven tussen de verschillende opsporingsdiensten. 'Als het hoogste echelon het water niet zou vertroebelen, en het alleen van ons zou afhangen, was de zaak allang opgelost', zegt een medewerker van het parket in de Noord-Kaukasus.

De militaire procureur in Tsje tsjenië, die de vergrijpen van officieren en soldaten dient te onderzoeken, liet in april per brief aan de Russische mensenrechtenorganisatie Memorial weten dat 'militaire eenheden' op geen enkele manier in verband stonden 'met voornoemde gebeurtenissen'. Maar hij had uitgezocht wie er dan wel op 5 februari in Aldy waren geweest. 'Er is vastgesteld dat de zogeheten ''schoonmaak'' is uitgevoerd door medewerkers van de OMON van Sint-Petersburg en de regio Rjazan', stond er zwart op wit.

De OMON is de paramilitaire oproerpolitie, die vaak wordt ingezet in Tsjetsjenië en andere brandhaarden, en die wordt samengesteld uit goed getrainde, geharde commando's. In de Noord-Kaukasus nemen ze het politiewerk achter het front voor hun rekening - zoals het uitkammen van pas veroverde dorpen.

Het betekende dat de militaire procureur de hete aardappel kon doorschuiven. De OMON valt onder het ministerie van Binnenlandse Zaken, en dus onder de competentie van de gewone procureur. Het dossier-Aldy kwam terecht op het bureau van Vladimir Kravtsjenko van het parket in Grozny. Kravstjenko, een omvangrijk man, was pas benoemd als tijdelijk procureur van Tsje tsjenië om het gerechtelijk vacuüm in de republiek op te vullen. Hij besteedde het grootste deel van zijn tijd aan het onderzoek naar moorden en ontvoeringen door de moslimrebellen, en werd voor zijn veiligheid overal geëscorteerd door politiecommando's - de zelfde soort eenheden als die hij vanwege Aldy zou moeten vervolgen.

De procureur liet getuigen van het bloedbad verhoren, en een aantal slachtoffers opgraven en lijkschouwingen verrichten. Maar verder boekte hij geen enkele vooruitgang. 'Niemand brandt van verlangen om ons informatie te geven', klaagde hij in juli door de telefoon. 'Wij hebben een officieel verzoek om inlichtingen naar de eenheden gestuurd, maar meestal krijgen we ongedocumenteerde antwoorden.' Die waren volgens Kravtsjenko 'niet helemaal objectief', omdat 'de betreffende instanties ons niet erg vriendelijk gezind zijn'.

Erg zijn best om de daders te pakken te krijgen deed de procureur niet. Hij nam genoegen met de vage schriftelijke antwoorden, en verzuimde de dagrapporten van de betrokken OMON-eenheden op te vragen of hun commandanten aan de tand te voelen. 'Er is niemand ondervraagd en er is niemand van de procureur hier geweest', zegt OMON-commandant Joeri Zjirichov in Rjazan. En zijn collega in Sint-Petersburg, kolonel Viktor Kabatski, laat - via een tussenpersoon - weten dat 'de procureur niets tegen de OMON heeft ingebracht'.

Kravtsjenko wendde zich tot de FSB, de opvolger van de Sovjet-geheime dienst KGB, met het verzoek een fotoboek samen te stellen van de soldaten van de eenheden die in Aldy waren geweest. De getuigen van de moorden zouden de daders in dat smoelenboek kunnen aanwijzen. Het is niet duidelijk of dat boek er ooit is gekomen; in ieder geval heeft geen van de nabestaanden van de slachtoffers het tot dusver gezien.

Aldy is eerder regel dan uitzondering. Het Kremlin erkent dat leger en politie in Tsjetsjenië oorlogsmisdaden hebben gepleegd; maar bijna geen van die misdaden is bestraft. Dit jaar zijn er - Aldy meegerekend - zestien onderzoeken ingesteld naar misdaden van militairen tegen Tsjetsjeense burgers, zo verklaarde plaatsvervangend militair procureur-generaal Valeri Berikov op een hoorzitting van de Doema. De vier militairen die uiteindelijk werden veroordeeld, kregen alle vier amnestie en werden weer op vrije voeten gesteld.

Het heeft er alle schijn van dat het onderzoek naar de moorden in Aldy nooit serieus is genomen. Het dossier werd in juli overgedragen aan het bureau van de procureur-generaal in de Noord-Kaukasus, waar het ongeopend is blijven liggen. Het onderzoek werd geschorst 'omdat het onmogelijk is de verdachten te identificeren', zegt woordvoerder Ildar Sachitov. Vorige week werd het dossier teruggestuurd naar het parket in Grozny, maar er is nog niemand aangewezen om het onderzoek naar een van de ernstige oorlogsmisdaden in Tsjetsjenië verder te leiden.

'Wie niets onderzoekt, vindt ook geen bewijzen'

Sergej Kovaljov, ex-dissident, mensenrechtenrapporteur in Tsjetsjenië in 1994 en '95, lid van de Doema:

'Het werk van de procureurs heeft niets te maken met de wet. Niets is makkelijker dan het vinden van de schuldigen. Maar de procureur voert een politieke opdracht uit, en die luidt: zorg dat er niets boven water komt.'

Diederik Lohman, directeur van Human Rights Watch in Moskou:

'Rusland speelt een slim spelletje. Het Westen eist dat Rusland een strafrechtelijk onderzoek instelt naar oorlogsmisdaden zoals die in Aldy. Om het Westen aan het lijntje te houden, geeft Rusland gehoor aan die eis. Maar ze laten het onderzoek doodbloeden, en als er genoeg tijd overheen is gegaan, wordt het stilletjes afgesloten.'

Aslanbek Aslanchanov, vertegenwoordiger van Tsjetsjenië in de Doema:

'De mensen die deze misdaad hebben begaan worden door de autoriteiten in bescherming genomen. De families hebben te horen gekregen dat het onderzoek is gestaakt wegens gebrek aan bewijs. Als je geen onderzoek instelt, vind je ook geen bewijzen. Wij Tsjetsjenen weten wat er is gebeurd en we zullen ontdekken wie erachter zit. Als het moet, nemen wij het recht in eigen hand.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden