Russen weten zich al eeuwen geen raad met ondergrondse mystieke broederschappen Tsjetsjeense islam lijdt sinds tsaren een dubbelleven

Wijlen Sovjet-leider Jozef Stalin deporteerde in 1943 driekwart miljoen Tsjetsjenen naar Siberië en Kazakhstan, maar hij kreeg hen er niet onder....

GUIDO GOUDSMIT

Van onze buitenlandredacteur

Guido Goudsmit

AMSTERDAM

Zal Jeltsin met zijn invasie slagen waar Stalin faalde? Zal hij het Tsjetsjeense vrijheidsstreven in de kiem kunnen smoren? De Russische president zal als conditio sine qua non de Tsjetsjeense islam moeten uitschakelen, die onopvallend, ondergronds en ongrijpbaar is. Zelfs de Tsjeka, de geheime politie van Stalin, wist de Tsjetsjeense moslim-beweging niet te infiltreren. De islam van de noordelijke Kaukasus is als een gummibal, hij veert op wanneer hij door de Russen wordt ingedrukt.

President Doedajev heeft de Afghaanse mujahedin, de islamitische guerrillastrijders die het Rode Leger na tien jaar tot de aftocht dwongen, als afschrikwekkend voorbeeld voorgehouden aan president Jelstin. De meeste Tsjetsjeense strijders hebben aan hun geweren een groen lint gebonden, de kleur van de islam. Tsjetsjeense jongeren zweren ten overstaan van een murshid, een religieus leider, de eed de heilige oorlog te zullen voeren voor het vaderland.

Een Tsjetsjeense imam, Magomed Ischadjiev, verwoordde de betekenis van de plaatselijke islam vorige week als volgt: 'We zijn één volk en ons geloof heeft ons gevoel van verbondenheid versterkt. Hoe meer ze ons aanvallen, hoe meer wij tot geloof komen. We vechten voor ons land.'

De gematigde uitspraak van de imam moet een geruststelling zijn voor president Jeltsin, die in Tsjetsjenië oprukkend fundamentalisme ontwaart en overal huurlingen uit landen als Iran ziet.Het conflict lijkt niet op de eerste plaats van religieuze aard; wel versterkt de islam het Tsjetsjeense nationalisme.

De Russische angst voor fanatieke moslims is echter diepgeworteld. Zij vindt haar oorsprong in de achttiende en negentiende-eeuwse tsaristische militaire campagnes in de Kaukasus, toen de legendarische 'profeet' Sjamil de Tsjetsjenen voorging in de jihad tegen de Russen.

De islam in het huidige Tsjetsjenië lijdt een dubbelleven. Moskeeën spelen geen rol van betekenis in de hoofdstad Grozny, die elk ogenblik in Russische handen kan vallen. Maar dat alcohol vrijelijk verkrijgbaar is in Tsjetsjenië en geen vrouw er gesluierd gaat, zegt weinig over de godsdienstigheid van de bevolking. De legendarische Sjamil lééft in Grozny. President Doedajev houdt zijn murshids in ere, zij het dat hij hen in de gaten houdt.

De Tsjetsjeense islam heeft twee eeuwen lang onderduik-ervaring. Het is niet toevallig dat de mystieke broederschappen die de tientallen Noordkaukasische bergvolkeren in de achttiende eeuw vanuit Centraal-Azië tot de islam bekeerden - relatief laat - wel met communistische cellen zijn vergeleken.

De broederschappen, vooral de machtige middeleeuwse soefi-ordes van de Naqsbandiya en Qadiriya, hebben zich door de eeuwen heen in camouflagekledij getooid als hen dat zo uitkwam. Ze moesten wel, omdat ze niet werden getolereerd door de christelijke Russen. Dat de ordes in de Sovjet-propaganda 'criminele bendes' werden genoemd, die een bedreiging zouden vormen voor de communistische orde, was een variant op dat thema.

De Tsjetsjeense islam is zeer taai. Sovjet-sociologen schreven in de jaren zeventig, ruim voor de ineenstorting van het communisme, dat het atheïsme nergens zo moeilijk voet aan de grond had gekregen als in de toenmalige autonome Sovjet-republiek Tsjetsjeno-Ingoesjetië. Islamitische Sovjet-republieken als Oezbekistan en Tadzjikistan waren goddelozer.

Volgens Sovjet-onderzoeken geloofde slechts eenvijfde van de Tsjetsjenen (en Ingoesjen) toentertijd niet in god, en van dat vijfde deel zou een groot percentage zich nog altijd aan de islamitische gewoonten houden. De Tsjetsjenen lieten zich besnijden en zich naar islamitisch gebruik begraven.

Hoe kon dat? In het licht van de geschiedenis van de Noordkaukasische bergrepubliek is het geen wonder. De Tsjetsjenen hangen een orthodoxe (sunnitische) geloofsrichting aan, maar zijn 'buitenkerkelijk'. Zij erkennen als soefi-volgelingen geen religieus gezag. Toen Stalin in de jaren twintig de islam in de Sovjet-Unie probeerde in te kapselen door de mullahs in te palmen, ging hij voorbij aan de 'ongeleide' soefi-ordes.

De soefi-broederschappen waren in staat op ieder gewenst ogenblik ondergronds te gaan. Stalin had het kunnen weten, maar zag over het hoofd dat de kracht van de Noordkaukasische (en Tsjetsjeense) islam niet op instituties berustte.

Als eerste Russische heerser die de bestrijding van de islam in de noordelijke Kaukasus 'wetenschappelijk' aanpakte, gaf Stalin na de Oktoberrevolutie van 1917 opdracht alle Arabische boeken in het gebied te verbranden. Daarop sloot hij alle koranscholen en deporteerde hij een paar honderd godsdienstleraren naar Siberië. Uit overwegingen van 'verdeel en heers' trok de dictator bovendien zo veel mogelijk kunstmatige grenzen in de noordelijke Kaukasus.

De Sovjets gingen er van uit dat de Kaukasische volkeren hun weerstand tegen het communisme wel zouden overwinnen als de islam, de samenbindende factor, eenmaal uit het openbare leven was verbannen.

Maar zij zaten fout, wat vrijwel meteen duidelijk werd. Wat bleek? De eerste secretaris van het Centraal Comité in het Kaukasische Daghestan tekende in 1925 aan, toen de eerste rebelliëen waren gesmoord, dat het islamitische geloof zich 'enorm uitbreidt' en dat de gelovigen 'net doen of ze communisten zijn'. De zuiveringen bleken zinloos te zijn geweest.

Stalins bevel tot deportatie van de Tsjetsjenen en Ingoesjen op 23 februari 1944, op beschuldiging van collectieve collaboratie met de Duitsers, was een verkapte poging tot genocide. Het bevel werkte averechts, want in de gevangenkampen werden de soefi-ordes hèt nationale symbool bij uitstek.

In de Sovjet-pers verschenen in de jaren vijftig, toen de Tsjetsjenen nog altijd in binnenlandse ballingschap zuchtten, beschrijvingen van obscure bijeenkomsten in de steppen. Tsjetsjenen met witte bontmutsen reciteerden op zangerige toon heilige verzen en dansten onder begeleiding van vioolmuziek rond in een kring. Het was het soort beelden dat sinds vorige maand bij herhaling door de Amerikaanse tv-maatschappij CNN is uitgezonden.

De mystieke broederschappen, die Stalin de nek om had willen draaien, bleken springlevend te zijn. Dan te bedenken dat in de 19de eeuw op het deelnemen aan deze zogenaamde zikr-rituelen de doodstraf stond. Maar de Russen, tsaren èn Sovjets, liepen telkens stuk op het niet-officiële karakter van de Noordkaukasische islam. Heeft de democraat Jeltsin dezelfde misstap gezet?

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden