Ruslands leger zonder vijand voedt weerzin tegen de NAVO

Er moet niet te lang worden gewacht met de toelating tot de NAVO van Polen, Hongarije en Tsjechië, stellen Michiel Klinkhamer en Marcel van Hamersveld....

MICHIEL KLINKHAMER; MARCEL VAN HAMERSVELD

In het debat over de eventuele toetreding tot de NAVO van Polen, Hongarije en Tsjechië is tot nu toe niet duidelijk geworden wat nu de werkelijke bezwaren hiertegen zijn van de Russen.

De Russische minister van Defensie Pavel Gratsjov sprak bijvoorbeeld in zijn rede gehouden tijdens de herdenkingsplechtigheden in Moskou op 9 mei over de 'nog steeds bestaande militaire dreiging', maar vertelde helaas niet waar die dreiging nu vandaan moest komen.

Vermoedelijk doelde Gratsjov op de dreiging die uit zou gaan van een uitbreiding van de NAVO met genoemde Oosteuropese staten. Niet duidelijk is echter welke bedreiging de NAVO, Polen, Hongarije en Tsjechië voor Rusland vormen.

De Noord-Atlantische Verdragsorganisatie is in 1949 opgericht als een reactie op een reële dreiging, namelijk de expansie van Stalin in Oost-Europa en is tot op de dag van vandaag een defensieve organisatie gebleven. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat dit in de toekomst anders zal zijn.

De geschiedenis van de Oosteuropese landen geeft evenmin aanleiding tot bezorgdheid voor de territoriale integriteit van Rusland. Polen bijvoorbeeld, is sinds het einde van de 18de eeuw drie keer opgedeeld door de Russen, Duitsers en Oostenrijkers, en eenmaal door de Russen en de Duitsers. De laatste tweehonderd jaar, met uitzondering van het Interbellum en de periode na 1989, is Polen ofwel een provincie, dan wel een satellietstaat van Rusland geweest.

Alleen in 1920 was er sprake van Poolse agressie tegen Rusland. Die diende echter niet de onderwerping van Rusland, maar de herovering van betwist gebied dat ooit tot het Pools-Litouwse Rijk had toebehoord. Bezorgdheid aan Poolse zijde zou dus meer op zijn plaats zijn.

Tot 1918 behoorden zowel Tsjechië als Hongarije tot het Habsburgse Rijk. In die hoedanigheid hebben Tsjechen en Hongaren in de Eerste Wereldoorlog tegen Rusland gevochten, maar daar kunnen ze zelf niet verantwoordelijk voor worden gesteld. Na 1918 is Tsjechoslowakije nimmer een bedreiging geweest voor Rusland.

Hongarije koos in de Tweede Wereldoorlog weliswaar de zijde van Duitsland, maar deed dit niet uit anti-Russische sentimenten, maar om na de Eerste Wereldoorlog verloren gebieden terug te krijgen. Bovendien was het zo'n trouwe bondgenoot dat Hitler het nodig achtte Hongarije in 1944 te bezetten.

Na 1945 zijn beide landen tegen wil en dank terechtgekomen in de invloedssfeer van de Sovjet-Unie. Pogingen in 1956 en 1968 om onder het Russische juk vandaan te komen werden bloedig onderdrukt.

De geschiedenis van de laatste tweehonderd jaar toont aan dat Rusland vrijwel niets te vrezen heeft gehad van de Oosteuropese landen. Het is eerder zo dat de Russen een bedreiging zijn geweest voor Oost-Europa, dat nu een waarborg zoekt voor zijn onafhankelijkheid onder de vleugels van de NAVO.

Een eenvoudige blik op de kaart leert de lezer dat Polen, Hongarije en Tsjechië net zo min een bedreiging voor Rusland vormen als bijvoorbeeld Luxemburg voor Nederland. De drie landen grenzen immers niet eens aan Rusland, dat zich pas bedreigd zou moeten voelen als Wit-Rusland en de Oekraïne lid van de NAVO willen worden.

Waarop is de Russische bezorgdheid dan wel gebaseerd? Bij de beantwoording van deze vraag dienen twee omstandigheden in aanmerking te worden genomen. Ten eerste de overlevingsdrang en behoudzucht van het Russische leger, dat feitelijk alleen van naam, maar niet van aard is veranderd. Een leger dat geen vijand heeft, verliest zijn bestaansgrond.

Het Russische leger heeft een nieuw vijandbeeld nodig om zijn bestaan in de huidige omvang te rechtvaardigen. Verdere inkrimping van het twee miljoen man sterke leger is voor de legertop onaanvaardbaar, maar is objectief gezien voor Ruslands veiligheidspositie wellicht mogelijk, en economisch zelfs wenselijk.

Dit is juist het punt waar de schoen wringt. Het tsaristische Rusland had een sterk koloniaal karakter, dat ook na 1917 niet wezenlijk is veranderd. De vermaarde Russische historicus Kljoetsjevski typeerde de geschiedenis van zijn land eens als dat van een land dat zichzelf heeft gekoloniseerd.

Naar het oosten toe ondervond deze kolonisatie weinig tegenstand. De gebiedsuitbreiding naar het westen verliep echter veel minder succesvol door sterke tegenstand van Polen, Zweden en het Ottomaanse Rijk, ondanks de grote oorlogsinspanningen van de Russische tsaren. Na de drie Poolse delingen breidde Rusland zich nauwelijks nog westwaarts uit.

Vrijwel alle veroveringen gingen tijdens de burgeroorlog (1918-1921), die volgde op de machtsovername door Lenin in 1917, weer verloren. Polen en Finland kregen hun onafhankelijkheid niet omdat Lenin hen die zo gunde, maar uit pure overlevingsdrang en opportunisme. Onder Stalin werd Rusland vervolgens machtiger dan het ooit was geweest.

Verder hebben Lenin en vooral Stalin de Russen een omsingelingscomplex aangepraat, waarvan de sporen nu nog zijn waar te nemen. De woorden van Gratsjov vormen daar een bewijs voor. Door dit complex hebben de Russen anno 1995 nog steeds een overspannen vijandbeeld.

De verklaring voor de dreiging die Rusland aanwezig acht, moet naar onze mening vooral in het verleden worden gezocht. Het koloniale karakter en het streven naar behoud en herstel van het imperium zijn nog steeds aanwezig. Jeltsin heeft het uiteenvallen van het sovjetimperium hoogstwaarschijnlijk vooral gebruikt om af te rekenen met zijn rivaal Gorbatsjov en niet omdat hij tegen een Groot-Rusland was.

Vanaf 1993 speelt Rusland weer een rol in verschillende voormalige sovjetrepublieken, hetgeen wellicht het eerste teken is van een poging tot herstel van het voormalige sovjetimperium. Nog steeds hebben de Russen hun troepen niet uit de Baltische staten teruggetrokken en ook in Moldavië, Georgië en Tadzjikistan zijn Russische troepen gestationeerd.

Daarnaast is er het overspannen vijandbeeld, een erfenis uit het sovjettijdperk. De dreiging die van de drie Oosteuropese landen uitgaat, geldt alleen de Russische neiging tot expansie, maar zeker niet de nationale veiligheid van Rusland. Die mag dan ook niet gebruikt worden als argument tegen de uitbreiding van de NAVO.

VAAK wordt in het Westen als argument tegen NAVO-uitbreiding aangevoerd, dat dit de Russische nationalisten in de kaart zou spelen. Het is evenwel zeer goed mogelijk dat ook zonder uitbreiding een rood-bruine regering op korte termijn in Rusland aan de macht komt.

Uitbreiding van de NAVO zal in dat geval urgenter, maar tegelijkertijd veel moeilijker zijn, aangezien dit door een dergelijke regering als een ontoelaatbare daad van agressie zal worden uitgelegd, met alle mogelijke gevolgen van dien.

De Oosteuropese staten zullen in dat geval andermaal het kind van de rekening kunnen worden. Mede daarom dient de pas verworven onafhankelijkheid van Oost-Europa door een NAVO-lidmaatschap te worden gegarandeerd.

Michiel Klinkhamer en Marcel van Hamersveld zijn Ruslandkundigen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden