'Rusland doodde een derde jihadisten in Syrië'

Sinds Rusland eind september op grote schaal luchtaanvallen in Syrië begon, zouden meer dan een derde van de jihadisten in dat land zijn gedood. Het gaat om 28.000 van de 80.000 strijders van Islamitische Staat (IS) en het al-Nusra Front. Dit zei Evgeni Loekianov van de Russische Veiligheidsraad dinsdag volgens persbureau Sputnik.

Strijders van IS vlakbij Raqqa. Beeld AP

Volgens Loekianovs berekeningen beschikten IS en al-Nusra eind september 2015 over 80.000 man in Syrië. Door de Russische luchtaanvallen en militaire acties van het Syrische regeringsleger van president Bashar al-Assad zou 35 procent van die jihadisten zijn gedood. De door de VS geleide internationale coalitie tegen IS heeft circa 5000 jihadisten gedood in twee jaar tijd, zei Loekianov. Nederland doet met gevechtsvliegtuigen aan die westerse en Arabische coalitie mee.

Loekianov zei dat de Russische aanvallen beperkte militaire doelen hebben en de strijdende partijen moeten dwingen tot overleg. Dit is geen toestand zoals in Afghanistan, zei hij verwijzend naar het dramatisch mislukte militaire ingrijpen van de Sovjet-Unie in Afghanistan (1979-1989).

Dinsdag berichtte de Amerikaanse denktank Stratfor, die zich met inlichtingenwerk bezighoudt en ook wel de particuliere CIA wordt genoemd, dat IS-strijders in Syrië een Russische militaire basis hebben aangevallen. Hierdoor gingen vier gevechtshelikopers en twintig militaire voertuigen in vlammen op.

Stratfor gaat er op basis van beschikbare satellietbeelden van de Russische basis T4 in de Syrische provincie Homs vanuit, dat alleen een aanval van jihadisten de verwoesting van de basis half mei verklaart.
Het was een medium van IS, Amaq, dat de schade op T4 als eerste meldde. Amaq berrichte echter niet dat een aanval tot de verwoesting had geleid. Ook Russische woordvoerders repten niet over een aanval van jihadisten. Zo deed snel het verhaal de ronde dat de branden op de Russische basis door een ongeluk waren ontstaan.

Stratfor wijst deze lezing af. De foto's tonen dat er op verscheidene plaatsen op de basis explosies of inslagen zijn geweest. 'De kans dat dit een ongeluk was, is vrijwel nul', zei Sim Tack, een militair analist van Stratfor tegen de BBC. Het is niet bekend waarom IS nog geen aanval op T4 heeft geclaimd.

Koerdisch-Arabische aanval op IS-hoofdstad Raqqa

Een coalitie van Koerdische en gematigde Syrische strijders zegt dinsdag een offensief te hebben geopend tegen Raqqa, het belangrijkste bolwerk van Islamitische Staat (IS). Volgens de Arabisch-Koerdische coalitie is het offensief, dat zou worden gesteund door de VS, bedoeld om IS te verdrijven uit de stad. Rusland kondigde aan bereid te zijn om te helpen bij het offensief.

Het is niet duidelijk hoe groot de aanval is op de stad in het noordoosten van Syrië. Tot nu toe werd steeds gedacht dat de Westers-Arabische coalitie die IS bombardeert, het Iraakse leger eerst zou helpen IS te verdrijven uit de stad Mosul in Noord-Irak.

De Russische minister van Buitenlandse Zaken Lavrov bevestigde de aanval op Raqqa. Hij zei dat de Russische luchtmacht, die IS ook bombardeert, bereid is samen te werken met de coalitie. 'Ik kan zeggen dat we klaar zijn om een en ander te coördineren', aldus Lavrov op een top in Tasjkent in Oezbekistan.

Het offensief werd eerder op de dag aangekondigd op Twitter. 'Met de deelname van alle eenheden van de Syrische Democratische Krachten, zijn we een operatie begonnen om Raqqa te bevrijden', kondigde Rojda Felat, een commandant van de Arabisch-Koerdische coalitie, in een tweet aan.

Volgens hem zouden de VS de aanval onder andere vanuit de lucht steunen. Raqqa is de hoofdstad van het kalifaat dat IS heeft uitgeroepen in Syrië en Irak. De stad is sinds het begin van de Amerikaanse bombardementen op IS, bijna twee jaar geleden, een van de belangrijkste doelwitten van de VS.

Het offensief om de Iraakse stad Fallujah te heroveren op terreurgroep Islamitische Staat (IS) is zijn tweede dag ingegaan, maar de gevechten zijn minder hevig. Het leger heeft eerst tijd nodig om landmijnen te verwijderen die IS rondom de stad heeft geplaatst om de troepen op afstand te houden.

Maandag kondigde het Iraakse leger een aantal successen aan. Onder meer het nabijgelegen Garma, ten oosten van Fallujah, was heroverd op IS. De stad gold als de belangrijkste aanvoerroute voor de terreurgroep en was dus van strategisch belang. Vanuit Garma hopen regeringstroepen, die worden gesteund door talloze milities en de Amerikaanse luchtmacht, verder op te rukken richting Fallujah.

Wekenlang beleg

Maar voordat het zover is moeten in de stad landmijnen worden geruimd. Volgens de burgemeester van Garma, Ahmed al-Halbosi, zijn groepen ingenieurs dinsdag bezig om mijnen die door IS zijn gelegd te verwijderen.

Kolonel Mahmoud al-Mardhi, die de paramilitaire troepen aanvoert, liet dinsdag weten dat er nog steeds sprake is van verzet in Garma. Fallujah is volgens hem volledig geïsoleerd.

Premier Haider al-Abadi kondigde het offensief op Fallujah maandag aan tijdens een televisietoespraak. Hij zei dat het leger inwoners van Fallujah die wilden vertrekken, zou begeleiden. Het leger waarschuwde inwoners zondag al het gebied te verlaten. Gezinnen die niet konden vertrekken, kregen het advies witte vlaggen op de hangen.

Volgens al-Abadi was 'een overwinning nabij', maar de verwachting is dat de slag om Fallujah, sinds jaar en dag een soennitisch bolwerk, nog weken gaat duren. In 2004 werd de stad grotendeels in puin gelegd tijdens een verwoestend offensief van Iraakse regeringseenheden en Amerikaanse troepen. De gevechten waren volgens de Amerikanen de zwaarste die zij hadden meegemaakt sinds de Vietnam-oorlog. Begin 2014 viel de stad weer in handen van soennitische extremisten, ditmaal onder de vlag van Islamitische Staat.

De stad wordt nu al maandenlang belegerd door Iraakse troepen en sjiietische milities, waarvan sommige feitelijk onder bevel staan van Iran. Als gevolg daarvan is er een nijpend tekort aan voedsel ontstaan onder de naar schatting 75 duizend inwoners die in Fallujah zijn achtergebleven. Volgens de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch moeten sommige inwoners zich met gras in leven houden.

Een strijder van de Badr Bigades, een sji'itische militie, op weg naar Fallujah. Beeld ap
Rookpluimen boven Fallujah, na een Amerikaanse luchtaanval. Beeld ap
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden