Rumoer rond Stadsschouwburg is nog lang niet verstomd

Het plein. Een vuurspuger doet er zijn kunstje. Toeristen roken zich in de koffiewinkel naar een rustig gemoed. De passant drinkt zijn glaasje....

RONALD OCKHUYSEN

Van onze medewerker

Ronald Ockhuysen

AMSTERDAM

Heerlijk. Helder. Het zou weinigen vreemd doen opkijken als op een dag die woorden in neon op de gevel prijken van het gebouw dat er op het Amsterdamse Leidseplein wat plompverloren bij staat. Want zonder lichtreclame oogt de schouwburg als een vreemde eend in de bijt - het theater doet denken aan een uit de kluiten gegroeide puber die door zijn klasgenoten wordt genegeerd.

Is de schouwburg een centre d'excellence of een instituut voor de hele burgerij, dat is de vraag waarover de gemeente Amsterdam sinds het aantreden van Cox Habbema als directeur in 1986 het hoofd breekt. En ze zijn er nog niet uit, zo liet de Kunstraad onlangs weten. De Stadsschouwburg verkeert in een isolement, stelt de raad. De programmering zou een visie ontberen en Habbema zou de 'mogelijkheden' van de stad Amsterdam te veel onbenut laten.

What's new? moet Habbema hebben gedacht. In 1995 presenteerde zij het rapport To be or not to be, dat als ondertitel 'een bruisend centrum of een blok aan het been' meekreeg. Daarin maakte Habbema haar wensen kenbaar: een huisgezelschap, een nieuwe middenzaal en meer geld om veelzijdiger te kunnen programmeren. Een onzalig plan, vindt de Kunstraad. Bellevue gaat verbouwen. De Trust krijgt een eigen theater. Er komt 'een zwarte doos' voor Toneelgroep Amsterdam. Dus waarom nog een zaal timmeren aan het Leidseplein? Het idee van een huisgezelschap? Wie zit er bij het huidige uitpuilende aanbod te wachten op nòg een toneelgroep? En wat het geld betreft - Habbema heeft de pech te moeten werken met gemeentelijke begrotingen, maar zou niettemin creatiever met haar budget kunnen omgaan, vindt de Kunstraad.

'Het probleem', zegt Theu Boermans, de regisseur van de deze week in de schouwburg geprogrammeerde voorstelling Dantons dood, 'is dat de schouwburg geen vaste bespeler heeft die ook de baas is over de schouwburg.' Boermans vindt dat de grote zaal aan de eisen van het hedendaagse toneel moet worden aangepast: 'Als een groep zich er vestigt, dan moet zowel lijsttoneel als vlakke-vloertheater mogelijk zijn. Dat kan met een mobiele tribune, die indien nodig over de stoelen heen wordt gebouwd.'

Met De Trust betrekt Boermans na de zomer een eigen theater. 'De schouwburg als theater voor de Trust zou mogelijk zijn geweest, als we het er ook voor het zeggen hadden gekregen. Ik denk dat de gemeente een keuze moet maken: maak de schouwburg tot een huis voor de betere vrije produkties en laat de gesubsidieerde gezelschappen elkaars theaters bespelen, of maak van de schouwburg een Schauspielhaus en gun het aan een gezelschap.'

Carel Alphenaar, 'mobiel dramaturg binnen het toneel, thans bij De Balie', vindt het droevig dat er 'zo'n beleid is gevoerd dat het origineelste gezelschap van Nederland het gebouw is uitgejaagd. Habbema haalt dikwijls de publiciteit, maar nooit eens om een origineel programma aan te kondigen. Nu heeft ze plannen om het terras open te gooien, omdat het gebouw naar haar idee te gesloten is. Maar een gebouw is zo gesloten als je het zelf maakt.' Alphenaar ziet niet zoveel in de verbouwingsplannen of andere blauwdrukken. Habbema zou haar aandacht meer moeten leggen, vindt hij, op artistiek hoogwaardige produkties, 'nationale en internationale'.

Boermans: 'Habbema doet binnen de mogelijkheden haar best, maar met het idee een eigen produktiekern in huis te halen, zet ze de wereld op zijn kop. Het is aan artistiek leiders om artistieke opties in balans te brengen met het feit dat de winkel moet lopen - niet aan theaterdirecteuren.

Het verhaal van de schouwburg is er een vol rumoer. In 1890 brandde de schouwburg af. Het eerste lustrumfeest liep uit op 'de Schouwburgkwestie', die tot gevolg had dat de gemeente zelf de exploitatie in handen nam. Het gouden jubileum viel in de hongerwinter. In 1969, toen de Stadsschouwburg vijfenzeventig werd, rolden er tomaten over het toneel. Het eeuwfeest werd overschaduwd door het vertrek van Toneelgroep Amsterdam. En als de gemeente Amsterdam niet snel tot daadkracht komt, gaat de schouwburg dadelijk het nieuwe millenium in als een dak boven voorstellingen en niets meer dan dat.

Want van de culturele differentie, waar Amsterdam altijd zo prat op gaat, is binnen de muren van de Stadsschouwburg weinig terug te vinden. Als de gemeente Amsterdam gaat inzien dat economie binnen de kunst neerkomt op de vraag: hoe haal ik artistieke interessante voorstellingen binnen zodat het publiek vanzelf volgt? - pas dan zal de schouwburg het platform worden dat het moet zijn. Waar wordt behaagd, overrompeld, verleid en ontregeld.

Ligt daar een taak voor Toneelgroep Amsterdam, die in de schouwburg kantoor houdt, repeteert en 45 voorstellingen per jaar speelt? Zakelijk leider Gerrit Korthals Altes: 'Wij verwachten in juni de uitslag van het haalbaarheidsonderzoek naar het theater dat idealiter in 2000 op de kop van Oostelijke Handelskade open moet gaan. Daar is TGA mee bezig.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden