Ruk

Een lege avondtrein, van Sevilla naar Huelva. Verlaten stationnetjes in Andalusië. Straks, thuis in de Algarve, wacht mij goedkope wijn, internetporno en drie blije honden die scheetjes laten in hun slaap en mij 's morgens wakker likken.


Knipperlichtje is voorgoed uit mijn leven verdwenen. Wellicht vind ik nog een stringetje van haar onder mijn bed, vrouwendingetjes in de badkamer, een jurk in de kast die het meenemen niet waard was.


Het afscheid in Sevilla was zakelijk, bijna kil. 'Doe vooral niet de groeten aan je moeder', riep ik haar nog na. Ik hield me groot, want ik wist dat ze deze keer niet meer zou terugkeren uit Madrid. Haar moeder, la bruja, zou haar slotoffensief tegen mij beginnen. De heks had al jaren geleden de banvloek over mij uitgesproken en rook nu bloed. Ik heb verloren, na een uitputtende relatie die toch nog bijna zes jaar duurde waarbij we Brussel, Madrid, Paraguay, Rio de Janeiro, Vuurland en uiteindelijk Portugal hebben aangedaan. Het enige voordeel is dat ik de heks nu nooit meer hoef te zien.


In mijn laatste boek noemde ik Knipperlichtje Carmen. Dat Sevilla de laatste halte was van onze relatie had een symbolische reden: vanaf daar vertrekt de trein naar Madrid. Bovendien heeft die hele Carmen van Bizet nooit bestaan. In de judería van de oude stad zag ik een bordje hangen met de tekst: in een taverna in deze straat ontmoette Carmen Don José en Escamillo. Allemaal gelul, net als het balkon van Julia in Verona en de twee graven van de Verlosser in Jeruzalem. Mijn Carmen bestond tenminste echt.


Het was een afschuwelijke laatste gezamenlijke dag waar geen einde aan leek te komen. De drank viel verkeerd en de paella rook naar een bejaarde hoer. 'Je bent ook gek om paella in Sevilla te bestellen, Arturito, je weet toch dat je die alleen in Valencia moet eten.'


'Noem me vooral geen Arthurtje. Daarbij is het een onzinnige redenering. Voor een broodje kebab ga ik toch ook niet naar Istanbul?'


Als ik straks in mijn uppie thuiskom, ga ik me onderdompelen in zelfmedelijden en plaatjes draaien van Mercedes Sosa: Gracias a la vida en Todo cambia.


Onze plaatjes, die we luidkeels meezongen in de gay karaokebars van Buenos Aires, Rio de Janeiro en Asunción. Ciao Carmen, mi angelita, kleine verwende prinses. Vaya con dios. En daarna pornosurfen, met voorspelbare afloop. Het leven is ruk.


Ik, arthur van amerongen


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden