Ruïnestad Kobani wordt een museum, maar waar moeten de bewoners heen?

Herdenken van keerpunt in strijd tegen IS stuit op weerstand

De herovering van Raqqa deze week valt niet los te zien van de overwinning op IS in Kobani in Noord-Syrië, nu bijna twee jaar geleden. Een deel van die stad ligt nog steeds in puin. Herbouw is verboden. 'Uw huis wordt een museum.'

Rouw bij de begrafenis in Kobani van een in de strijd tegen IS gesneuvelde Koerdische strijder, eerder deze week. Foto afp

Zodra Azdesheir Muslim, bouwvakker met een jong verweerd gezicht en een rolmaat aan zijn broek, zijn huis begon te herstellen na de overwinning op IS, stond het stadsbestuur op de stoep. Stop. Nergens aankomen. Herbouw is verboden.

'Uw huis wordt een museum.'

Sterker: de hele buurt wordt een museum, om de oorlog te herdenken. In deze wijk liggen de ruïnes er nog net zo bij als op de dag van de bevrijding van IS in 2015. De uitgebrande taxi van de buurman mag niet worden weggetakeld, de daken niet hersteld, geen stukje puin verplaatst.

Waarom wil het bestuur van een Noord-Syrisch grensstadje een complete wijk tot museum omtoveren, een plan dat mogelijk meerdere families dakloos maakt?

Om dat te begrijpen, moet je iets weten van de strijd die de Koerden in Kobani tegen IS hebben gevoerd. IS werd hier verslagen met nauwelijks hulp van buiten, voor het eerst sinds het kalifaat zich was gaan uitrollen over Syrië en Irak. De overwinning op IS in Kobani, nu ruim twee jaar geleden, valt niet los te zien van de herovering van Raqqa deze week door Koerdische strijders.

'Kobani is voor ons Koerden het keerpunt in de strijd tegen IS', zegt Osmad Sjeikh Hassan, de plaatselijke minister van Defensie, want in Koerdisch Syrië heeft elke stad zijn eigen defensieminister.

De minister is een imposante man, in een camouflagepak, met een stalinsnor. Maar als het over de oorlog gaat, veegt hij zijn ogen af. 'Ik kan niet meer aan die dagen denken. Onze vrienden zaten met twaalf man in een school. IS kwam eraan. Onze strijders kregen orders om zich terug te trekken. Maar zij zeiden: 'We gaan niet weg, IS moet over onze lichamen heen'.'

'Hun stem zit nog in mijn oren. Ik hoorde alles over de radio. Op het laatst zeiden ze: 'Sorry dat we niet hebben gehoorzaamd aan het bevel om terug te trekken. Maar IS zal niet in Kobani blijven. Dat was het laatste bericht voordat de radio uitging. IS kwam. Ze waren allemaal dood. Maar ze kregen gelijk. IS is niet in Kobani gebleven.'

Lees verder onder de foto.

Een gezin rijdt tussen de ruïnes van Kobani, 11 oktober. Foto reuters

No-touch-museum

Toen Raqqa dinsdag viel, was het feest in Kobani. De militaire begraafplaats aan de rand van de stad ligt zo vol dat veel graven nog geen steen hebben. Portretten van de gevallenen sieren de hoofdstraat: mannen en ook vrouwen. 'Gedood worden door een vrouw betekent voor IS: nul maagden in het paradijs', zegt minister Hassan. 'Ze vluchten weg voor onze vrouwenbrigades.'

Een stad in puin, honderden doden onder wie veel jonge vrouwen, maar ook een geslaagde overwinning op de wreedste terreurgroep van deze tijd. Hoe herdenk je zoiets? Heel Kobani wordt een museum, zo was het plan direct na de bevrijding. Naast de ruïnes zal een nieuw Kobani verrijzen.

Inmiddels is het museum afgezwakt tot 14 hectare grond, nog steeds een oppervlakte van 28 voetbalvelden, op de plek waar voor IS een winkelcentrum was en een drukke woonwijk. De gezinnen die hier nog wonen, worden gecompenseerd, is het officiële verhaal. Maar hoe is niet duidelijk. Minister Hassan: 'Sommigen zullen zonder geld vertrekken, als we dat vragen.'

'Waar moeten we naartoe?', zegt ambtenaar Jalal Omar Moshed op de stoep van zijn zwaarbeschadigde huis. Hij wil het herstellen, maar dat mag niet. 'We hoorden het op een bijeenkomst. Ze zeiden: nergens aankomen, jullie buurt wordt een no-touch-museum. Hoe kun je zo omgaan met de familie van martelaren?'

Hij stapt zijn huis binnen, wijst foto's van zijn twee gesneuvelde broers. 'Martelaren in de PKK.' Overal in Kobani hangen afbeeldingen van Abdullah Öcalan, de gevangen leider van de PKK, de Koerdische afscheidingsbeweging in Turkije die door de Europese Unie en de Navo als terreurorganisatie wordt gezien. Voor het Westen is dit een ongemakkelijk feit: veel Koerdische strijders die IS hebben verslagen, waren eerder actief in de PKK.

Turkije binnen handbereik

Door het geraamte van een flat kun je de Turkse grens zien liggen, afgegrendeld met een metershoge muur. Daarachter strekt Turkije zich uit als een droom - witte huizen, schone straten. Veel bewoners van de wijk die een museum wordt, zijn gevlucht naar Turkije en verder. Naast de militaire begraafplaats van Kobani ligt het graf van Alan Kurdi, 4 jaar oud en de bekendste drenkeling van Syrië.

Tegenwoordig zit de grens op slot: slechts de doden mogen nog passeren.

Bevrijd Kobani is een stad in armoede, gehuld in een permanente walm van goedkope diesel. 'Als het vroeger minder ging, kon je werken in Turkije', zegt Muslim. 'Nu niet meer.' Hij drukt zijn zoontje van 9 tegen zich aan. Het kind ziet roetzwart. Hij komt net thuis van zijn werk bij een autogarage. Zijn zoon van 12 repareert ook auto's. 'Je wilt ze niet zo jong laten werken, maar het moet.'

Zijn neef Adnan van 20 ('of was hij nou 21?') sneuvelde in de strijd tegen IS. Nee, Adnan ligt niet op de militaire begraafplaats onder een marmeren steen. Zijn lichaam is verpulverd onder het puin, samen met tientallen andere doden die vielen bij dezelfde IS-hinderlaag. Het museum is niet voor hem. 'Adnan vocht om mensen terug te halen, niet om ze buiten te houden.'


Wat nu met Syrië en Irak?

Wie springt er in het vacuüm dat IS achterlaat?
Nu het gevaar van Islamitische Staat is bezworen, het kalifaat zo goed als verpulverd en de gemeenschappelijke vijand verslagen, borrelen ogenblikkelijk oude conflicten weer op.

Zal Nederland de Koerden belonen voor hun hulp?
Nu de strijd tegen IS op zijn einde loopt en het Midden-Oosten een nieuwe vorm aanneemt, moet Nederland zich afvragen welke partijen het steunt.

Nu het kalifaat van IS aan het verdwijnen is, meldt zoon Bin Laden zich aan het front
Terwijl het kalifaat van IS instort, werkt Al Qaida aan een comeback. Daarvoor heeft de terreurorganisatie een grote troef om uit te spelen: Hamza bin Laden.