Ruimte voor de wolf en de beer

De uitgestrekste ongerepte natuurgebieden van Centraal-Europa zijn te vinden in de Oostelijke Karpaten. Er leven nog wolven, beren en wisenten. Natuurbeschermers dromen van een Europees Yellowstone.

Een druipend beukenwoud in de bergen van de Bieszczady, Zuid-Polen. Kom, zegt Erik Baláz, we gaan een stukje door het bos. Hij verlaat direct het pad, baant zich een weg langs zwiepende braamtakken en struint de helling op. We klauteren hijgend achter hem aan, door struikgewas en langs vermolmde beuken vol zwammen. Baláz, een geroutineerd woudloper, houdt er een moordend tempo op na.


Na een lange trek, helling op, helling af, vindt Baláz wat hij wil laten zien. Op de grond liggen wat gebleekte hertenbotten verspreid. Wolven, zegt hij. Er leven een paar roedels in dit gebied. Ze drijven hun prooi graag omlaag naar een beek om haar daar in de hoek te drijven en te doden. Beneden in het dal zien we het resultaat. Een verse 'wolf kill' bij het water.


Het levend bewijs dat de wolven er zijn volgt een dag later. We zitten met onze verrekijkers in de aanslag in de schemering aan de San, een bergrivier die in het zuidoosten van Polen ontspringt, en wachten op wild. We horen het ruisen van het water en het burlen van herten. Na een uur verschijnt op de andere oever een schim. Een wolf. Hij drinkt wat, loert een tijdje onze kant op en verdwijnt in het bos.


Erik Baláz, bosecoloog en voorman van de Slowaakse natuurbescherming, heeft een missie. Hij wil het bos weer wild maken. Het bevrijden van elke menselijke bemoeienis. Stoppen met jagen en kappen, en meer ruimte geven aan roofdieren als wolven, beren en lynxen en aan het herstel van natuurlijke processen. De natuur weer de kans geven natuur te zijn.


Baláz heeft zijn sporen als woudloper en activist verdiend. Hij herontdekte de door houtkap bedreigde Tychavallei in de Hoge Tatra, een van de laatste toevluchtsoorden in Centraal-Europa van de bruine beer, en zorgde er met een natuurfilm, een boek en een crowdfunding-campagne voor dat het een natuurreservaat werd. In de naburige Koprovávallei vond hij alpendennen van 1.000 tot 2.000 jaar oud.


Nu zet hij zich in voor de Oostelijke Karpaten of Woudkarpaten, op de grens van Polen, Slowakije en Oekraïne, een van de wildste stukken natuur die nog in Europa bestaan. Een dunbevolkt gebied, met minder dan één bewoner per vierkante kilometer, van middelhoge bergen (tot zo'n 1.300 meter), ongetemde rivieren, natuurlijke oude beukenbossen, bergweiden en een enorme soortenrijkdom, waaronder een vrijwel complete Europese fauna met bruine beer, wolf, Europese lynx, steenarend, wild zwijn, edelhert en wisent.


Deze ecologische hotspot wordt beschermd in drie nationale parken, Bieszczady in Polen, Poloniny in Slowakije en Uzanski in Oekraïne, en een aantal landschapsparken. Het geheel is sinds 1993 opgenomen in de Unesco East Carpathian Biosphere Reserve. Samen zo'n 5.000 vierkante kilometer. Maar de parken voldoen niet. In sommige delen wordt gejaagd en gekapt, bos- en graslanden worden gescheiden beheerd en de samenhang tussen de parken ontbreekt.


Vandaar het plan, ontwikkeld door natuurorganisatie Rewilding Europe, om de diverse parken en ecosystemen te verbinden tot één groot geheel; te stoppen met intensief beheer; natuurlijke begrazing en predatie te herintroduceren en ook andere natuurlijke processen weer hun gang te laten gaan. Dit grensoverschrijdend verwilderingsproject moet leiden tot een bloeiende wildernis in het hart van Europa, een Europees Yellowstone, dat een motor kan zijn voor wildernistoerisme en andere duurzame activiteiten.


Het gebied is mede zo geschikt voor verwildering omdat die (aan Poolse kant) in feite al decennia gaande is. De oorspronkelijke bewoners - Lemken, Bojken en andere Oekraïens sprekende Roethenen - werden in 1947 vanwege vermeende banden met Oekraïense separatisten door Poolse en Russische troepen verdreven, een beruchte etnische zuivering die bekend staat als Operatie Wisla. Het gebied is bezaaid met de ruïnes van hun dorpjes en boerderijen. Veel akkers zijn in bos veranderd. Alleen de fraaie houten kerkjes zijn gebleven. Ze hebben van de streek een populair vakantiegebied gemaakt.


Over de vraag hoe de Oostelijke Karpaten in de toekomst verder verwilderd moeten worden, lopen de meningen uiteen. Voor Erik Baláz, projectleider voor Rewilding Europe in het Slowaakse deel van de Karpaten, is het simpel. 'We moeten in de bestaande parken elke vorm van jacht en bosbouw verbieden en versnipperde beschermde gebieden vergroten tot een ecologisch coherent geheel.'


Nu worden twee delen van Biesczcady Nationaal Park gescheiden door een bufferzone, een 'landschapspark' aan de bovenloop van de San, langs de Oekraïense grens. Het wild trekt in de winter van de bergen naar het dal, maar moet dan door productiebossen waar gejaagd wordt. 'Door corridors aan te kopen of het landschapspark bij het park te trekken kun je dat voorkomen', aldus Baláz.


Papieren parken

Met het aanwijzen van meer beschermde gebieden kom je er niet. Er zijn al zoveel papieren parken, zegt Frans Schepers, directeur van Rewilding Europe, tijdens een trektocht door het bovendal van de San, een leeg landschap waar tot 65 jaar geleden nog volop werd geboerd. 'Rewilding is meer dan wat lijntjes op de kaart.' Hij begint liever met concrete verwilderingsacties, zoals het herstellen van de spectaculaire natuur langs de San, door de introductie van natuurlijke begrazing.


Bieszczady Nationaal Park houdt de graslanden in het dal, die bedreigd worden doordat er geen vee meer is om het te begrazen, nu open door ze machinaal te maaien, met subsidie van de Europese Unie. Het gras wordt verkocht als biomassa. Dit kan volgens Schepers veel goedkoper en natuurlijker door grote grazers in te zetten, zoals konikpaarden of lokale hutzulpaarden. 'Zo ontstaat er vanzelf een gevarieerd mozaïeklandschap dat geschikt is voor wildernistoerisme.'


Het Nationaal Park reageert nog terughoudend op deze voor hen nieuwe benadering. Maar misschien keert de wal het schip, zegt Wouter Helmer van Rewilding Europe. Poolse parken moeten steeds meer hun eigen broek ophouden, en de EU-subsidies zijn onzeker. Misschien worden het herstel van natuurlijke begrazing en de extra inkomsten uit wildernistoerisme dan wel interessant. Er ligt een voorstel voor een proef van 100 hectare.


In de Bieszczady leven trouwens allang grote grazers. Zo'n 270 wisenten, Europese bizons, die afstammen van twaalf dieren die in de jaren zestig zijn uitgezet. De kuddes worden met zenders gemonitord. We volgen zo'n kudde met boswachter Maciej Januszczoik in de heuvels van Tworylne, een posthumaan landschap van verlaten landerijen en ruïnes. Af en toe steekt hij een handantenne in de lucht, hopend op een piepje. De wisenten vinden we niet, alleen hun poep, die hij met plastic handschoenen bemonstert op parasieten. 'Soms trekken kuddes de grens over naar Oekraïne', zegt Maciej. 'Dan zie je ze nooit meer terug, want daar wordt gestroopt.'


Aan de Slowaakse kant van de Karpaten zijn de uitdagingen nog groter dan in Polen. Ook hier ligt een prachtig nationaal park, Poloniny, maar dat is vooral een papieren park. Slechts 7 procent van het gebied is volledig beschermd, de nationale reservaten. Elders is het anything goes, aldus Baláz. Grote delen van het park zijn particulier bezit, land van de voormalige urbariaten (een vorm van gemeenschappelijk grondbezit) dat in 1989 is verdeeld onder de lokale bevolking. Die heeft er datsja's, jaagt er en kapt de bomen - om het hout te verkopen als biomassa.


De gevolgen zijn te zien in de buurt van het Starina-stuwmeer, langs de Plaj Porta Rusica, naar verluidt de oudste weg van Slowakije, voor het laatst onderhouden tijdens de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie. Het oerbos, met kapitale beuken, heeft sinds 2007 Unescostatus.


Buiten het beschermde stuk zijn veel bomen gekapt. Een treurig gezicht. De Slowaakse natuurorganisatie Wolf wil de Unesco aanschrijven om het bos zijn status maar weer te ontnemen.


Voor het idee van rewilding moet een deel van de plaatselijke bevolking nog wel gewonnen worden. Je hebt hier veel rednecks, zegt onze gids, Miroslav Tomas van Wolf. 'Ze jagen graag en moeten niks hebben van buitenstaanders, of ze nu van de overheid zijn of van natuurorganisaties.' Mensen zoals Jan Ciba uit Snina, die in het nationaal park aan het barbecuen is met zijn gezin: 'Wij zijn niet dol op beren en wolven. We willen zonder angst het bos in kunnen om paddestoelen te plukken.'


Dagjesmensen

De slechte infrastructuur in Oost-Slowakije is volgens Tomas een ander obstakel voor de ontwikkeling van hoogwaardig wildernistoerisme. De wegen zijn slecht, er zijn geen pinautomaten, geen restaurants en er is amper accommodatie beschikbaar. Het gevolg is dat Poloniny Nationaal Park maar weinig toeristen trekt, en dan nog voornamelijk dagjesmensen.


We krijgen hier niet meer dan dertigduizend toeristen per jaar, klaagt burgemeester Marián Regula van het plaatsje Runina, in zijn met geweien volgehangen dorpscafé. 'Aan Poolse kant zijn het er een miljoen.' Maar om nou meer toeristen te trekken met wilde dieren, dat gaat wel weer erg ver. 'Als het reservaat vergroot moet worden, dan graag verder van het dorp, waar wij er geen last van hebben.'


Succesvolle rewilding in Slowakije vergt een mentaliteitsverandering, concludeert Erik Baláz. 'Mensen moeten leren dat een terugkeer van de wildernis goed is voor de natuur en voor henzelf. Dat ze geld kunnen verdienen aan ecotoeristen.' Blijkens een recente opiniepeiling begint dat besef te komen. Een grote meerderheid van de Slowaken vindt het instellen van rewildinggebieden een goed idee en verwacht er ook economisch voordeel van.


De ecotoeristische mogelijkheden van het gebied dringen zich op in de buurt van de 1.208 meter hoge Kremenec, het drielandenpunt van Slowakije, Polen en Oekraïne, de buitengrens van de Europese Unie. Hier liggen nog enkele beschermde oerbossen, zoals Stuzica, werelderfgoed sinds 2007. Ruige wouden van beuk en zilverspar, waarin je op bergwandelingen edelherten en vuursalamanders tegenkomt en tonderzwammen als puisten.


Hardnekkig gebrom herinnert eraan dat zelfs deze oerbossen niet veilig zijn. Het is afkomstig van vliegtuigjes die de schaliegasreserves van de Karpaten in kaart brengen. Aan Poolse kant zijn grote delen van de Bieszczady al in concessie gegeven aan (westerse) bedrijven. In Slowakije staan ze ook te trappelen. Discussie over mogelijke milieuschade aan het gebied, zoals verontreiniging van het grondwater met chemicaliën, is er niet.


Erik Baláz heeft er ondanks alle bedreigingen en obstakels alle vertrouwen in dat het met de rewilding van de Oostelijke Karpaten gaat lukken. 'Dat Europese Yellowstone, dat gaat er komen', zegt hij.


Op een grijze namiddag aan de San heeft het er ook al alle schijn van. Het is stil aan de rivier, tot er gekraak klinkt van brekende takken. Verderop aan de overkant stormt iets het water in, in volle galop, recht op ons af. Een kudde wisenten, tien, elf stuks. Ze komen steeds dichterbij, plonzend door het water, inhoudend en weer voortstormend, een front van horens.


Net als we denken dat de wisenten over ons heen zullen denderen, buigen ze ineens af naar links, stormen de oever op en verdwijnen in het bos.


WILDE PLANNEN

De Oostelijke Karpaten zijn een van de projectgebieden van Rewilding Europe. Deze organisatie, opgezet in 2011, wil de Europese natuur herstellen door nieuwe wildernisgebieden te realiseren, 1 miljoen hectare in het jaar 2020, deels onder de vlag van het EU-natuurprogramma Natura 2000. Het plan is ontvolkende plattelandsgebieden met onrendabele, gesubsidieerde landbouw om te zetten in wilde natuur, waarvoor nieuwe activiteiten kunnen worden ontwikkeld in bosbouw, jacht en wildernistoerisme. Naast de Oostelijke Karpaten zijn er nog vier projecten in wording: Westelijk Iberia (Spanje, Portugal), Velebit (Kroatië), de Zuidelijke Karpaten en de Donaudelta (Roemenië). Najaar 2013 wordt een aantal nieuwe gebieden aan de portfolio toegevoegd. De financiering van de plannen komt van sponsors, waaronder de Nederlandse Postcodeloterij.


BEUKENBOSSEN EN BERGWEIDEN

Kenmerkend voor het landschap van de Oostelijke Karpaten zijn oude beukenbossen en traditionele bergweiden, de polonyni, waarop vroeger in de zomer het vee werd geweid. Veehoeders brachten de kuddes soms helemaal vanaf de Hongaarse poesta hierheen. Nu er steeds minder vee wordt gehouden, groeien de bergweiden langzaam dicht. Lager gelegen weiden worden vaak nog machinaal gemaaid, met Europese subsidies. In het voorjaar zijn ze een grote bloemenzee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden