Ruim baan! Moet nog naar het Knotterpad en het Molenpad Bart Jungmann

Voor hun lol, in elk geval voor hun welzijn, liepen 2,6 miljoen mensen in 2007 hard. Dat is een duizelingwekkend aantal....

Om mee te tellen hoefde de frequentie niet hoger te zijn dan één keer per jaar. Maar dan nog. Eén op de zeven Nederlanders loopt dus weleens hard. Je zou er een politieke partij voor kunnen oprichten.

Het cijfer komt uit een onderzoek van de Utrechtse universiteit en het Pim Mulier Instituut dat, de naam zegt het al, sport onderzoekt. Cijfers met een komma ertussen zijn verdacht sinds de opwarming van de aarde berekend wordt. Maar het aantal breedtelopers is hoe dan ook ontzagwekkend groot. Wie het niet gelooft, moet zondag in Den Haag gaan kijken. Daar is de City-Pier-City Loop. Je gelooft je ogen niet.

Nog een cijfer uit dat onderzoek: ruim 60 procent loopt voor de gezondheid. Kijk, daar ga ik over het Cronesteynpad. Ruim baan! Ruim baan! Moet nog naar het Boerenpad, het Knotterpad en het Molenpad. De zon doet alsof het lente is, de bangige familie meerkoet stuift verschrikt uiteen. Verderop scheuren sirenes de plattelandsidylle aan stukken en anders is er wel het eeuwige heien aan een bredere snelweg.

Het is een doordeweekse ochtend. Werk en school zijn zojuist begonnen, maar op het Cronesteynpad ben je nooit de enige op gympen. Dit pad is de loopepidemie op microschaal. Hier wordt gehold, van’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat.

Huisvrouwen glimlachen me superieur tegemoet met hun hoofd in een i-pod. Aan de andere kant van het kanaal loopt nog een bakfietsenman. Nou ja, lopen. Het is meer een soort strompelen wat hij doet. Ik moet een veel te grote krachtsinspanning doen om hem voorbij te komen en besef opeens hoe joggen er uit ziet. Zelfs breedtesport is op zekere leeftijd een oefening in nederigheid.

Vroeger deden we dat groots en meeslepend. Geluk was nog gewoon, enthousiasme per definitie jeugdig, hardlopen een kwestie van de pas versnellen en de Dam-tot-Damloop een kwestie van doorzetten.

Bij ons in de stad wordt volgende maand de 35ste Singelloop gehouden. De geschiedenis daarvan is een mooie schets van de loopepidemie. In 1977, bij de tweede editie, had het Leidsch Dagblad, de organiserende krant, mij er als participerend journalist op uitgestuurd. Een collega, die een jubileumboekje samenstelt, heeft me dat verslag deze week opgestuurd en er is één passage die het verdient een tweede keer te worden geciteerd.

Aan het eind van die ruim zes kilometer tocht langs de Leidse singels bleek in 1977 niemand minder dan Theo Koomen, de Erben Wennemars van de vorige eeuw, ons op te wachten. Hij riep door zijn microfoon: ‘Schitterend, die mannen en vrouwen. Prachtig, die wiegende heupen, en hier en daar opkloppende borsten.’ Ook voor speakers is hardlopen gezond.

Niettemin stonden dat jaar slechts achthonderd mensen aan de start. Ruim drie decennia later zijn dat er vijf keer zoveel en volgens de organisatie zit het evenement aan zijn limiet. De singels dreigen verstopt te raken.

De enorme ontwikkeling van het lopen heeft zich zo’n beetje in deze tijdspanne voltrokken. Het Pim Mulier Instituut spreekt van twee loopgolven, waarvan de eerste in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd gesignaleerd.

Die eerste golf zal op gang zijn gebracht door de trimbeweging, een initiatief van de overheid om de steeds welvarender mens in beweging te krijgen. Oudere lezers herinneren zich misschien nog wel de trimparkoersen, hindernisbanen in feite, die destijds in bossen en parken werden aangelegd.

Het was voor het eerst dat trainingspakken het dagelijks leven kleurden. Wie zich er destijds hollend in vertoonde, moest overigens wel een hoop lolligheid trotseren. Godzijdank roept tegenwoordig niemand meer dat ze hem al hebben.

In het begin van de jaren negentig zakte het hardlopen in om aan het eind van dat decennium een revival te beleven. Volgens de onderzoekers dankt het de hernieuwde belangstelling aan alle prestatielopen die in hun variëteiten enorm stimulerend werken. Volgens mij zit de aantrekkingskracht nog veel meer in de flexibiliteit van de inspanning. Op elk moment van de dag kun je sportschoenen aantrekken, de deur achter je dichttrekken en die een half uur later weer openen, bezweet en gezond.

Jogvriend Roy en ik willen zondag meedoen aan de tien kilometer van de City-Pier-City. We denken dat het zal lukken. Pijn schijnt tijdelijk te zijn en glorie voor eeuwig. Daarvan geloof ik overigens niets, maar het is een poging waard en vermoedelijk nog wel eentje.

jungmann@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden