Column

Ruik eens aan de parmezaan: pure kots

Column Thomas van Luyn

We gaan steeds meer jakkie vinden. Eigenlijk al het eten dat niet uit een fabriek komt.

Beeld Foto Robin de Puy

Begrijpelijk, want de natuur is een levende, wriemelende boel, waar geen beschaafd mens ooit een hap van zou nemen. Neem nou de beesten en de stukjes die we er vanaf halen. In mijn leven vond ik één keer een kippenklauwtje in mijn soep, Portugal: nageltjes en alles. Horror. Ik vond dat ik in de donkere middeleeuwen was terechtgekomen. Alleen omdat ik een keer zag wat ik eigenlijk at.

Je kunt beter niet te goed kijken. Neem nou kaas: een beest scheidt vette vloeistof af, daar voegen we maagsap aan toe waardoor het gaat schiften - bederven, inderdaad. Het klonterige gedeelte persen we samen en noemen we kaas en van het vloeibare gedeelte maken we veevoer en Rivella. Vreemde, onsmakelijke bedoening allemaal. Ook al gaat het schuil achter mooie archaïsche woorden als stremsel, wrongel en wei. Als je eenmaal de link hebt gelegd tussen het maagzuurgedeelte en de smaak van kots, blijft alle kaas een beetje naar overgeef ruiken. Ruik eens aan de parmezaan: pure kots. Geen wonder dat Japanners van onze bedorven-melkbrokken over hun nek gaan.

Niet dat ze zelf volle zalen trekken hoor, met hun flesjes bedorven-visprut op de eettafel. Evenmin als hun westerburen, de Chinezen, met dat duizendjarige ei van ze. Heus niet echt duizend jaar: vier maanden laten rotten is meestal genoeg om een prachtige zwarte blubber te verkrijgen. Tegenwoordig in ongebluste kalk, maar oorspronkelijk in, u raadt het al, paardenurine.

Dingen laten bederven, was normaal toen ze nog geen conserveermiddelen hadden. Makkelijker dan insmeren met zout of drogen en roken en het effect is goeddeels hetzelfde. Je krijgt alleen iets wat compleet smerig is voor iedereen die er niet mee is opgegroeid. Ik ben blij dat ik niet beter weet dan dat bedorven melkkots heerlijk is, want overjarige brokkelkaas is het lekkerste eten op de wereld. Overigens zit de korst daarvan vol mijten. In sommige streken geldt: hoe meer de kaas is aangevreten door mijt, hoe beter. Maar als je dat wilt vermijden, kun je kaas ook laten beschimmelen en dan krijg je, juist, schimmelkaas. Leg dat maar eens uit aan een Japanner.

Trouwens: bier.

Dat was eigenlijk ook niet meer dan een graanpapje laten staan totdat de toevallig aanwezige gisten en bacteriën er een orgie in hadden gehouden. Als die zich voldoende hadden sufgeneukt en vermenigvuldigd, kreeg je een zuur papje, dat lang houdbaar was en als je het doorslikte - ik neem aan met dichtgeknepen neus - werd je er hartstikke vrolijk van. Het proces is wat verfijnder geworden, met mooie woorden als mouten, schroten en wort, de smaak is alleszins prettig (heeeeeeeel prettig), maar het blijft een overblijfsel uit een tijd dat mensen alles in hun mond staken wat niet snel genoeg wegrende.

Ken je trouwens die stam met die oude vrouwtjes die plantjes kauwen en in een pot spugen? Na enige fermentatie is dat een heerlijk slobberdrankje. Met de consistentie van behangplaksel, want het blijft spuug. Klok, klok.

Hoe meer ik weet, hoe minder ik kan uitsluiten dat ik veganistisch word. Is mensenspuug trouwens veganistisch? Of moedermelk? Of die honderden dode insectjes die in elke hap muesli zitten?

t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.