Ruige Franse foto's versus braaf Nederlands werk

Eigenlijk zit in de titel van de expositie Confrontation, Histoire(s) Parall(s) al een ontsnappingsclausule ingebouwd. Mocht het met de beoogde confrontatie tussen de Franse en de Nederlandse fotografie die in het Institut Nlandais in Parijs wordt getoond loslopen, dan kan de bezoeker altijd op zoek naar het tweede deel van...

Arno Haijtema

Veel is gedaan om de confrontatie tussen de nationaliteiten te benadrukken. Twee curatoren zijn uitgenodigd, niet om het toonaangevende werk van hun eigen land te selecteren, maar om een persoonlijke selectie te maken uit het 'andere' land. De expositieruimten worden door middel van koordgordijnen in helften verdeeld. De koorden vormen een subtiele visuele barri, vrijwel overal kan de bezoeker door het gordijn heenstappen en aldus de grens slechten.

Met wederzijds respect zijn de curatoren, de Nederlander Erik Kessels en de Fransman Gabriel Bauret, gaan grasduinen in de fotografieoogst uit het nieuwe millennium van het hun toebedeelde land. Baurets keuze weerspiegelt de al weer even gearriveerde generatie. Elspeth Diederix, met een dromerige foto van een groep paardenbeeldjes, vlak boven de bodem zwevend van een diepblauwe zee. Cuny Janssen, met haar intrigerende kinderportretten. Margi Geerlinks, met een meerduidig portret van een meisje met hoofddoek, waarop is afgebeeld juist dat wat hij bedekt: haar haar, hals en schouders.

Bauret opent de expositie met twee landschappen van Gerco de Ruijter. Die maakt foto's met een aan een vlieger bevestigde camera. Haarscherp zijn de panorama's van arcadische landschappen. Ze bezorgen je een gevoel van gewichtloze vrijheid. Wat voor De Ruijters werk geldt, is op veel van de Nederlandse foto's van toepassing. Ze zijn origineel, ze passen in de documentaire traditie, ze zijn nu weer ernstig en dan weer speels.

Bert Sissinghs project, waarin hij met zijn vader de hoofdrol speelt in een fotografische vaderzoonkroniek, is tegelijk melig en bloedernstig. Melig als vader en zoon in pyjama met behulp van stoelen 'de oorsprong van de wereld' nabootsen, onheilspellend als vader gestrekt op bed ligt, in een pose als van een dode.

Sissinghs werk zou kunnen gelden als maatgevend voor de Nederlanders op de expositie; de toon is licht en er spreken relativeringsvermogen, respect en een zekere braafheid uit. De Fransen die Kessels selecteerde zijn ruiger. Zij zoeken het meer in grote gebaren. Roy Cymbalista's visie op familie balt zich samen in grove portretten van zijn moeder met een door een val of een klap beschadigd gezicht, en een indringend in de lens turende, woeste vader. Het zijn in technische zin lelijke foto's, met bleke, ingeflitste gezichten, maar in psychologisch opzicht missen ze hun uitwerking niet.

Vale Belin toont zich met haar enorme foto's van geplette autowrakken opnieuw een meester in zwartwit. Bovendien hebben de beelden grote zeggingskracht, door de gruwelijke verhalen die impliciet worden verteld. Belins foto's sluiten prachtig aan bij de portretten van automobilisten door Pascal Aimar. De bestuurders zijn 'betrapt' in de file, op een moment van concentratie of net even wegdromend, fronsend, piekerend, grimassen makend. De aanblik van al die eenzame individuen, met het zonlicht dat telkens anders over hun gezicht valt, is nogal aangrijpend.

De uitsmijter van de Franse inbreng heeft Kessels bewaard in de kelder van het Institut Nlandais. Daar is het gruwelkabinet ingericht van Denis Proteor, een fotograaf met een zo te zien niet te stuiten drang door de dringen tot vraagstukken omtrent leven en dood. In mortuaria en obductiekamers met emmers vol onduidelijke mensenresten zoekt Proteor naar de essentie van, ja van wat eigenlijk? Van de finale bestemming van de zichtbaar lijdende vrouwen wier afbeeldingen tussen deze nare foto's zijn opgehangen? Van de boodschap dat wij allen stof zijn en daar via de omweg van de ontbinding ooit toe zullen weerkeren? Deze getuigenissen van een hellevaart blijven je bij omdat ze zo abject zijn, niet omdat ze tot de verbeelding spreken.

Een confrontatie wil deze expositie niet worden nergens werken de Franse en Nederlandse foto's op elkaar in, domweg omdat ze elkaar door die gordijnen noodgedwongen negeren. Het blijft bij het zoeken naar parallellen. Wel, wat de twee nationaliteiten hier bindt, is de humane fotografische blik en een afkeer van de ziekte om te behagen. Daarbij zitten de Fransen het huidige grimmige maatschappelijke klimaat meer op de huid dan de Nederlanders, wier werk hier toch een beetje na bij afsteekt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden