Rugzakleerling niet altijd welkom in klas

Utrecht - Toegang van alle kinderen met een handicap tot het 'gewone' onderwijs is nog nooit zo dichtbij geweest. Het door Nederland ondertekende VN-Verdrag voor de Rechten van de Mens spreekt zich namelijk in artikel 24 duidelijk uit voor dit zogeheten inclusief onderwijs. Op een werkconferentie in Utrecht besprak de zogeheten Coalitie voor Inclusie woensdag hoe de uitwerking van het VN-verdrag gestalte moet krijgen.


Toch blijft inclusief onderwijs als heersende norm nog even toekomstmuziek, zo bleek in Utrecht. Het verdrag is nog niet door het Nederlandse parlement geratificeerd. Sinds de ondertekening zijn verschillende werkgroepen en ministeries aan de slag gegaan om op terreinen als onderwijs, wonen en werken de implicaties van het verdrag te onderzoeken. En daarbij blijken genoeg bezwaren.


Op dit moment zitten circa 110 duizend kinderen vanwege hun beperking op een speciale school. Daarnaast zitten ruim 36 duizend kinderen met een rugzakje op gewone scholen. Maar mede vanwege de explosief oplopende kosten is besloten de rugzakjes af te schaffen en het geld voor extra zorg direct aan de scholen te geven. Onduidelijk is wat er met de kinderen gebeurt, want veel scholen vinden het organiseren van extra begeleiding ingewikkeld.


De aanwezigen op de werkconferentie waren bijna allemaal sterk voorstander van een volledige toegang tot het reguliere onderwijs, omdat ze dat beter vinden voor de integratie van kinderen met een handicap. Astrid Haccou, moeder van een dochter met een autistische spectrum stoornis, vertelde hoe haar dochter op een speciale vwo-school voor autisten van de ene verbazing in de andere valt: 'Hoe kunnen kinderen die slecht zouden zijn in sociale vaardigheden, dit leren op een school met kinderen die hier allemaal slecht in zijn?'. En dan bovendien apart in taxi's naar school, waar geen kerstdiners zijn, geen schoolfeesten, geen maatschappelijke stages. 'Mijn dochter kan eigenlijk niet anders dan concluderen dat ze geen autist is, want al die dingen vindt ze juist wél leuk.'


Volgens het ministerie van Onderwijs voldoet de huidige praktijk van kinderen die met een rugzakje (geld voor extra begeleiding) in een gewone klas kunnen zitten formeel ook al aan het Verdrag. Maar de praktijk is dat ouders die hun kind willen aanmelden sterk afhankelijk zijn van wie ze tegenover zich treffen.


René Peeters, nu wethouder in Almere, maar in een vorig leven schoolbestuurder, weet hoe het werkt: 'Het verzoek om iemand met een handicap toe te laten, komt officieel bij het bestuur binnen, maar die laat de beslissing in praktijk over aan de directeur. Die kijkt vooral weer naar het team docenten, of die het zien zitten. Het gevolg is willekeur.' Als je het principebesluit neemt iedereen toe te laten, ontstaat meer drang om iets te regelen, stelt hij.


Miriam Kleijweg, moeder van de 12-jarige Menno, een jongen met het syndroom van Down uit Delft, illustreert hoe het in de praktijk uitpakt. Op een foto die ze heeft meegebracht, staat Menno temidden van zijn klasgenoten van groep 8 en die net als alle achtstegroepers in deze maanden zich aan het oriënteren is op het voortgezet onderwijs. Veel extra aandacht en een duidelijke structuur maakten het tot nu toe heel goed mogelijk dat Menno op een gewone basisschool zat.


'Zelf wil Menno heel graag door naar wat hij noemt groep 1', zegt Kleijweg, 'En dan vooral veel gymmen en zwemmen.' Maar Kleijweg realiseert zich dat de kans dat hij nu naar het speciaal onderwijs moet, voor 'moeilijk lerende kinderen' zoals hij, veel groter is.


Maar zomaar alle speciale instellingen afschaffen, zoals veel aanwezigen voorstaan, lost ook niet alles op, verklaarde de vertegenwoordiger van het ministerie: 'Er is nog steeds een forse groep ouders die een aparte speciale school willen, omdat ze vinden dat juist dát beter is voor hun kind.' Immers veiliger, minder veeleisend, meer voorzieningen.


'Maar waarom kiezen veel ouders hiervoor?', vroeg Mario Nossin, directeur van stichting Perspectief, en gaf vervolgens zelf het antwoord: 'Omdat ze vinden dat het regulier onderwijs hun kind te weinig biedt.'


Veiligheid is bovendien een verkeerd uitgangspunt, stelde Yolan Koster van kenniscentrum Crossover. 'Deze kinderen willen juist iets leren, en uitgedaagd worden. Veiligheid is de dood in de pot.'


Ervaringsdeskundige Vincent Ohlrichs, die in een rolstoel zit, heeft gemerkt hoe dat gaat: 'Ik heb pas op mijn 11de leren lezen. En alleen maar omdat mijn ouders, tegen het advies van de school in, een onafhankelijke psycholoog naar mij lieten kijken. Die zei dat ik het kon.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden