Opinie

'Ruben en Julian waren jongetjes ja, maar vooral Nederlandse jongetjes'

Omdat iedere vorm van adequate duiding ontbrak, konden we de kwestie Ruben en Julian weer gebruiken in onze Nedernationale kerk, schrijft Mark van Ostaijen. Iets waarin traditionele ideologieën niet meer aan voldoen, wordt vervuld door gebeurtenissen als deze.

Een man vlakbij de plek waar de lichamen van Ruben en Julian werden gevonden. Beeld anp

De emotionele uitbarsting rondom 'Ruben en Julian' heeft velen verbaasd en bevreesd. En het ontbrak aan iedere vorm van adequate duiding. Bij De Wereld Draait Door had filosofe Désanne van Brederode begrip voor het 'maatschappelijk medeleven', journaliste Lisanne Erlings vroeg zich af waarom er sprake is van 'collectieve rouw', terwijl de Volkskrant opende met 'publieke rouw in een nieuwe kerk' - welke de media zou zijn. Zijn wij werkelijk getuige van een nieuwe religiositeit en zijn de media daarin de nieuwe kerk?

Als de kwestie Ruben en Julian ons iets toont, dan toont het ons Nederlanders. Je zou het bijna vergeten, maar het hield vooral Nederland bezig. Daarbuiten was er hooguit medeleven en afschuw, maar mondjesmaat in vergelijking met de binnenlandse emotie. Zowel Koninginnedag, het afscheid van Fortuyn als de inhuldiging van de WK voetbalploeg laten de natie in zijn meest glorieuze en afschuwelijke vorm zien. Zo ook bij Ruben en Julian.

Maar waarom was er nu zoveel consternatie? Omdat het kinderen zijn? Ja. Omdat het een gruwelijke dood is? Ja. Omdat het een wekenlange cliffhanger was? Ja. Maar had dezelfde consternatie plaatsgevonden als dit in pakweg Oekraïne had plaatsgevonden? Nee. De belangrijkste verklaring voor deze massale emotionaliteit is de nationale identificatie ervan. Ja, dit waren jongetjes, maar het waren vooral Nederlandse jongetjes. En dat raakt de gemeenschap in haar collectieve hart.

Ontzuiling
Na de ideologische ontzuiling in Nederland kan men rustig stellen dat de natie en daarmee het nationalisme een existentiële behoefte vervullen waar traditionele ideologieën niet meer in voorzien. Het raakt aan leven, dood en onsterfelijkheid: zaken die van oudsher tot het domein van de religie behoorden. Was een religieuze gemeenschap voorheen streng in de rekrutering van haar leden, inmiddels heeft de nationale gemeenschap dat overgenomen. De socioloog Max Weber toonde het belang al eens aan van specifieke kwaliteiten om als volwaardig lid binnen een bepaalde kerkgemeenschap toegelaten te worden. Diezelfde ballotage is nu voorbehouden aan toetreding tot de natie. Dat noemen 'we' nu een 'integratiecursus'. De symbolen van kruis, habijt en koor hebben daarmee plaats gemaakt voor vlag, kroon en volkslied.

Daarmee is het 'huis van de natie' een belangrijke staatskerk geworden. Maar die kerk is vooral een verbeelde kerk. Zoals de historicus Benedict Anderson de natie ook een 'imagined community', een ingebeelde gemeenschap, noemt. Niet dat zij denkbeeldig of een illusie is, maar zij krijgt pas gestalte via de verbeelding. En daarvoor heeft die natie een medium nodig en dat medium is bij uitstek televisie. In combinatie met sociale media kon de natie zich tijdens Pinksteren volledig uitleven tijdens ze zoektocht naar en vondst van Ruben en Julian. Zozeer om met de filosoof Marshall McLuhan te spreken: 'the medium was the message, and the message was the nation'. Was het medium in traditionele religies nog voorbehouden aan priesters, dominees en pastors, inmiddels zijn de massamedia de hogepriesters van de natie in de vorm van journalisten, verslaggevers en presentatoren. Daarmee zijn zij geen nieuwe kerk, zoals de Volkskrant betoogde, maar de nieuwe bemiddeling tot de nationale kerk. Niet voor niets werd de vlag die halfstok ging bij de plaatselijke voetbalclub uitvoerig in beeld gebracht. De media bestaan bij de gratie van nationale voorkeur.

Busramp
Een mooi voorbeeld van die nationale voorkeur van media was enkele weken geleden zichtbaar bij de busramp van enkele Russische kinderen vlakbij Antwerpen. Enkele Journaals deden er kort verslag van, maar het gaf geen aanleiding tot 'het polsen hoe dit is aangekomen bij burgers op straat in Antwerpen', of dat een verslaggever de plaatselijke sportvereniging ging opzoeken. Laat staan dat er interviews waren met geëmotioneerde betrokkenen. Nee, dit drama sprak te weinig tot de Nedernationale verbeelding. Ten eerste speelde het voorval in België en ten tweede ging het hier om Russische kinderen. Dubbel pech voor de Nedernationale kerk. En dus te weinig interessant voor de mediale bemiddelaars daarvan.

Nee, geheel anders was de massamediale extase bij de Koninklijke inhuldiging. De chef-NOS liet zich zelfs ontvallen dat 'de NOS nu kan laten zien waartoe ze op aarde is'. Juist, namelijk het verbeelden van de natie. Dát is de 'nieuwe kerk' waar de media het Woord en het Beeld over voeren.

Het opvoeren van de media als nieuwe kerk miskent zowel de bemiddelende rol van de media als het belang van de natie. Het gebrek aan adequate duiding toont een gebrekkige verbeelding van deze nieuwe Nedernationale kerk.

Mark van Ostaijen is socioloog en als wetenschappelijk docent en promovendus verbonden aan de vakgroep Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden