Rozenkwekers vertrekken naar Kenia, maar het geld valt tegen

Ontwikkelingshulp is steeds meer een kwestie van handel. Veel Nederlandse rozenkwekers zijn verhuisd naar Kenia, waar ze de lokale bevolking aan werk helpen. De druk om duurzaam te produceren is groot, de verdiensten vallen tegen.

In de ultramoderne rozenkwekerij van Van Den Berg in Naivasha is 72 hectare grond gereserveerd voor de bloemenkweek. Beeld Sven Torfinn

Vrolijke Afrikaanse dansmuziek schalt door de fabriekshallen, waar tientallen vrouwen rozen in lengte en soort sorteren en in verschillende verpakkingen bundelen voor de export naar Nederland. Arbeidsvitaminen: ook de duizend vrouwen en mannen die aan het werk zijn in de kassen van de Nederlandse rozenteler Van den Berg Roses in Kenia kunnen niet zonder. Onverstoorbaar wijden ze zich aan hun sorteertaak; de ene bos in plastic met een zakje mest erop geplakt voor de Lidl, de andere in luxepapier met een zakje Chrysal en een kleurig lintje voor een andere Europese winkelketen.

Van den Berg Roses is een van de grote Nederlandse bloementelers die zich de afgelopen twee decennia hebben gevestigd aan Lake Naivasha, in het zuiden van Kenia. In de broeierig warme kassen staan op 72 hectare grond honderdduizenden rozenstruiken die jaarlijks 170 miljoen rozen opleveren. Tussen de struiken doen vrouwen in degelijke stofjassen en met beschermende handschoenen hun eerste van de drie dagelijkse ronden om de rozen op het juiste moment te knippen. Over vier dagen liggen de rozen in de supermarkt, hoofdzakelijk in Duitsland, waar ze voor gemiddeld 30 cent per stuk worden verkocht.

Schande

De winkelprijs van de rozen staat in schril contrast met het dagloon dat de vrouwen in de Afrikaanse kassen verdienen. Voor de gemiddeld 2.400 rozen die ze per dag knippen, krijgen de vrouwen 2,5 euro per dag uitbetaald. Een schande, vinden mensenrechtenorganisaties. De Nederlandse ontwikkelingsorganisatie Hivos laat al jaren geen Moederdag en Valentijnsdag voorbijgaan zonder te wijzen op de erbarmelijke arbeidsomstandigheden in de Afrikaanse rozenteelt.

Maar bij Van den Berg zijn ze niet onder de indruk van de kritiek. 'Wij zijn een keurig bedrijf', zegt bedrijfsleider Johan Remeeus terwijl hij met zijn stevige Hollandse postuur in een polo door de warme kassen beent. 'Wij betalen de mensen meer dan het minimumloon, bouwen klaslokalen, dragen bij aan huisvestingskosten, hun transport, pensioenopbouw en hebben zelfs een eigen kliniek voor onze mensen gebouwd', zo somt hij op. 'Zonder ons was er hier in Naivasha helemaal niets.'

Eerste deel drieluik

Dit is het eerste deel van een drieluik over de rol die private partijen kunnen spelen bij de verwezenlijking van ontwikkelingsdoelen, vooruitlopend op de VN-top 'Financing for Development' van 13 tot 16 juli in Addis Abeba, Ethiopië. Op deze top moeten biljoenen euro's bij het bedrijfsleven worden gevonden om de 17 nieuwe Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's) tot 2030 te kunnen behalen. De SDG's vervangen de Millenniumdoelen die eind dit jaar aflopen.

Op eigen benen staan

Kenia is een van de landen waarvan Nederland vindt dat het nu op eigen benen kan staan. De ontwikkelingsbijdrage wordt afgebouwd, nu is het bedrijfsleven aan zet. Bedrijfsinvesteringen leiden immers tot banen en groei en daarmee tot meer welvaart van burgers, zo is de gedachte achter de Hulp & Handelagenda die minister Ploumen van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking met succes overbrengt in binnen- en buitenland.

In Naivasha is de invloed van de grote landbouwbedrijven onmiskenbaar. Alle economische activiteit rondom het meer is te danken aan de buitenlandse agrarische bedrijven die Oost-Afrika hebben ontdekt als goedkoop productieland. Niet alleen telers van rozen, maar ook zaadveredelaars en producenten van plantenstekjes en groenten als sperziebonen en broccoli trokken massaal naar Naivasha voor de goedkope arbeid en het klimaat dat hun energiekosten drastisch zou drukken. Nu wordt er rond het meer op zo'n 800 hectare aan rozen geteeld en op nog eens 900 hectare aan diverse groenten, bedoeld voor export naar Europa.

Vorig jaar importeerde Nederland 2,8 miljard rozen uit Afrika, vooral uit Kenia en Ethiopië. Het rozenareaal in Nederland slonk van 1.000 hectare halverwege de jaren negentig tot nog 270 hectare nu. 'De rozenteelt is vrijwel geheel naar Afrika verplaatst en ze is daar bovendien fors gegroeid', bevestigt directeur Arie van den Berg vanuit het Nederlandse moederbedrijf in Delfgauw. Van den Berg is ervan overtuigd dat die verschuiving goed is geweest voor Afrika. 'Het begin van economische ontwikkeling in ontwikkelingslanden komt van de agrarische sector, dat hebben we hier in Kenia goed kunnen zien. Ook al verdienen mensen hier in onze ogen weinig, ze staan in de rij om hier te mogen werken.'

Kwekerijen gebruiken enorm veel water uit het Lake Naivasha. Beeld Sven Torfinn

Betonnen hutjes

Vanuit de arme gebieden van Kenia trokken duizenden mensen de afgelopen decennia naar Naivasha voor een vaste baan. Nu werken er dertigduizend mensen die wonen in de duizenden betonnen hutjes die in lange rijen zijn opgetrokken voor de 'seizoenswerkers'. Er heeft een levendige handel van waren en diensten plaats op de onverharde straten voor de arbeiderswoninkjes. Mannen sjouwen met zware zakken door de hevige moessonregen, in een schoonheidssalon worden vrouwen gekapt terwijl buiten in de modder twee schichtige mannen drie illegaal gevangen tila-piavissen uit het meer proberen te verkopen.

In Naivasha mag de economische motor zijn aangezwengeld, voor de werknemers is en blijft het sappelen. 'Ik verdien 7.500 shilling per maand (75 euro). Dat is bepaald geen vetpot', vertelt Naomi in haar kleine betonnen huisje van 5 vierkante meter, dat door een zwaar rood damasten gordijn wordt gescheiden in een woon-, keuken en slaapgedeelte. Ze arriveerde zeven jaar geleden als weduwe in Naivasha. Het werk in de bloemensector leek haar de enige uitweg om voor haar drie kinderen te kunnen zorgen. Die zitten nu op school, de oudste studeert zelfs. Met dank aan lokale leningen die ze aan de lopende band moet afsluiten om de eindjes aan elkaar te knopen. 'Hopelijk krijgt hij een beter leven dan ik', zegt ze berustend. 'Het leven zou zo veel beter zijn als er niet altijd gebrek aan geld was.'

Een alleenstaande moeder met haar twee kinderen in een eenkamerwoning in een dorpje dichtbij de rozenkwekerij. Beeld Sven Torfinn

Geen sinecure

Toch is iets beter dan niets, vinden de bloementelers als Van den Berg. 'Met het salaris dat mensen hier verdienen, worden huizen gebouwd, spullen gekocht en vindt economische ontwikkeling plaats.' 'Bovendien', zegt Remeeus, 'het minimumloon stijgt elk jaar met bijna 10 procent. We betalen nu bijna het dubbele van wat we betaalden toen we hier in 2004 begonnen. We zijn een commercieel bedrijf. Maar we houden ons netjes aan de regels.'

Dat is voor de tuinders bepaald geen sinecure. De druk vanuit consumenten om duurzaam en sociaal te produceren wordt steeds groter. Van den Berg heeft er twee jaar over gedaan om het Fairtrade-certificaat te bemachtigen. Zonder dergelijke keurmerken kunnen telers hun waren amper meer kwijt aan de Europese supermarkten. Daarnaast wordt ook lokaal steeds meer druk uitgeoefend om arbeidsrechten te respecteren en vooral ook duurzaam met het milieu om te gaan. De rozenkwekers worden in belangrijke mate verantwoordelijk gehouden voor de vervuiling en de wateronttrekking uit het Naivashameer. Per roos is zo'n 3 liter water per jaar nodig.

'Maar die beschuldigende vinger is niet geheel terecht', zegt Robert Becht van de faculteit Geo-informatiewetenschappen en Aardobservatie (ITC) van de TU Twente, die jaren onderzoek deed in Naivasha. 'De grote commerciële boeren gebruiken inderdaad het meeste water, maar de vervuiling komt van de kleine keuterboeren.' Sinds het meer in 2009 bijna droog was komen te staan, zijn diverse programma's voor watermanagement opgezet door organisaties als het Wereld Natuurfonds en SNV om zowel de grote bedrijven als kleine boeren te prikkelen tot efficiënter en duurzamer watergebruik.

Een werknemer loopt langs een computergestuurde irrigatieinstallatie in een kas. Beeld Sven Torfinn

Moeizaam proces

Nu Nederland de hulp afbouwt, legt de ambassade in Nairobi zich vooral toe op ondersteuning van dergelijke programma's. Dit jaar wordt ongeveer 25 miljoen euro aan subsidies verstrekt aan kennisinstituten, milieu- en mensenrechtenorganisatie die zich bezighouden met waterbeheer, natuurbehoud, duurzamere landbouwmethoden en versterking van burgerrechten.

'Het is een moeizaam proces', zegt Sunita Sarkar van IWRAP, het waterbeheerprogramma dat door de ambassade wordt ondersteund. 'Je moet duizenden kleine boertjes zien te overtuigen van het belang van diversificatie. Ze realiseren zich niet dat hun chemicaliën in het meer belanden. Dat ze moeten stoppen met bomen kappen omdat anders de grond met alle troep erin wegspoelt.'

Maar volgens Remeeus komt het vanzelf goed met het waterbeheer als de markt zijn werk doet. 'Wat heb ik er aan als ik pesticiden en mest in het meer laat lopen? Als wij het meer verpesten, kan ik mijn bedrijf wel sluiten', zo verklaart hij. 'Hetzelfde geldt voor de kleinere boeren. Die zien ook wel in dat het in hun belang is om het meer schoon te houden. Goed voorbeeld, doet volgen', denkt hij optimistisch.

Duurzamere productiemethoden

Zoals de meeste grote bedrijven heeft ook Van den Berg geïnvesteerd in duurzamere productiemethoden. Met een subsidie van Economische Zaken (PSI) heeft hij 1,5 hectare van zijn bedrijf vrijgemaakt voor Green Farming, waarbij de rozen op kokossubstraat worden gekweekt en water en mest in een gesloten systeem worden opgevangen, gezuiverd en hergebruikt. De resultaten zijn veelbelovend, maar Van den Berg twijfelt of hij ermee doorgaat. 'In een risicovol land als Kenia moet je zo'n investering versneld kunnen afschrijven. We hebben het tij bepaald niet mee.'

De marges in de rozensector staan zwaar onder druk, ook bij Van den Berg. Het bedrijf heeft niet alleen last van de hogere dollar, maar ook van overproductie en vooral de toenemende inkoopmacht van supermarkten. 'De gemiddelde prijs voor een bosje rozen in de supermarkt ligt nu op 2,99 euro', verzucht Van den Berg. De concurrentie is moordend, vooral vanuit Ethiopië. Steeds meer agrarische bedrijven trekken naar dit buurland omdat de lonen er nog lager liggen en investeerders er naartoe worden gelokt met 'tax holidays' van 5 tot wel 10 jaar.

De agrariërs in Kenia hebben die luxe nooit gehad, zeggen ze. De Keniaanse overheid maakt bovendien steeds meer werk van het innen van belasting. 'Wij kunnen het niet maken om de winst in Nederland te laten vallen, al zouden we dat willen', zegt Van den Berg. 'Het is gewoon keurig fifty-fifty, anders krijgen we last met de Keniaanse overheid. Hij behoort niet tot de bedrijven die voor 'tropische oplossingen' - zoals hij ze noemt - kiest om winst via belastingparadijzen weg te sluizen. Ook vaste lasten zoals voor het gebruik van energie, water of voor afvalverwerking zijn fors gestegen in Kenia, waardoor het land zichzelf doelbewust plaatst buiten de zogeheten race to the bottom, waarbij opkomende landen buitenlandse bedrijven met fiscale en andere prikkels proberen te lokken.

Hoge investeringskosten

Toch is stoppen of verhuizen geen optie voor de meeste telers in Kenia, vanwege de hoge investeringskosten. Werknemers moeten daar gebruik van maken en hun stem laten horen, vindt Peter Otieno van Workers Rights Watch Naivasha, die rapporteert aan grotere organisaties als SNV, Hivos en WWF. 'Arbeiders worden niet gehoord in dit land', zegt hij schuilend voor de zware moessonregen in een café in een lommerrijke tropische tuin aan het meer. Hij erkent dat de bedrijven hard nodig zijn. 'Maar wij willen niet afhankelijk zijn van hun gunsten', zegt hij, doelend op de sociale programma's die de bedrijven voor hun werknemers hebben opgetuigd. 'Zo wordt de overheid alleen maar lui gemaakt. Burgers moeten de overheid dwingen publieke diensten te leveren zoals zorg en onderwijs en ze moeten eisen dat bedrijven beter gecontroleerd worden op het naleven van beleidsregels. Nu stellen die inspecties niets voor. Als er al controles zijn, dan is dat op uitnodiging van het bedrijf.'

Arie van den Berg had graag meer willen betekenen voor 'zijn mensen' en een dorp voor hen willen bouwen. 'Huisjesmelkers maken misbruik van de arbeidsmigranten. Ze zitten hier in te kleine huisjes, zonder moestuin en zonder familie.' Zijn buurman Oserian heeft dat destijds wel gedaan. 'Maar die heeft de goede tijd nog meegemaakt. Wij zijn te laat gekomen. Met de wijsheid van nu weet ik niet of ik toen naar Kenia was gegaan.'

Beeld de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden