Rozenburg hoopt op een steur

De landtong van Rozenburg vormt de groene poort van de Rotterdamse haven. Het sluitstuk is een natuurlijke oever, gemaakt van gesloopte kademuren. Keert de Atlantische steur terug?

ROZENBURG - 'Ik heb vandaag alleen bot gevangen', moppert Klaas de Winter, die met zijn met twee werphengels had gehoopt op wijting of gulletjes (kabeljauw). 'Bot moet je thuis eerst nog villen als een paling, anders is-ie niet te vreten.'


Wel vaker slaat de 81-jarige oud-havenarbeider op de landtong van Rozenburg bot aan de haak. Die brakwatervis waagt zich in de Nieuwe Waterweg, de drukste vaargeul van Europa waar jaarlijks 80.000 zeeschepen van en naar de Rotterdamse haven koersen.


Andere typisch Nederlandse trekvissen, zoals de fint en de elft, zijn zeldzaam geworden. In 1952 is het laatste exemplaar gevangen van de Atlantische steur, in de Waal bij Tiel. Het rivierwater raakte steeds vuiler en er was geen doorkomen meer aan: het Haringvliet werd door de Deltawerken van de Noordzee afgesloten, de Nieuwe Waterweg is te riskant.


Dat verandert: door de aanleg van 'visvriendelijke oevers', ook ter hoogte van de stek van Klaas de Winter, zullen de steur en andere trekvissen zich er thuis voelen. Het Wereld Natuur Fonds (WNF), Rijkswaterstaat, de gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf gaan de komende tien jaar aan de slag.


Landtong Rozenburg is nu al de 'groene poort' van de Rotterdamse haven. Het is het smalste stukje natuur van Nederland, ontstaan toen het voormalige eiland Rozenburg (nu een Rotterdamse deelgemeente) eind jaren vijftig grotendeels werd afgegraven voor de aanleg van het Calandkanaal richting Botlek en de Zevende Petroleumhaven. Aan de noordkant ligt de Waterweg naar Europoort en verder.


Daartussen gaat de natuur zijn gang op het opgehoogde land. Met de petrochemische industrie als decor geven krekels een openluchtconcert met de scheepshoorn van de Oceanis. Die aangemeerde tanker in het Calandkanaal dient als tijdelijk windscherm voor grazende konikspaarden en Schotse hooglanders. Het Griekse schip van 330 meter is haast even lang als de landtong breed.


In de jaren negentig werd afgesproken dat er ter compensatie van de Tweede Maasvlakte extra groen moest komen in het havengebied. De landtong Rozenburg maakt daar deel van uit. De wilgen, elzen en populieren zijn niet door de mens geplant; de flora is letterlijk komen aanwaaien. De braamstruiken en het duindoornstruweel houden de hooglanders weg van jonge eiken- en berkentwijgjes. Spechten en nachtegalen huizen in de bomen.


'De natuur heeft zich zelf gevormd, maar er was veel opruimwerk nodig', zegt Gijs van Zonneveld van het WNF. 'De pacht werd afgekocht van keuterboertjes met aardappelvelden. We hebben heel wat hekken, schuurtjes en ander gepriegel weggehaald.'


De steur, elft en driedoornige stekelbaars schieten echter niets op met de ontwikkeling van landnatuur. Op het steile talud en de stenige bodem van de Nieuwe Waterweg waar de vissers hun hengels uitwerpen, groeien enkel onkruid en algen. Daarom wordt hier een nieuw slikkengebied aangelegd waar zeebies, zeeaster, riet en echt lepelblad aarden. Als het water door de getijdewerking van de Noordzee hoog staat, kunnen paling, houting en fint er foerageren en rusten; als het waterpeil daalt zullen scholekster, grutto en bontbekplevier er scharrelen.


Daartoe wordt de stenige bodem opgehoogd met grond. Ongeveer honderd meter van de kant af, evenwijdig aan de landtong, komen dammen waar het water bij hoog tij overheen golf. Omdat er nu al om de tachtig à honderd meter een krib ligt, een stenen dam haaks op de kade, ontstaan zo kommen die als habitat dienen voor planten, vogels en vissen. De scheepvaart heeft er geen last van, want de vaargeul blijft intact.


De aanleg gebeurt zonder haast en met dichte beurzen, legt Gijs van Zonneveld uit. 'Voor de dammen gebruiken we het puin en beton van gesloopte kademuren. Het puin wordt doorgaans vermalen en hergebruikt als onderlaag voor asfalt. Nu sparen we het transport uit. De grond komt van de grondbank van de gemeente.'


Zo ontstaat stukje bij beetje vijf kilometer aan visvriendelijke oever, dertig voetbalvelden groot. Tien jaar staat er in de planning - een ruwe schatting.


Komt de Atlantische steur naar de Nieuwe Waterweg? Vorig jaar werden door het Wereld Natuur Fonds, ARK Natuurontwikkeling en Sportvisserij Nederland 47 steuren uitgezet in de Waal bij Nijmegen en de Oude Maas bij Rotterdam. De herintroductie was mogelijk doordat de rivieren schoner zijn geworden en er veel natuurlijke uiterwaarden zijn aangelegd. Ook gaat het Haringvliet op een kiertje, zodat trekvissen kunnen migreren.


'De steur staat symbool voor alle zeldzame trekvissen', zegt Van Zonneveld. 'Als we die hier ooit aantreffen, is dat de kroon op ons werk.'


De vissers aan de kade blijven welkom aan de groene oevers, maar moeten zich niet verheugen op de grote, vette vis die ruim een meter lang kan worden en vijftig jaar oud. Van Zonneveld: 'Steur vangen? Liever niet, nee. Een beschermde vis moet je meteen terugzetten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden