Profiel

Roy Andersson is de koning van het surrealisme

De surrealistische film leeft meer dan ooit, wil het filmfestival in Rotterdam middels een speciaal programma laten zien. Regisseur Roy Andersson ( 71 ) is de moderne koning van het genre.

De Zweedse koning Karel XII komt te paard een hedendaagse kroeg binnen in 'A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence' Beeld Lumiére

'Ik ben blij te horen dat het goed met je gaat.' Het is een terugkerend zinnetje in A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence, het nieuwe meesterwerk van de Zweedse filmmaker Roy Andersson. De film is het laatste deel van Anderssons trilogie over de menselijke staat, na Songs from the Second Floor (2000) en You, the Living (2007).

Wie met zijn werk bekend is, weet dat de opgewekte mededeling met een korrel zout moet worden genomen. Bij Andersson gaat het zelden goed. Het is een treurige wereld die de regisseur laat zien, vol wanhopige stumperds die zich keer op keer laten kleineren, als ze niet druk bezig zijn anderen omlaag te halen. De mensheid maakt er een deerniswekkend zooitje van.

'Blij te horen dat het goed met je gaat': de zin is vooral een dappere poging de moed erin te houden. Net zoals de man die na een klaagzang zegt: 'Ach, anderen zijn nog slechter af.' A Pigeon Sat on a Branch wordt op het IFFR vertoond als onderdeel van Really? Really, een programma over het nieuwe surrealisme in de film.

Regisseur Roy Andersson Beeld AFP

Vervreemdend

Surrealisme - nooit helemaal weggeweest - leeft nu meer dan ooit, wil het programma met zo'n 35 korte en lange films laten zien. En Roy Andersson is de moderne koning van het genre. Het lijkt misschien een makkelijk etiket. Surrealisme is een rekbare term, toepasbaar op alles wat maar een beetje naar het absurde neigt. De wrange humor van Andersson, die de meest tragische situaties droogjes nog verder laat ontsporen, past goed in dat losse idee van surrealisme.

Net als zijn gewoonte de werkelijkheid enigszins te kantelen. Zijn films bestaan uit vignetten waarvoor de regisseur in zijn eigen studio met eindeloze precisie de decors laat bouwen, zelfs als het om buitenscènes gaat. Het effect is vervreemdend: alles ziet eruit zoals het er alleen in een film van Andersson uitziet.

De acteurs zijn bleek geschminkt, het kleurpalet bestaat uit bruinige, geelgroene en beige tinten. Heel veel rare dingen gebeuren er niet, maar toch is alles mogelijk. In You, the Living zet een huis zich langzaam in beweging (in een verpletterend mooie, poëtische scène), in A Pigeon Sat on a Branch marcheert een 18de-eeuws leger zomaar een saaie buitenwijk binnen.

Beeld Lumière
Beeld Hilde Harsha000

Kenmerkende stijl

Met realisme heeft het zeker niks te maken. Maar is het wel surrealisme? En in welke zin van het woord? Andersson begon zijn carrière met een heel ander type film. Nog maar net afgestudeerd van de Zweedse filmschool maakte hij een razend populair romantisch drama, A Swedish Love Story (1970).

Met fris uitziende, piepjonge acteurs, beweeglijk camerawerk, natuuropnamen, realistische dialogen, optimisme; kortom, alles waarvan hij later afstand zou nemen. De omslag kwam in de jaren tachtig, toen Andersson zich op commercials ging toeleggen. Noodgedwongen, want zijn tweede film Giliap (1975) was zo'n enorme flop dat hij als filmmaker niet meer aan de bak kwam.

In de reclamefilms ontwikkelde hij zijn kenmerkende stijl. Lange, ononderbroken takes, met een stilstaande camera met groothoeklens. Amateuracteurs die er niet bepaald florissant uitzien, vaak mannen van onbestemde leeftijd. Dialogen vol misverstanden en alledaags leed. Bittere humor: in een serie commercials voor een verzekeraar voerde hij tal van pechvogels op die merkwaardige ongelukken meemaakten.

Beeld Lumiére

Woede

Erg geestig, maar ook schrijnend. Wat bij een ander op leedvermaak zou uitlopen, komt bij Andersson voort uit mededogen. Hij staat achter de minkukels die hij opvoert. Kunst heeft de taak om op te komen voor het leven, zei hij in 2001 in een interview met de Volkskrant: 'Voor de zwakken en kwetsbaren, voor de menselijkheid.'

Voor degenen die vernederd worden, maar ook voor degenen die vernederen, want ook zij zijn vaak maar zielige figuren die niet beter weten. In de films van Andersson is iedereen een antiheld. Naast dat mededogen is er ook woede.

De drie films die hij sinds 2000 regisseerde (filmmaken is voor de perfectionist Andersson een proces van jaren) verdedigen de gewone ploeteraar, maar zijn een regelrechte aanval op een samenleving die gebouwd is op hebzucht en egoïsme. Machthebbers moeten het ontgelden: politici, bankiers, religieuze leiders, legergeneraals, het koningshuis.

Andersson windt zich vooral op over de uitwassen van het kapitalisme, maar verwijst ook regelmatig naar Zweedse oorlogsmisdaden die onder het tapijt zijn geveegd. De kerkelijke macht maakt hem razend, net als de monarchie. In A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence krijgt de Zweedse koning Charles XII ervan langs.

Eigen wereld

En in een bloedstollend onwerkelijke scène met een bizar martel apparaat komt het westerse slavernijverleden aan bod. Dat de stijl van Andersson vaak surrealistisch wordt genoemd, is logisch. Zelf noemt de regisseur de schilderkunst en literatuur vaak als inspiratiebronnen, met name de schilderijen van de Duitser Otto Dix ('grotesk, maar ook waar', volgens Andersson) en de poëzie van André Breton, een van de grondleggers van het surrealisme als kunststroming.

Breton schreef in 1924 het Surrealistisch Manifest, waarin hij zich vooral richtte op het onderbewuste: ongecontroleerde gedachten, dromen en toevallige associaties zag hij als belangrijker instrumenten dan de rede. In veel opzichten werkt Andersson als een schilder. Zijn decors en tableaus zijn schilderijen in bewegend 3D, vol met trompe-l'oeils.

Doorkijkjes naar buiten zijn altijd nep; de lucht is geen lucht, maar een afbeelding van de lucht. Zo creëert hij een eigen wereld die net iets afwijkt van de echte wereld, maar des te meer als een spiegel werkt. Alle tekortkomingen van de mens worden zichtbaar gemaakt. Toch is het vooral de inhoud van zijn werk die Andersson tot een ware Surrealist maakt.

Het uiterlijk van zijn films valt nog te scharen onder de brede, verwaterde definitie van het surrealisme, zoals die na bijna een eeuw gebruik gemeengoed is geworden: wat niet realistisch oogt, is surreëel. Maar de boodschap van Andersson maakt hem pas echt tot erfgenaam van de illustere eerste surrealisten - dichters als Breton, schilders als René Magritte, filmmakers als Luis Buñuel. Met hen deelt hij zijn boosheid.

Beeld Lumiére

Anti anti

De surrealisten waren anti-bourgeois, anti-establishment en anti-religieus. Ze rebelleerden tegen alle heersende machtsstructuren. 'Het echte doel van het surrealisme', zei Buñuel, 'was niet een nieuwe literaire, artistieke of zelfs maar filosofische beweging te beginnen. Het doel was de sociale orde op te blazen, om het leven zelf te veranderen.'

Toeval, dromen en het onwerkelijke dienden om de duistere kant van de mens bloot te leggen, maar ook zijn diepste angsten en verlangens, zijn kwetsbaarheid. In een tijd waarin realisme onder filmmakers de norm was, ging Andersson tegen de stroom in. In de afgelopen vijftien jaar kreeg hij meer zielsverwanten. Steeds meer films tonen een wereld die een beetje uit het lood staat misschien omdat dat ook werkelijk zo is.

De surrealisten geloofden dat kunst op zoek moet gaan naar het abnormale en het onlogische, omdat juist daar een diepere waarheid schuilgaat. Voor Andersson is die waarheid dat het bestaan absurd is. 'Het is niet makkelijk een mens te zijn', verzucht een van zijn personages. Op een gezellig muziekje, terwijl hij een fles wijn opentrekt, valt een ander zomaar dood neer.

En weer een ander ziet lichtpuntjes, want die zijn er gelukkig ook nog: 'Ik voel me verdraaid aardig vandaag', zegt een kaasboer, zonder enige aanleiding. 'Blij te horen dat het goed met je gaat.'

34 films in het programma Really? Really.

Dat het surrealisme in de film springlevend is, bewijst het omvangrijke IFFR-programma Really? Really. Zo'n zeventien lange en evenveel korte films selecteerde de Duitse criticus en filmprogrammeur Olaf Möller voor Rotterdam, merendeels nieuw werk. Het is een bonte verzameling, met bizarre experimenten en meer klassieke vertellingen.

De link met het surrealisme is soms overduidelijk, zoals in Reality van de Franse regisseur Quentin Dupieux. Met zijn dromen-in-dromen en wonderlijke beelden (een filmzaal vol mannen met eihoofden, een dier dat een videoband uitbraakt) refereert Dupieux aan de films van Buñuel, maar ook aan schilderijen van Dalí en Magritte.

Ook het Letse drama Landscape With Many Moons past uitstekend binnen het surrealistische kader: dromen (of hallucinaties) spelen ook hier een hoofdrol in een verhaal over een verwarde man die zijn leven ziet ontsporen.

Lastiger te plaatsen is de fascinerende documentaire Belluscone - una storia Siciliana. Filmmaker Franco Maresco is bekend als helft van het recalcitrante duo Ciprì en Maresco, aan wie in Rotterdam ooit een retrospectief werd gewijd. Ze maakten samen films waarin alles plaatsvindt wat God verboden heeft, liefst zo grotesk mogelijk.

Maar Belluscone is anders: een soort echte documentaire over de banden van Silvio Berlusconi met Sicilië, waarbij de regisseur met onfrisse maffiatypes in botsing komt. Twee zangers van het Siciliaanse levenslied en hun manager blijken in zulke schimmige zaken verwikkeld, dat de film er niet meer bovenop komt. Waarheid of waanbeeld? Soms is de werkelijkheid al surrealistisch genoeg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden