Interview

Roy Andersson: 'Humor gedijt als iemand faalt'

In de donkere komedie A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence staat, net als in eerdere films, vernedering centraal. Wat trekt Roy Andersson zo aan in dit thema?

Roy Andersson. Beeld AFP

Het vernederen staat centraal in zijn komedies, meent de Zweedse cineast en Gouden Leeuw-winnaar Roy Andersson (71). 'Vernederd worden, dat is een ingrijpende en diep menselijke ervaring. Of zien hoe een ander vernederd wordt, dat eveneens. En ook diegenen die een ander vernederen, komen op mij altijd als tragische personen over. Het verandert je, dat vernederen. Ik aanschouw het niet graag, maar helaas, ons moderne bestaan zit vol vernedering.'

En vernedering is een goede bodem voor humor.

'Ja, dat is waar. Een komedie, of humor op zich, gedijt zodra iets of iemand faalt. Falende mensen, dat is grappig. Mensen dromen ervan perfect te zijn, houden maskers op die onherroepelijk afvallen.'

U schaaft jarenlang aan de tableaus in uw films. Weet u altijd wat het publiek grappig zal vinden?

'Nee, ik volg slechts mijn eigen ogen en oren. In mijn opinie zijn álle volwassen mensen tragikomisch. Men kan daar niet aan ontsnappen. Kinderen en honden wel. Die reageren zonder barrière, eerlijk. Zodra kinderen opgroeien is dat voorbij.'

Tussen alle met het bestaan worstelende mensen In A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence komen twee figuren vaker voor dan de rest: een stel vertegenwoordigers.

'Verkopers ja, van... hoe heet dat in het Engels - ik ben mijn Engels kwijt, het werd laat gisteren. O, van humoristische dingen, van fopartikelen. In een van mijn eerdere films, Songs From the Second Floor, kwam ook al zo'n verkoper voor, maar dan van kruisbeelden. Wij, alle mensen, bevinden ons in een positie waarin we moeten verkopen. Ik ook, namelijk mijn films. Verkopen is als overleven, de basis. Vóór we beroepen kregen, waren we al verkopers.'

Beeld uit Roy Anderssons A Pigeon Sat On A Branch, Reflecting On Existence. Beeld Lumiere

Uw nieuwe film bestaat uit 39 tableaus, elk exact uitgedacht.

'Ik neem ze op zonder vaste volgorde, het zijn losse onderdelen. Het begin, met dat echtpaar dat zo door een museum struint, zat eerst ergens middenin. Een vriend van me zei: soms moet je gewoon een scène uit het midden pakken en ineens voorin zetten. Dat probeerde ik, en verdomd!

'Wat me bevalt aan die museumscène is de lichaamstaal van die vrouw. Er wordt niet gesproken, ze wacht tot haar echtgenoot klaar is met kijken. Dat ongeduld in haar motoriek, fantastisch.'

Voor u moet een film zonder kop of staart kunnen?

'De lineaire, traditionele wijze van vertellen interesseert me niet. Niet meer althans. Ooit was dat anders, maar cinema is meer dan zo'n schema ontmoeting-complicatie-oplossing. Het leven zelf is toch ook rijker dan zo'n verhaaltje? 25 jaar geleden ben ik een ander pad ingeslagen als filmer. Als ik tegenwoordig films zie, valt me op hoe pover de visuele kwaliteit vaak is. Schilderijen van Rembrandt, daar kun je uren naar kijken.'

Uw eigen films worden veelal vergeleken met het werk van Hopper.

'Hoppers schilderijen waren van invloed. Hij is zeker niet de enige invloed, maar ook bij hem zie je dat bleke en vale, hij gebruikt geen felle kleuren. Er spreekt een treurigheid uit zijn werk die me toch ook geruststelt. Mensen zitten in een kamer, staren uit het raam. Ze zijn er, en toch ook weer niet. Alsof het oneindig zondag is.'

Is er iets typisch Zweeds of Scandinavisch aan de figuren in uw films?

'Nee. Mensen zeggen dat vaak, maar dat is onzin.'

Ze zijn wel bleek, ogen ongezond.

'Ja, dat is evengoed een referentie aan de clown in het circus, dat bleke. Of het Japanse no-theater, waar ze Shakespeare spelen achter witte maskers, iets wat de potentie van de dialoog vergroot. Dát is de filosofie achter die bleke gezichten: ik wil dat iedereen in mijn film op elkaar lijkt. Ik houd niet zo van dat realisme of naturalisme dat je overal ziet. Ik zou mijn werk bij dat van schilders of cartoonisten plaatsen. In cartoons zien mensen er ook vaak hetzelfde uit, samengeperst.'

U vindt uw acteurs goeddeels op straat?

'Nou, eerder in mijn carrière stapte ik zelf op ze af, nu heb ik daar een assistent voor. Zeker jonge vrouwen durf ik niet zomaar op straat aan te spreken, daar ben ik te verlegen voor. Toen ik jong was bezat ik meer moed, maar vaak reageerden ze achterdochtig, omdat ik nog onbekend was als filmmaker. Zo is er altijd wat.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden