Rouw in de literatuur de verschijningsvormen kennen geen maximum

Requiem voor een gestorven zoon voedt ook de angst van de lezer.

Ik ben halverwege Tonio. Een requiemroman van A.F.Th. van der Heijden en weet niet of ik erin slaag dit requiem verder nog tot me te nemen. Sommige dingen kun je niet lezen. De bladzijden 150 tot en met 161 waren het ondraaglijkst. Op die plek in het boek beschrijft A.F.Th. van der Heijden Tonio's sterfbed. In 1989 vierde een studievriendin haar verjaardag. Er waren ook schrijvers op dat verjaardagsfeestje. Wat later op de avond verschenen op dat feestje een man en vrouw met reiswieg. In die wieg lag Tonio. De jarige stelde mij voor aan Mirjam Rotenstreich en Adri van der Heijden. Ik heb een minder goed geheugen dan A.F.Th., maar ik geloof dat het in '93 of '94 was dat Adri en Mirjam bij ons kwamen eten. We woonden in een bovenhuis en hadden in de achterkamer een tafelblad op schragen neergezet. Daar zaten de volwassenen te eten; in de voorkamer beleefde een jonge Indiaan allerlei avonturen. Af en toe vloog er een pijl met zachtgroene zuignap onze kant op, en als één van ons 'geraakt' werd, speelden we dat we levensgevaarlijk gewond waren geraakt. Halverwege het diner stelde de vader van de Indiaan een tijdelijk staakt-het-vuren voor. Er moest ook nog worden gegeten.


Zo rond de eeuwwisseling raakte ik Tonio enigszins uit het oog, maar bij de presentatie in 2007 in theater Odeon in Amsterdam van A.F.Th's Het schervengericht stond daar een dromerige, verlegen ogende adolescent, in gezelschap van wat vrienden. De indiaan van toen had een weelderige bos met gitzwart haar, met de slag en en krullen van zijn vader en de bijna mystiek oplichtende glans van het haar van zijn moeder. Dat haar vond ik toen het mooiste aan hem, tot ik Tonio van dichterbij zag en hem in de ogen kon kijken. Zelden een joch gezien met lievere ogen dan hij.


In 2010 schreef ik het Boekenweekgeschenk en mocht ik wat kaarten voor het Boekenbal uitdelen aan dierbaren en vrienden. Tonio's ouders sloegen het Bal dat jaar over, maar Tonio, die zich inmiddels had ontpopt tot begaafd fotograaf, wilde op het Bal graag wat schrijversportretten maken. Hij had helaas geen kaartje. Ik reserveerde een vrijkaart voor hem, maar toen ik hem op het Bal tegenkwam, was hij zonder camera. Die had hij bij de garderobe achtergelaten, vertelde hij. Het licht in de stadsschouwburg was niet goed, tenminste, niet goed genoeg voor het soort foto's dat Tonio in gedachten had. Overal om ons heen liepen persfotografen hun portretten te maken, maar deze aspirant-fotograaf was er zeker van: geen goed kunstlicht. Was het gek dat ik op dat moment aan zijn vader dacht, aan de man die streng voor zichzelf is in het creëren van de voorwaarden (werkplannen, schrijflocaties, en zelfopgelegde hoeveelheden te produceren pagina's per dag binnen een secuur afgebakend aantal weken of maanden) waaronder een roman dient te worden gecreëerd?


Op 24 mei van vorig jaar las ik op nu.nl een nieuwsbericht met de kop 'Vijftien verkeersdoden tijdens Pinksterweekeinde.' Ergens halverwege het bericht stond: 'Op eerste pinksterdag bezweek ook een 21-jarige man in het ziekenhuis aan zijn verwondingen. De man was in de nacht van zaterdag op zondag in Amsterdam op zijn fiets aangereden door een personenauto.' Elders op internet, als ik het me goed herinner op de site van de Amsterdamser tv-zender AT5, was meer te lezen over de '21-jarige man'. Het ongeval had niet ver van ons huis plaatsgevonden, op een kruising nabij het Rijksmuseum.


Later die dag hoorden we wie de '21-jarige man' was. Een paar jaar na publicatie van haar roman I.M. schreef Connie Palmen in NRC Handelsblad dat zij zich altijd over iets heen moet zetten als ze een boek begint te lezen over een overleden geliefde, of dat nu echtgenoot, ouder of kind is. Al die boeken vertellen in wezen hetzelfde verhaal, aldus Palmen. 'Rouwen gebeurt altijd op dezelfde manier', stelde ze. 'Zo veel literaire varianten vallen er niet te bedenken voor de toestand waarin de rouwende neergesmeten is.'


Zou Connie Palmen, in én buiten tijden van rouw, wel goed om zich heen hebben gekeken en gelezen? De verschijningsvormen van rouw kennen geen maximum - niets menselijks is de rouwende vreemd. Naar aanleiding van The Year Of Magical Thinking van Joan Didion, over de dood van, in één en hetzelfde jaar, van haar man en dochter, schreef ik eertijds in Vrij Nederland: 'De stuwkracht van de rouw werpt de achterblijver in de richting van uithoeken van gevoelens en gedragingen die naar verscheidenheid vrijwel onuitputtelijk zijn.'


Ik ben, als gezegd, halverwege Tonio en moet dus nog aan het deel beginnen waarin, zoals ik uit de recensies heb begrepen, de schrijver op een naar het schijnt bijna maniakale manier de laatste dagen van zijn zoon probeert te reconstrueren. Hier wordt, anders dan in veel andere romans over een overleden kind, de rouw bevochten door middel van een soort onderzoek dat zich laat vergelijken met dat door Truman Capote, ter voorbereiding van zijn meesterwerk In Cold Blood. Zo'n groots en gedetailleerd onderzoek tekent de schrijver die Van der Heijden is: iemand die zich onderdompelt in een tot in de finesses uitgewerkte reconstructie, ditmaal bij wijze van weermiddel tegen wanhoop en rouw. Vanzelfsprekend is dat weermiddel ontoereikend, dat weet de schrijver ook wel - maar hij gaat er wél mee door, misschien wel om niet alleen angst en rouw, maar ook een nakende waanzin te bezweren.


Vergelijk het vuistdikke Tonio eens met het compacte Schaduwkind, P.F. Thomése's in memoriam voor zijn kort na de geboorte overleden dochter Isa. Wie kan bij vergelijking van Schaduwkind en Tonio nog, zoals Palmen, volhouden dat er 'niet zoveel literaire varianten' vallen te bedenken bij het verbeelden van de rouw? Schaduwkind bevat louter miniaturen die een schrijver tonen die in zijn toestand van rouw bevroren lijkt te raken. De ziel bevriest, en bij de minste gemoedsbeweging richten ijsscherven innerlijke schade aan. Intussen verbaast de rouwende ouder zich erover dat de wereld nog intact is. In zekere zin wacht hij op het instorten van alles wat hem omringt. Dat zou het evenwicht herstellen.


Aan het begin van Schaduwkind overheersen woede en rancune vanwege het feit dat, zo benadrukt de schrijver, het verkéérde kind is doodgegaan. Thomése jaagt in het begin van zijn boek 'de mensen' letterlijk weg: 'Vandaag een schutting geplaatst. (...) God, wat haat ik de mensen. Kst! Vort!' En: 'Als het mogelijk is dat soms de verkeerden sterven, dan volgt daaruit dat er anderen dood hadden moeten zijn.'


Thomése toont zich boos op de levenden - terwijl in Tonio duidelijk wordt dat A.F.Th. van der Heijden en zijn vrouw Mirjam Rotenstreich bang zijn geworden voor de levenden. Zij ontvluchtten, áls ze de deur al uitkomen, de binnenstad van Amsterdam en wijken uit naar de geitenboerderij aan de rand van de stad omdat ze er zeker van zijn daar in ieder geval geen bekenden tegen te komen, tegen wier medeleven ze op voorhand niet zijn opgewassen, hoe goed ook bedoeld.


Thomése probeerde, notitie voor notitie, zijn haat in te tomen en zijn toestand van ijzige wanhoop te bezweren, terwijl Tonio de indruk wekt van éen grote, allesoverheersende angstbezwering. De vraag is: angst waarvóór - nadat het allerverschrikkelijkste zich heeft voltrokken? Angst voor alles, alles en iedereen, behalve misschien voor de dood zelf, want de dood is inmiddels de uithollende en kaalvretende metgezel in het binnenste van het ouderpaar. Je leest Tonio en ontdekt hoe de dood in de twee ouders verrijst. Díe ontdekking maakt het lezen van Tonio tot een, letterlijk, angstaanjagende ervaring.


Het gaat niet aan de ene verschijningsvorm van rouw met de andere te vergelijken. Schaduwkind en Tonio zijn gestempeld door dezelfde mate van hartverscheurendheid. Het feit was wel dat ik mij bij lezing van Schaduwkind inleefde in de woede en haat van de achterblijver, terwijl een woord als 'inleving' bij lezing van het van angst doordrongen Tonio volledig buiten de werkelijkheid van de leeservaring valt. Het kan niet anders of die angst vreet zich bij lezing bij je naar binnen. Daarom ben ik nog maar halverwege Tonio. Ik kan voorlopig niet verder lezen want ben te bang voor wat nog komen gaat.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden