'Rouvoet verwaarloost jeugdgezondheidszorg'

Hoogleraren: de focus ligt te veel op kindermishandeling en probleemgezinnen...

AMSTERDAM Minister Rouvoet van Jeugd en Gezin besteedt te veel geld en aandacht aan kindermishandeling en probleemgezinnen. Daardoor verwaarloost hij de normale taken van de jeugdgezondheidszorg, stellen diverse hoogleraren. Ze voorspellen problemen op de langere termijn: juist de preventie van zaken als kindermishandeling komt door zijn beleid ernstig in de knel.

‘Rouvoet zet heel zwaar in op kindermishandeling, risicogezinnen en probleemjongeren’, zegt Simone Buitendijk, hoogleraar Preventieve Gezondheidszorg voor Kinderen bij TNO en het LUMC. ‘Dat is de kant waar het al misgegaan is. Daar gaat een onevenredig groot deel van het budget naar toe. Maar daardoor gaat er minder geld naar preventie: consultatiebureaus, schoolartsen en jeugdverpleegkundigen. Zij kunnen problemen juist voortijdig opsporen.’

Ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg waarschuwde Rouvoet hier onlangs voor en sprak van een ‘zorgelijke tendens’.

‘Ik hoor beleidsmakers vaak zeggen: met 95 procent van de kinderen gaat het toch heel goed?’, aldus Buitendijk. ‘Ze vinden dat je moet inzoomen op die 5 procent met wie het slecht gaat. Het idee is: we gaan nú de kindermishandeling oplossen. Niemand wil ooit nog een Savanna. Dat is natuurlijk prima, maar het probleem is dat er bij die 95 procent ook kinderen zitten met wie het dreigt fout te gaan. Juist deze categorie moet je zien te vinden.’

Zo is het aantal keer dat kinderen worden opgeroepen door de schoolarts de afgelopen jaren gedaald, zegt hoogleraar Jeugdgezondheidszorg Frans Feron uit Maastricht. ‘Vroeger werd een kind tussen zijn 4de en zijn 19de om de twee à drie jaar onderzocht. Nu gebeurt dat in de meeste gemeenten nog maar drie keer. Dat is veel te weinig om problemen op tijd te kunnen signaleren.’

Tijdens deze bezoeken moet het kind worden onderzocht op tientallen problemen, zoals groeistoornissen, overgewicht, mishandeling, problemen met eten en slapen, taalproblemen en gedragsstoornissen. ‘Maar omdat er steeds minder tijd voor is, zien we zaken dus te laat of helemaal niet’, zegt Feron. ‘Bovendien wordt de problematiek bij jongeren ook steeds complexer. Dat betekent dat we tekortschieten in de preventie.’

‘Kinderen worden op hun 13de voor het laatst gezien’, zegt Buitendijk. ‘Terwijl er juist zoveel problemen zijn bij pubers: eetstoornissen, problemen met seksualiteit en soa’s, overgewicht, alcoholmisbruik. Iedereen weet hoe gevaarlijk dat drinken is voor hersenen van jongeren. Dat zou je allemaal kunnen opsporen. Maar dat gebeurt nu niet.’

Feron: ‘Ik hoor vaak: iedereen heeft toch een huisarts? Maar er zijn problemen waar mensen niet zelf mee komen. Ik heb nog nooit van een vader gehoord: goh, ik misbruik mijn dochter drie keer per week, kunt u even naar haar kijken? En een kind zal dat ook niet uit zichzelf vertellen. Daarom is het zo belangrijk dat een onafhankelijke arts daar op vaste tijden naar kijkt.’

Hij hoort dat bij sommige gemeenten het bezoek aan de schoolarts wordt vervangen door een vragenlijst. ‘Als kinderen daar goed op scoren, hoeven ze niet meer gezien te worden. Maar daarmee onthoud je een kind dus wel het contact met een arts.’

Hoogleraar Jeugdgezondheidszorg Remy Hira Sing van het VU Medisch Centrum stelt dat Nederland zich nauwelijks realiseert hoe goed de consultatiebureaus zijn – nog wel. Ouders komen nu massaal naar de consultatiebureaus, ook laagopgeleiden en allochtonen, zegt hij. ‘Maar als je alles laat versloffen en ervan uit gaat dat het altijd goed zal blijven, dan zal het slechter worden.’

Volgens de hoogleraren is er ook nauwelijks budget voor innovatie. Zo functioneert de hielprik, de screening van baby’s op stofwisselingsziekten, nu nog fantastisch, stelt Buitendijk. ‘Daarmee worden per jaar tweehonderd sterfgevallen en ernstige aandoeningen voorkomen. Maar dat moet je wel blijven ontwikkelen. En daar is de laatste jaren geen geld meer voor.’

Dat de tijd om kinderen te onderzoeken steeds korter wordt, kan leiden tot meer kindermishandeling, zegt Feron. ‘Bij consultatiebureaus kan nu nauwelijks aandacht besteed worden aan de vraag: wat betekent het eigenlijk om kinderen te hebben? En: hoe is dat als een baby vaak huilt?’ Van huilbaby’s is bekend dat ze een grotere kans hebben te worden mishandeld.

Een woordvoerder van Rouvoet laat weten dat het niet hard te maken is of er wordt bezuinigd. Volgens hem is er juist geld bijgekomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden