Routinier kijkt om, medisch mirakel wint

De eerste les uit het handboek voor natuurijsschaatsers luidt: kijk nooit en te nimmer om. Uitgerekend routinier Piet Kleine vloekte tegen dit gebod in de laatste kilometers van de alternatieve Elfstedentocht op de Oostenrijkse Weissensee....

Van onze verslaggever

Rolf Bos

TECHENDORF

Terwijl hij opkrabbelde, gleed de boomlange Peter de Vries voorbij. In een finale als deze is er geen tijd voor beleefdheden; De Vries zette nog eens aan, en won de achtste editie van deze 200 kilometer lange tocht over het Karinthische meer.

De Vries is zo'n medisch wonder, waarvan er wel meer in de

(top)sportwereld rondlopen. Ooit, in de jaren van Vergeer en Visser, was hij een groot talent in de kernploeg. Hij kreeg echter een ernstig auto-ongeluk, voor zijn leven werd gevreesd. Uiteindelijk werd hij 'met stalen platen weer inelkaar gedraaid' en zou hij heel 'blij mogen zijn als hij ooit weer een beetje kon lopen'.

Het werd schaatsen op top-niveau. Aan de hand van Henk Gemser kwam De Vries (27) terug. Niet op de langebaan, maar in het marathonpeloton. Vorig jaar werd hij al tweede op de Weissensee, achter de beter sprintende Lammert Huitema, bij het NK op natuurijs veroverde hij eerder dit jaar weer zo'n stek, achter de verrassende winnaar Yep Kramer.

En nu dan een eerste plaats op de Weissensee. Des te meer opmerkelijk, omdat De Vries een vervelende periode van zeven weken stilzitten achter de rug heeft. 'Tot kerstmis had ik veel last van een achillespees-blessure. Ik kon alleen met de benen op tafel', zegt hij, terwijl hij met pijnlijke grimassen de schaatsen van zijn voeten stroopt. Op de knie van zijn sponsor mag hij even uitrusten - een gewone stoel is bij de finish even niet voorhanden.

Onder bijzonder mooie omstandigheden - windstil, rond de twee graden onder het vriespunt, met een vrolijke wintersportzon - gleed De Vries naar een snelle tijd: 5.55.56. Alleen Dries van Wijhe was in zeven jaar geleden sneller, maar die schaatste toendertijd iets minder dan tweehonderd kilometer op een ander, groter deel van het bevroren meer.

Meer dan vijftienhonderd deelnemers waren er actief op het Oostenrijkse meer in de Gailtaler Alpen. Wedstrijdrijders en veel toerrijders in lange slierten, maar ook solo, in alle mogelijke stijlen voortglijdend. Op gewone schaatsen, op de klappende variant, op ijzers die met langlaufbindingen onder de schoenen waren gebonden. En natuurlijk met ijspegels in de baarden - de gemiddelde leeftijd lag ruim boven de veertig.

Marathonschaatsen aan de top is - net als bij het wielrennen - een ploegensport. De avond voor de wedstrijd kropen teamgenoten Arnold Stam, Henk van Benthem (de jongere broer van Evert) en De Vries bijelkaar op de hotelkamer, om de tactiek voor de volgende dag door te nemen. Het werd een simpele strategie, om te anderen 'kapot' te rijden. Stam opende na de start meteen het offensief. Hij reed honderd kilometer alleen op kop, met een maximale voorsprong van ruim vijf minuten op een peloton met alle favorieten.

Vooral de schaatsers uit de sterke ploeg De Klerk's (Kleine, Kramer en Huitema) moesten het nodige werk verzetten om de 'klepper' uit Sprang-Capelle, die gemiddeld rond de veertig kilometer per uur reed, terug te halen. Stams ploeggenoten Van Benthem en De Vries hoefden alleen maar te controleren.

Toen het werk gedaan was stopten Stam en Van Benthem ('superbenen vandaag, maar mij lieten ze niet wegrijden, bovendien komt er in Nederland nog meer. . .'). Vijf man bleven over: De Vries, Kleine, Jan Eise Kromkamp, Harmen Pieterse en de Fin Paalaasma.

De Vries reed vorig jaar nog 70 kilometer solo, waarna hij op de streep door Huitema geklopt werd. 'Dat is dom tijdens zo'n monsterrit. Nu ben ik slimmer geworden. In zo'n groep neem je tegen het einde de kop, dan laat je je na twintig seconden kreunend zakken om te laten zien hoe zwaar je het hebt. Dat is het spel, je moet de anderen voor de gek houden.'

In de laatste ronde van 16.750 meter, die in totaal twaalf maal afgelegd moest worden, bedacht De Vries 'wel tien varianten om te ontsnappen. Maar Piet demarreerde al, de rest zat er door en ging staan. Ik ging dus alleen achter Piet aan. En als hij dan zo'n scheur ingaat, dan is het doorrammen. Piet zal wel denken, ''wat een klootzak'', maar voor mij is er slechts één plaats die telt.'

'Piet' glimlachte: 'Het ging hartstikke lekker, ik demarreerde goed en ik zou wel effe omkijken waar de rest bleef. Stom? Tuurlijk, ik weet het. Kijk nooit achterom op natuurijs, want je kunt van alles tegenkomen.'

In het geval van de Olympisch kampioen uit 1976 was het een brede, lelijke scheur. Daarom klonk het ingeblikte Wilhelmus op de dichtgevroren Weissensee ditmaal voor Peter de Vries, medisch mirakel uit Luz-Woude.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden