Rotterdamse werf zit in tijdsklem met ontwerp nieuwe onderzeeër RDM richt een klein sterfhuisje op

Het is een nagenoeg onmogelijke opdracht, maar de Rotterdamse werf RDM krijgt drie jaar de tijd om een compacte, ultramoderne onderzeeboot te ontwerpen èn te verkopen....

Van onze verslaggever

Theo Nijenhuis

ROTTERDAM

Bij de lopende reorganisatie heeft het moederconcern Begemann de marine-bouw bij de RDM onder druk gezet. Over drie jaar moeten er concrete orders liggen, anders wordt ook die afdeling waarschijnlijk gesloten. De RDM moet op alles op alles zetten om de nieuwe onderzeeboot bouwrijp te maken.

De Moray 1400, zoals de onderzeeër wordt genoemd, heeft niets mee wat voor potentiële opdrachtgevers van belang is. De 'eigen' marine is financieel gekortwiekt en zal nooit een Moray bestellen. Nergens anders vaart nog een Moray. De Saoedi's, die ooit hebben onderhandeld over een iets grote versie, de Moray 1800, hebben uiteindelijk afgehaakt.

In de lopende reorganistie bij de RDM - de vijfde in ruim tien jaar tijd - is de Moray bruikbaar als sociale strohalm. Zonder een ontwikkelingsopdracht van 22 miljoen gulden van het ministerie van Economische Zaken zouden er geen 260 arbeidsplaatsen moeten verdwijnen, maar ruim 400.

Maar pessimisten zijn ervan overtuigd dat binnen de nieuwe opzet van de RDM er een klein sterfhuisje is gesticht: RDM Submarines BV. Niet dat de RDM het zo ziet. De nieuwe BV krijgt ook haar deel van de 30 miljoen gulden startkapitaal die de RDM-nieuwe-stijl meekrijgt. En de RDM is zeker niet van plan de bouw van onderzeeboten zomaar op te geven.

De werf heeft kapitalen aan geld en energie gestoken in uiteindelijk vergeefse onderhandelingen met Taiwan.

En elke potentiële opdrachtgever wordt door de RDM benaderd. Er zijn contacten bijvoorbeeld met Indonesië. En Pakistan kreeg de RDM over de vloer, hoewel het land de RDM niet op zijn lijstje had staan van potentiële leveranciers.

RDM'ers geven nooit op. Toen het kabinet met steun van de Tweede Kamer levering van een tweede serie onderzeeboten aan Taiwan verbood, kwam de RDM met een ontwerp voor een marinewerf die op Taiwan kon worden gebouwd. Daar zouden de Taiwanezen met assistentie van Nederlandse ingenieurs hun schepen kunnen bouwen.

Nu is de angst op Taiwan voor een Chinese blokkade weggeëbd en de Taiwanezen hebben bovendien al erg veel geld gespendeerd aan vliegtuigen en fregatten, maar RDM's moederconcern Begemann heeft de potentiële droom-order uit Taiwan slechts met de grootst mogelijke moeite uit zijn gedachten gezet.

Pas nu zijn er grenzen gelegd. Als het na drie jaar niet lukt om een Moray 1400 te verkopen, wordt er een streep getrokken onder het maritieme verleden van de RDM. De RDM, die vijf grote reorganisaties heeft doorgemaakt in ruim tien jaar tijd, zal dan ondergaan in de grote massa van middelgrote constructiebedrijven. De RDM zal geen werf meer zijn.

Een termijn van drie jaar is op de internationale defensiemarkt bijzonder kort. Vrijwel geen enkel land koopt één onderzeeboot. Het is altijd een serie en bij een prijs van een half miljard wordt al gauw enkele jaren onderhandeld tussen opdrachtgever en potentiële leveranciers.

De opdrachtgever weet bovendien dat hij praktisch elke punt en komma van het contract kan dicteren, want de markt voor onderzeeboten is volledig ingezakt. In 1983 werden er wereldwijd nog elf onderzeeboten per jaar besteld. In 1993 waren het er vier. Maar de RDM voorspelt dat er inhaalvraag optreedt.

Het aantal bouwers is echter groot, al is er een kopgroep. Het concern Kockums uit Zweden zit daarin evenals HowaldtswerkeDeutsche Werft uit Kiel. De Zweden en Duitsers zijn experts in het bouwen van compacte onderzeeboten, waarbij Howaldtswerke zich bovendien heeft toegelegd op de export van technologie. Landen als India en Chili kunnen dankzij hun contacten in Duitsland eigen onderzeeërs bouwen.

Qua technologische kennis is de RDM een evenknie van de Zweden en de Duitsers. De RDM kan zelfs een onderzeeboot bouwen waar admiraals van watertanden: een conventionele onderzeeër die extreem lang onder water kan blijven zonder dat de dieselmotoren zonder lucht komen te zitten.

Dit 'lucht-onafhanklijke' voortstuwingssysteem is volgens experts verder ontwikkeld dan de experimenten waar de Duitsers en Zweden aan werken. Maar de Duitsers en de Zweden hebben een tactisch voordeel: ze zitten niet in een tijdsklem.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden