Interview

Rotterdamse huisarts: ‘Ik heb van dichtbij gezien dat desinformatie over corona tot de dood kan leiden’

De Rotterdamse huisarts Shakib Sana ging de markt op om bewoners in kwetsbare wijken te informeren over corona en het vaccin. Beeld Jiri Büller
De Rotterdamse huisarts Shakib Sana ging de markt op om bewoners in kwetsbare wijken te informeren over corona en het vaccin.Beeld Jiri Büller

De Rotterdamse huisarts Shakib Sana bond het afgelopen jaar de strijd aan met een gapende ‘vaccinatiekloof’ tussen welvarende en kwetsbare wijken. Nergens in Nederland tekende die kloof zich zo scherp af als in zijn stad Rotterdam. ‘Mensen die twijfelen moet je niet pushen.’

Robert van de Griend

Ruim anderhalf uur lang heeft Shakib Sana (42) op beheerste toon verteld hoe hij als huisarts in Rotterdam en Leerdam de coronacrisis het hoofd probeert te bieden als hij plotseling stil valt en breekt. Het gebeurt als hij een herinnering ophaalt aan één van zijn patiënten, een man van midden veertig die aan het begin van de pandemie bij hem in de spreekkamer belandde na drie dagen in hevige ademnood te hebben verkeerd.

‘Kort daarvoor was die meneer nog bij me geweest met milde coronaverschijnselen. Toen had ik hem gezegd onmiddellijk contact met me op te nemen als de klachten zouden verergeren. Ik vroeg hem waarom hij dat niet had gedaan. De man barstte in huilen uit en zei dat hij bang was dat hij het niet zou overleven. Daarom wilde hij eerst zijn zoontje leren hoe hij voor hun hond moest zorgen, als hij er niet meer zou zijn.’

Sorry, zegt Sana, terwijl hij zijn ogen droog veegt. ‘Zoiets raakt me. Het laat ook zien dat je nooit te snel moet oordelen over mensen die geen medische hulp zoeken. Daar kunnen heel begrijpelijke motieven achter schuilgaan, dat houd ik altijd in mijn achterhoofd.’

Het was ook één van de leidende gedachten achter de strijd die Sana het afgelopen jaar aanbond met een verschijnsel waar veel grote steden zich mee geconfronteerd zagen: een gapende ‘vaccinatiekloof’ tussen welvarende en kwetsbare wijken. Nergens in Nederland tekende die kloof zich zo scherp af als in Rotterdam. Waar de rijkere delen van de Maasstad in april 2021 een vaccinatiegraad van 80 à 90 procent noteerden, bleven wijken als Delfshaven, Feijenoord en het oude Noorden steken op 30 à 40 procent.

De markt op om burgers te informeren

Toen Sana, zelf werkzaam in Delfshaven, die percentages onder ogen kreeg, besloot hij in actie te komen. Samen met Robin Peeters, internist in het Erasmus MC, stuurde hij een brandbrief aan minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid met een pleidooi voor een betere en toegankelijkere informatievoorziening over corona en vaccinaties. Ook initieerden hij en Peeters een campagne waarbij ze samen met andere Rotterdamse artsen, GGD-medewerkers en vrijwilligers op zaterdagen in drie achterstandswijken de markt op gingen om vragen over het coronavaccin te beantwoorden en ter plekke prikken te zetten bij wie dat wilde. Die campagne loopt nu al ruim zeven maanden.

Daarnaast was Sana één van de drijvende krachten achter Gezondheidskloof.nl, een website met filmpjes waarin medici met een migratieachtergrond in hun moedertaal vertellen over het belang van vaccineren. De site is ook een ‘platform voor vraag en aanbod’, waarop buurthuizen, scholen, moskeeën en kerken die een informatieavond over corona willen organiseren, worden gekoppeld aan artsen en geneeskundestudenten.

Sana’s inspanningen bleven niet zonder succes. Kort na de brandbrief kwam Hugo de Jonge op werkbezoek in Delfshaven en liet het kabinet folders in twaalf talen drukken die onder huisartsenpraktijken werden verspreid. De vaccinatiegraad in de achterstandswijken liep mede door de prikacties op de markt razendsnel op, inmiddels ligt die op hetzelfde niveau als in de rest van Rotterdam.

Bovendien kreeg de persoonsgerichte aanpak van Sana en zijn collega’s binnen mum van tijd navolging in andere delen van het land. Overal schoten initiatieven uit de grond om mensen op een toegankelijke manier met het coronavaccin in aanraking te brengen, met als effect dat in een half jaar tijd zo’n vijfhonderdduizend twijfelaars alsnog een prik lieten zetten. ‘Dat wij in Rotterdam de eersten waren die zo te werk gingen, daar ben ik wel trots op,’ zegt Sana.

Hoe verklaart u dat de vaccinatiegraad in de Rotterdamse achterstandswijken aanvankelijk zo laag was?

‘De belangrijkste verklaring is dat lang niet iedereen in staat is om de persconferenties van het kabinet of de informatie op de website van het RIVM te begrijpen. Ik heb patiënten die al twintig jaar suikerziekte hebben, maar nog steeds niet weten wat insuline precies doet, laat staan dat ze termen als ‘R0-waarde’ of ‘risicofactor’ kunnen volgen.

‘Daar komt bij dat de manier waarop de overheid over corona communiceert vooral gericht is op de grote massa die goed thuis is in de digitale wereld. Dus niet op de mensen die geen geld hebben voor een smartphone of een fatsoenlijke internetverbinding, die geen NOS-app hebben gedownload en die zich geen raad weten met Digi-D. Die groep bestaat echt niet alleen uit migranten, zoals vaak wordt gedacht. Uit onderzoek blijkt dat het om 35 procent van de Nederlandse bevolking gaat.

‘We hebben het hier dan ook niet over een migratieprobleem maar over een sociaal-economisch probleem. Het is opmerkelijk dat de overheid daar zo weinig rekening mee heeft gehouden, want dat inwoners van kwetsbare wijken een informatieachterstand hebben, is al heel lang bekend. Daar is ook uitgebreid onderzoek gedaan.’

Hoe voert u gesprekken met mensen die zich nog niet hebben laten vaccineren?

‘Mijn doel is om informatie te verstrekken die mensen in staat stelt om zelf een weloverwogen besluit te nemen. Ik probeer daarom eerst uit te zoeken waar de aarzeling zit. Zijn mensen bang voor de bijwerkingen van het vaccin, dan reik ik wetenschappelijke feiten aan die hun angst zouden kunnen verminderen. Zeggen ze dat de coronacrisis één groot complot is, dan vraag ik wat ik voor hen kan betekenen. Als ze zelf naar mijn spreekuur zijn gekomen of op de markt op me zijn afgestapt, voelen ze kennelijk toch een spoortje van twijfel. Het belangrijkste in die gesprekken is luisteren. Echt luisteren. Daarmee bedoel ik: luisteren zonder je antwoord of oordeel al klaar te hebben. Als je meteen gaat oordelen, dan luister je niet, dan ben je alleen maar aan het zenden en jezelf aan het verdedigen.’

Vindt u dat we in Nederland slecht naar elkaar luisteren in deze crisis?

‘Niet alleen in deze crisis, je ziet het op veel fronten in de samenleving misgaan. We willen altijd iets overhouden aan een gesprek en vinden het pas geslaagd als we de ander van ons standpunt hebben overtuigd. Een echt gesprek draait niet om overtuigen, maar om het uitwisselen van perspectieven en het vinden van een gemeenschappelijke grond. Dat mag ook een grond van onenigheid zijn. Bijvoorbeeld: ik vertrouw het vaccin, jij vertrouwt het niet, prima, dan kunnen we vanaf daar verder.’

In de praktijk gaat het vaak anders. Ongevaccineerden klagen dat ze zich door de overheid en hun omgeving onder druk gezet voelen.

‘Ja, dat hoorde ik ook vaak van mensen op de markt. Sommigen zeiden zelfs: ik heb overwogen om de prik te nemen, maar omdat er zoveel druk op me wordt uitgeoefend, zie ik er toch vanaf. Dat is zonde. Er zijn nog steeds veel Nederlanders die twijfelen. Die moet je niet gaan pushen. Doe je dat toch, dan zullen ze zich gaan verzetten of misschien schoorvoetend overstag gaan, maar dan wel met het gevoel dat de overheid hen niet serieus neemt. Ik probeer met hen altijd het gesprek aan te gaan. Dan zeg ik: ‘Wat vervelend dat je je zo in een hoek gedrukt voelt. Wat zou voor jou een persoonlijk motief kunnen zijn om de prik toch te nemen?’ Dat doe ik ook met mensen die vaccinaties bijna als moord beschouwen en toch met mij op de markt komen praten. Dan is het al winst als je tot het punt kunt komen: we agree to disagree.’

Ondertussen zitten we wel in een pandemie en is het voor de volksgezondheid van het grootste belang dat iedereen een prik neemt.

‘Er zullen altijd groepen blijven die zich niet willen laten vaccineren, dat zie je ook bij de Rijksvaccinatieprogramma’s. De vraag is of je je energie beter kunt steken in die hardnekkige weigeraars of in de mensen die er in elk geval voor open staan om zich te laten informeren. Je hebt er een lange adem voor nodig om ervoor te zorgen dat die tweede groep zich laat prikken, ze zullen misschien wel een paar keer terugkomen met vragen voordat ze ertoe overgaan. Maar het loont de moeite om daarvoor de tijd te nemen. En we hebben die tijd ook, want de pandemie is voorlopig niet voorbij.’

Huisarts Shakib Sana in zijn praktijk in gesprek met een patiënt.
 Beeld Jiri Büller
Huisarts Shakib Sana in zijn praktijk in gesprek met een patiënt.Beeld Jiri Büller

Het gesprek met Sana vindt plaats in een kamertje op de negentiende verdieping van het Mandeville Gebouw, één van de locaties van de Erasmus Universiteit. Hier werkt de huisarts een dag per week aan een promotieonderzoek naar onder meer de impact van corona op de huisartsenzorg in achterstandswijken. Dat het virus hemzelf zou transformeren tot parttime vaccinatievraagbaak annex prikactivist had hij een jaar geleden niet kunnen voorspellen.

Duidelijk is wel dat hij zijn missie voorlopig niet zal staken. Afgelopen november nog was hij betrokken bij de lancering van de Vaccinatie Twijfeltelefoon: een informatielijn voor vragen over het vaccin die vanuit het Erasmus MC wordt gerund door ouderejaars geneeskundestudenten. Dat initiatief bleek zo gewild – dagelijks kwamen er zo’n zeshonderd telefoontjes binnen – dat vijf andere academische ziekenhuizen zich er al snel bij aansloten. Begin december vonden Sana en Robin Peeters via Gezondsheidkloof.nl vijfhonderd artsen, doktersassistenten en verpleegkundigen bereid om in hun vrije tijd te gaan vaccineren, om zo de achterstand in de boostercampagne enigszins in te lopen – een aanbod waar de GGD overigens geen gebruik van maakte.

Ondertussen neemt het aantal gemeenten waarin artsen met folders en vaccins de markt opgaan om de vaccinatiegraad in hun eigen achterstandswijken op te krikken nog altijd toe. ‘De tijd lijkt rijp voor een landelijke vaccinatieinformatiedriedaagse’, schreef Sana onlangs op zijn Linkedin-pagina.

Waarom voelde u zich in april 2021 geroepen om in actie te komen?

‘Omdat ik me realiseerde wat er op het spel stond. Mensen in achterstandswijken lopen twee keer zoveel kans om besmet te worden met corona. Dat komt onder meer doordat ze vaak met grote gezinnen dicht op elkaar wonen, geen werk hebben waarbij je makkelijk afstand kunt bewaren en afhankelijk zijn van het openbaar vervoer. Daarnaast lijden ze relatief vaak aan diabetes, obesitas en hartklachten waardoor ook hun kans op complicaties en overlijden twee keer zo groot is.

‘Als ik dit bij de GGD aankaartte, kreeg ik te horen: wacht maar, in juli en augustus organiseren we een veegronde voor alle mensen die nog niet gevaccineerd zijn. Maar ik vond dat we zo lang niet konden wachten. Ook omdat je mensen dan nog langer blootstelt aan desinformatie over het vaccin.’

Wat heeft u gemerkt van de invloed van desinformatie?

‘Ik heb van dichtbij gezien dat het direct of indirect tot de dood kan leiden. Ik had een patiënt die ernstig ziek was, maar weigerde naar het ziekenhuis te gaan omdat hij op internet had gelezen dat corona alleen maar is bedacht om ouderen te doden, zodat de overheid minder AOW hoeft uit te keren. Toen hij later van gedachten veranderde, was het te laat.

‘Een vrouwelijke patiënt van me wilde geen coronavaccin omdat ze de prik niet vertrouwde. Nu is ze zwanger, heeft ze corona, en is ze doodsbang haar kindje te verliezen. Het enige wat ik dan nog kan doen is haar troosten, door tegen haar te zeggen dat nu we nu eenmaal niet alles in de hand hebben in het leven en dat zwangerschappen ook om andere redenen voortijdig tot een einde kunnen komen. Zodat ze zich in elk geval iets minder schuldig voelt.’

Er wordt soms gezegd dat ook de toeslagenaffaire een rol heeft gespeeld bij de lage vaccinatiebereidheid in de achterstandswijken. Mensen zouden de overheid niet meer vertrouwen. Herkent u dat?

‘De toeslagenaffaire heeft zeker veel schade aangericht. Je hoeft niet tot de slachtoffers te behoren om daar op zijn minst het gevoel aan over te hebben gehouden dat de overheid onbetrouwbaar is. We leven kennelijk in een land waarin de Raad van State en de rechterlijke macht jaren nadat duizenden mensen in de problemen zijn gekomen ineens kunnen zeggen: dit hebben we toch niet goed aangepakt. Je kunt je afvragen hoe je dat broodnodige vertrouwen ooit weer moet herstellen.

‘Als huisartsen zagen wij de effecten van de toeslagenaffaire al voordat de affaire geboren was. Patiënten klaagden dat ze zo veel geld moesten terugbetalen en werden daar letterlijk ziek van. Sommigen gingen van de stress meer roken en drinken of vergaten hun diabetesmedicijnen in te nemen. Anderen gingen uit geldnood ongezonder eten, omdat ze met een goedkope plofkip tenminste nog een paar magen konden vullen.

‘Toch bespeur ik bij mijn patiënten al veel langer een groot wantrouwen in de overheid. Dat lijkt in elk geval deels te herleiden naar de invoering van de participatiesamenleving in 2013, toen burgers van de ene op de andere dag werden gedwongen om zelfredzaam te worden. Ambtenaren hadden ineens minder of helemaal geen ruimte meer om van de regels af te wijken als de praktijk daar om vroeg. Mensen veranderden in hokjes die afgevinkt dienden te worden. Het is al bijna een cliché, maar de menselijke maat moet echt terug. Alleen dan zul je het vertrouwen van burgers kunnen terugwinnen.’

Uw persoonsgerichte aanpak heeft zijn kracht ruimschoots bewezen. Toch verloopt de overheidscommunicatie over de boosterprik weer voornamelijk via persconferenties en websites. Hoe komt dat, denkt u?

‘Ik weet het niet. Waarschijnlijk omdat ze het proces niet willen vertragen door een bepaalde groep iets meer bij de hand te nemen. Maar ik moet hier ook weer denken aan de toeslagenaffaire. Heel Nederland was in rep en roer toen dat nieuws naar buiten kwam, het kabinet viel er zelfs over. Maar bij de Tweede Kamerverkiezingen kregen de partijen die ervoor verantwoordelijk waren weer gewoon de meeste stemmen. Ik leid daaruit af dat er, als het erop aankomt, nog altijd weinig oog is voor mensen in achterstandswijken.’

Hoe zou de overheid beter kunnen communiceren over corona?

‘Er valt van alles te bedenken. Je kunt initiatieven beginnen waarbij je de persconferenties nog eens op een simpele manier uitlegt voor mensen die het moeilijk kunnen volgen. Je kunt medici en sleutelfiguren in een wijk voorlichting laten geven op huisartsenposten en scholen. Je kunt posters ophangen in supermarkten, zo nodig in het Turks of Marokkaans. Dan kun je natuurlijk de discussie gaan voeren dat iedereen de Nederlandse taal machtig moet zijn, dat vind ik zelf ook, maar we zitten in een pandemie, mensen gaan dood, dus daar is het nu het moment niet voor.’

null Beeld Jiri Büller
Beeld Jiri Büller

Shakib Sana (zijn naam betekent: geduld en verlichting) woont zesentwintig jaar in Nederland. In 1996, hij was toen zeventien, vluchtte hij met zijn ouders en vijf broers en zussen vanuit Afghanistan hier naartoe. Over het hoe en waarom wil hij niet veel kwijt, behalve dat zijn vader politiek actief was en dat er een moment kwam waarop zijn ouders besloten dat het vanwege hun veiligheid en gebrekkige toekomstperspectief beter was om te vertrekken. Sana’s vader was net als hij arts, zijn moeder docent op een middelbare school. ‘Mijn ouders hebben ons altijd aangemoedigd onze eigen gedachten te vormen en als een vrij mens onze omgeving te verkennen. Van mijn vader heb ik geleerd om als arts altijd voor iedereen klaar te staan. Bij ons thuis werd regelmatig, zelfs midden in de nacht, op de deur geklopt door mensen die dringend een behandeling nodig hadden. Die hielp hij dan gratis. Als kind keek ik vol bewondering mee.’

Eenmaal in Nederland belandde u met uw familie in een asielzoekerscentrum in Haarlem. Hoe was dat voor u?

‘Ik heb dat als een heel bijzondere, vormende tijd ervaren. Ik woonde daar met jongens van mijn eigen leeftijd uit Iran, Syrië, Sierra Leone en Liberia. We waren in veel opzichten verschillend, maar stonden naast elkaar in de badkamer met hetzelfde water onze tanden poetsen. Achter de deur van onze slaapkamers hadden we allemaal ons eigen verhaal, maar tegelijkertijd waren we bezig met dezelfde vragen. Waar kom ik vandaan? Waar ga ik heen? Waar liggen mijn kansen? Het was een geweldige leerschool voor hoe ik de samenleving zie: als een gemeenschappelijk domein waarin we elkaar allemaal de ruimte moeten geven om onszelf zo goed mogelijk te ontplooien.’

U haalde uw vwo-diploma en ging geneeskunde studeren aan de Erasmus Universiteit. Waarom besloot u huisarts te worden?

‘Ik vond veel specialisaties binnen mijn studie te beperkt. Ik miste de benadering van de mens als geheel. Als huisarts zie ik patiënten in hun context, ook omdat ik ze vaak jarenlang behandel en hun hele familie ken. Er komt geen ziekte mijn spreekkamer binnenwandelen, maar een mens met een ziekte. Erasmus is niet voor niets een van mijn grootste inspiratiebronnen: de mens moet voor mij centraal staan.’

Hoe zou u uw mensbeeld omschrijven?

‘Voor mij geldt dat iedereen waarde in zich mee draagt. Het maak niet uit of iemand nu jong of oud is, wel of niet heeft gestudeerd, of door goede of slechte ervaringen is gevormd. Mijn uitgangspunt is: van jou zal ik nooit een tweede kunnen vinden, dus hoe jij naar de wereld kijkt, is voor mij waardevol.’

Is het moeilijk dit mensbeeld overeind te houden in een tijd waarin artsen en wetenschappers voortdurend worden belasterd en bedreigd?

‘Soms wel. Ik heb zelf ook een brief ontvangen waarin ik werd gewaarschuwd dat ik voor een tribunaal zou worden gesleept. Ik vind dat een gevaarlijke ontwikkeling. Bij de behandeling van kanker of een gebroken enkel vraagt niemand zich af of wij als artsen het beste met onze patiënten voor hebben. Dat laat men dan aan ons over, omdat wij ervoor hebben gestudeerd.

‘In de coronacrisis is het om een of andere reden gangbaar geworden om tegen instituties aan te schoppen, ook door sommige politieke partijen. Het gevolg daarvan is dat veel mensen niet meer weten op wie ze kunnen vertrouwen. Dus nee, ik ben niet naïef, ik weet ook wel dat niet iedereen altijd aan mijn mensbeeld voldoet. Toch hou ik eraan vast, ik kies ervoor om zo in het leven te staan.’

Afgelopen jaar kwam in Afghanistan de Taliban weer aan de macht. Inwoners van het dorp Harskamp demonstreerden met extreem haatdragende teksten tegen de komst van Afghaanse vluchtelingen. Dat moet uw mensbeeld ook aan het wankelen hebben gebracht.

‘Ik vond dat pijnlijk, zeker omdat veel van deze vluchtelingen de Nederlandse troepen in Afghanistan hebben geholpen. Van Afghaanse familieleden die daar nog wonen, weet ik hoe uitzichtloos de situatie daar nu is. Ik heb neven en nichten die ineens hun studie niet meer mogen afmaken of geen zaken met het buitenland meer mogen doen. Toch moet je die protesten in Harskamp ook in perspectief plaatsen. Het ging om een relatief kleine groep van vooral jongeren die geen idee hadden van wat zich twintig jaar geleden in Afghanistan heeft afgespeeld. Bovendien leidden die protesten tot stevige tegenreacties in heel Nederland, mensen bedachten van alles om de vluchtelingen te steunen. Dat was dan weer helemaal in lijn met mijn mensbeeld.

‘Als ik zoiets zie, moet ik denken aan één van mijn andere inspiratiebronnen: de dichter Rumi, die in Afghanistan werd geboren. Hij schreef: ‘Kom, kom wie je ook bent. Schande is hier onbekend. Al zwoer je duizend eden die je keer op keer weer brak. Kom, blijf komen, kom.’ Dat vind ik treffend verwoord.’

Zelf plaatst u regelmatig stukjes op Linkedin waarin u reflecteert op actuele gebeurtenissen. Nadat de nieuwe lockdown was ingegaan, schreef u hoe mooi de regendruppels op de ramen van uw huis glinsterden in het licht van de lantaarnpalen. Waarom voelt u daar de behoefte toe?

‘Ik vind het belangrijk om te markeren dat we weliswaar in een moeilijke tijd leven, maar dat deze tijd ook betekenis heeft. Door de crisis leven we meer in het hier en nu. We zien details in en om ons huis waar we voorheen gewoon aan voorbij liepen. En voor veel mensen, helaas niet voor iedereen, blijkt hun huis ineens een thuis. Het is goed om daar af en toe bij stil te staan.’

Zijn er ook wel eens momenten waarop u het hoofd moedeloos in de schoot werpt?

‘Als mens vind ik deze lockdown ook heel verdrietig. Ik ken het gevoel van: houdt dit dan nooit op? Met mijn vrouw en kinderen heb ik daar uitgebreide gesprekken over gevoerd.

‘Maar op mijn werk heb ik er weer gewoon de schouders onder gezet. De dag nadat de lockdown werd afgekondigd, heb ik met mijn collega’s overlegd hoe we zo snel mogelijk konden gaan boosteren. Wat moeten we anders als de ziekenhuizen bijna vol liggen, code zwart dreigt en de huisartsen op hun tandvlees lopen? Een belangrijk deel van de bevolking door het virus laten uitroeien? Onszelf overgeven aan cynisme omdat de farmaceutische industrie weer rijker zal worden van die boosters en omdat arme landen aan hun lot worden overgelaten? Dat is allemaal geen optie. Als arts heb ik nu maar één keus: optimistisch blijven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden