Rotterdams Philharmonisch klinkt matig op eigen feest

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest vierde zijn 90-jarig jubileum in Ahoy. Het geluid in die hal viel niet mee...

ROTTERDAM Het Rotterdams Philharmonisch Orkest wil een orkest zijn voor alle Rotterdammers. Omdat die niet allemaal tegelijk in De Doelen passen, leek het geen slecht idee het 90-jarig bestaan van het orkest te vieren in de evenementenhal Ahoy.

Daar gaan meer Rotterdammers in. Burgemeester Ivo Opstelten, uitgerust met een lila polsbandje dat hem vrije doortocht garandeerde tussen het podium, de zaal en een arena voor genodigden, stelde in een openingswoord dat het RPhO na de haven en de voetbalclub Feijenoord de derde plaats inneemt op de lijst van Rotterdams grootste verworvenheden. Hij oogstte er applaus mee van de ruim achtduizend participanten.

In de afmeting van de hal lag echter ook een probleem. RPhO-directeur Jan Raes gaf er een draai aan door technici bij voorbaat te danken voor hun ‘akoestische ondersteuning’.

Dit bleek een ander woord voor misère. Beethoven, Tsjaikovski en Carl Orff, ‘live in Ahoy’ uitgevoerd zoals het feestlogo meldde, woeien de hal in met de geluidskwaliteit van een oude buurtbioscoop. Uitvergroot, maar kaal en eenzijdig.

Het ‘supermooie’ RPhO, zoals de inleider Ernst Daniël Smid het orkest met goede voorkennis betitelde, weet na dertien jaar concerteren onder Valeri Gergjev wel wat stress is.

De dirigent Ed Spanjaard, aangezocht voor dit jubileum, heeft ook wel eens voor hete vuren gestaan, met operauitvoeringen in een Brabantse sporthal. Voor de Chinese virtuoos Lang Lang, ingevlogen voor Tsjaikovski’s Pianoconcert nr 1, lijkt de megamanifestatie zelfs de ultieme bestemming. Hij opent in augustus de Olympische Spelen in Peking.

Maar tegen een geluidssysteem dat klarinetten en strijkers con brio tot zaagsel vermaalt, is Beethovens Vijfde Symfonie niet opgewassen. Pepsipop klonk tien jaar geleden een stuk beter in Ahoy.

Het pianoconcert van Tsjaikovski hoort tot Lang Langs favoriete massavernietigingswapens, en ook in Ahoy bleef verplettering niet uit. Maar ook Lang Lang klinkt beter wanneer zijn tempi samenvallen met die van een orkest, en nog een stuk ongelooflijker wanneer je zijn kunst van het nuanceren niet alleen waarneemt op projectieschermen, maar ook hoort.

Op die schermen wisselden beelden van Langs vlugge vingers elkaar af met hommages aan het handen-uit-de-mouwen van de werkstad Rotterdam: foto’s van bandensporen in modder (beginakkoorden Tsjaikovski), rijnaken (doorwerking eerste deel) en de Euromast (pianissimo con sordino). Het vond voortzetting met kindertekeningen en foto’s bij Carmina Burana van Orff: tijdens het onderdeel waarin het Nederlands Concertkoor ‘begeerlijke meisjes’ bezong, waren (minder hoffelijk voor de Maasstad) kalkoenen te zien.

Het RPhO heeft meer plannen met Ahoy. Het gaat er in 2010 Mahlers Achtste Symfonie uitvoeren, bijgenaamd de Sinfonie der Tausend. Dat deed het ook in 1954, toen het Rotterdamse Toonkunstkoor 125 jaar bestond. De dirigent Eduard Flipse repeteerde destijds met behulp van een megafoon. Verder was er geen versterking. De criticus Matthijs Vermeulen hoorde het mirakel van een ‘enorme wijdheid der zaal’, waar Mahler ‘nóg ijler en immateriëler’ klonk.

Iets om aan te denken. Het levendigst klonk vrijdag, voor het publiek werd uitgezwaaid met de toegift Boléro van Ravel, het Lang zal die leven van Ernst Daniël Smid en een koor van achtduizend toehoorders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden