Rotterdam wint ‘moreel’ gezien van Den Haag

Misschien lag het aan het weer. De zon scheen deze week, dus misschien waren de architectuurliefhebbers gewoon buiten. Of misschien was de vraag te groots gesteld en riep hij weinig emotie op, ook al ging het over de twee Nederlandse steden waar de bewoners toch tot de meer mondige van...

Feit is dat het deze week pas laat op gang kwam in Café de Kunst. Geen verhitte discussie of overdonderende consensus daarom op het weblog www.vk.nl/cafedekunst over de vraag: streeft Den Haag Rotterdam voorbij als architectonisch visitekaartje van Nederland?

De directe aanleiding voor het thema was de nieuwbouw van het Spuiblok van de architecten Bolles + Wilson in Den Haag. Volgens de Volkskrant-recensie was het dan wel een wat onopvallend gebouw – (volgens bezoeker Marian zelfs ‘nét niks’), maar toch ook een volgende stap in de architectonische profilering van het Haagse centrum. De afgelopen vijftien jaar zijn er opvallende gebouwen verschenen, zoals van de ministeries van OCW en VROM, en de bibliotheek.

Neemt niet weg dat de bezoekers niet overlopen van enthousiasme voor de Haagse architectuur. Zeker, Pieter de Wilde noemt de gebouwen in Den Haag ‘beeldbepalend, en ook nog een beetje ludiek’. Archibaldus stelt dat ‘de beroemde Rotterdamse skyline het langzamerhand moet afleggen tegen de Haagse’. En Marian vindt de ‘combinatie van oud en modern’ op sommige plekken goed werken.

Maar daar tegenover staan haar bezwaren tegen ‘de altijd kille en tochtige gang tussen de ministeries’. Steef ziet in de Haagse projecten slechts ‘incidenteel georchestreerde goedkope retoriek’. En Jan haalt de oude vooroordelen over de steden van stal. ‘Den Haag mikt meer op gebouwen met aanzien – zoals bioscoop, theater’, analyseert hij. Rotterdam pakt ‘het aanzienlijk grootser aan’ met ‘woontorens en kantoorgebouwen’.

De mopperaars vinden elkaar in de vorm van een rondvliegende tegel. Het is Landheha die de gevaren van de hoogbouw als eerste kort maar krachtig benoemt: ‘Als het waait krijg je een tegel op je hoofd’. Jan sluit zich erbij aan. ‘Geen van de architecten heden ten dage houdt rekening met de wind op straatniveau’, vindt hij. ‘Daarom komen er in beide steden zoveel winderige pleinen en straten voor, met het gevaar dat je een tegel op je hoofd krijgt’.

Toch, als het vuur van het betoog doorslaggevend is, is de balans in het Café uiteindelijk doorgeslagen ten gunste van Rotterdam. Joziene neemt het onverbloemd voor de stad op, die ‘altijd als eerste (soms noodgedwongen) vernieuwingen heeft doorgevoerd waar beslissers in andere steden ‘s nachts van lagen te trillen in hun bed’. Dat andere steden nu ook ‘de kracht en esthetiek van de hedendaagse architectuur gaan inzien’, stelt ze, betekent daarom niet dat ze ‘op moreel niveau Rotterdam voorbij kunnen streven’.

Haar conclusie: ‘Amsterdam blijft de stad van de geveltjes, en Den Haag van de Jugendstil. Rotterdam is de stad van de moderne en hedendaagse architectuur. En dat zit diep geworteld.’Merlijn Schoonenboom

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.