Rotterdam moet eigenwijs blijven

HET International Film Festival Rotterdam (IFFR) eindigt jaarlijks in hoerastemming. Dit jaar werd wederom bekendgemaakt dat er meer bezoekers zijn geweest dan in voorgaande jaren; er werd de afgelopen tien dagen een recordaantal van 355 duizend kaarten (kosten: 8 euro per stuk) verkocht....

Ook inhoudelijk was er op het afgelopen IFFR geen reden tot klagen. Vooral de keuze voor de Filmmakers in Focus, van wie op het festival een restrospectief wordt vertoond, was sterk. Guy Maddin, de Canadese maker van lyrische zwart-wit films, is na dit festival een begrip voor Nederlandse cinefielen. Vóór het festival had niemand van hem gehoord.

De Tiger Competitie herbergde dit jaar interessante producties, die een breed spectrum lieten zien van de stijlen die beginnende regisseurs momenteel hanteren. Er was onder meer conventioneel drama (Marion Bridge), geestige melancholie (With Love. Lilya), een compilatiefilm (Bodysong), en Argentijns existentialisme (Extraño).

Toch is er in Rotterdam reden de toekomst met enige scepsis tegemoet te zien. De groei van het festival, die onder Emile Fallaux begon en die zich onder Simon Field en Sandra den Hamer heeft doorgezet, brengt ook problemen met zich mee.

Het is de vraag of de begroting - 5,5 miljoen euro, waarvan 1,3 miljoen moet komen van sponsors en fondsen - wel op peil kan blijven, nu Grolsch als partner is afgehaakt en het contract met sponsor Canal Plus waarschijnlijk niet wordt verlengd. Op extra subisidie hoeft het festival, onder het huidige politieke gesternte in Rotterdam, in elk geval niet te rekenen.

Daarbij wordt het steeds moeilijker in Rotterdam ontdekkingen te presenteren. Door de economische recessie is er in de wereld minder geld beschikbaar voor wat in Rotterdam 'visionaire film' wordt genoemd. De concurrentie van grote buitenlandse festivals neemt als gevolg hiervan toe; films die tot voor kort in Rotterdam hun wereldpremière zouden beleven, worden nu uitgenodigd voor de competities van Berlijn en Cannes.

Ook de veranderingen in het landschap van de Nederlandse distributeurs hebben invloed op het IFFR. Het is onvermijdelijk dat een festival inhoudelijke compromissen sluit. Maar dit jaar kwam Rotterdam onder druk te staan toen distributeur A-Film zijn films dreigde terug te trekken, waaronder drie Tiger Competitie-films, en festivalklappers als Elia Suleimans Divine Intervention, Aleksandr Sokoerovs Russian Ark en Le fils van de gebroeders Dardenne. De reden: Max van Menno Meyjes, ook van A-film, leek niet geprogrammeerd te worden. Uiteindelijk was Max wel in Rotterdam te zien. Eenmalig, op dinsdagavond.

Voor het nieuwe bestuur (Felix Rottenberg, Kees Hin en Roberto Payer maakten plaats voor omroepbons Hans van Beers, filmmaakster Marion Hänsel, regisseur Peter Delpeut en museumdirecteur Rutger Wolfson) is het zaak te onderzoeken of verdere groei nog wel zinvol is. Sterker: misschien moet het festival de komende jaren iets afslanken, en zich nóg fanatieker richten op de vernieuwing. Al is het maar omdat veel Nederlandse filmhuizen door de subsidiënt worden gedwongen minder risicovol te presenteren.

Die ontwikkeling maakt Rotterdam nog belangrijker als vrijplaats van de eigenwijze smaak. Rotterdam betekent tot diep in de nacht debatteren over de erotiek in het werk van Jean-Claude Brisseau, of over de waarde van het werk van de Thaise regisseur Apichatpong Weerasethakul. Dat is de kern. Dat moet de kern blijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden