Nieuws

Rotterdam maakt excuses voor slavernijverleden

Burgemeester Ahmed Aboutaleb heeft namens het college van burgemeesters en wethouders excuses gemaakt voor het slavernijverleden van Rotterdam. De excuses volgen op de bevindingen van een onderzoek dat vorig jaar werd afgerond.

Abel Bormans
Het Slavernijmonument in Rotterdam, in 2013 onthuld op de Lloydkade. Beeld ANP
Het Slavernijmonument in Rotterdam, in 2013 onthuld op de Lloydkade.Beeld ANP

‘Rotterdam zal zoveel sterker worden als we ook in onze achteruitspiegel kijken’, aldus Aboutaleb. Rotterdam is de tweede stad die excuses maakt voor zijn rol in het slavernijverleden. Op 1 juli deed Aboutalebs ambtgenoot Femke Halsema dit namens Amsterdam.

‘Ook onze stad had vanaf 1600 een belangrijk aandeel in het Nederlandse kolonialisme’, zei Aboutaleb vrijdag, op de dag van de Rechten van de Mens, in een toespraak in de Laurentiuskerk. Dat koloniale verleden vormde een belangrijke drijvende kracht achter het uitgroeien van de Rotterdamse haven tot de grootste van Nederland, zei Aboutaleb.

Onderzoek naar koloniale verleden

De excuses van het Rotterdamse college volgen na een twee jaar durend onderzoek, uitgevoerd door het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) in samenwerking met Rotterdamse onderzoekers.

Daaruit bleek dat het Rotterdamse stadsbestuur en het koloniale verleden op ingrijpende wijze waren vervlochten. Zo hadden veel bewindhebbers van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en de West-Indische Compagnie (WIC) ook functies in het stadsbestuur. Maar leden van de Rotterdamse elite waren lang niet de enigen die profiteerden van het slavernijverleden. Veel bedrijven, waarvan sommige nog steeds bestaan, profiteerden van de koloniale handel. Ethische bezwaren waren eerder uitzondering dan regel.

Het onderzoek kwam destijds tot stand door een in 2017 aangenomen motie van toenmalig gemeenteraadslid (2006-2018) Peggy Wijntuin, ook initiatiefnemer van het Rotterdamse slavernijmonument (2013). Wijntuins voorouders waren tot slaaf gemaakten. Ze is ‘pas de derde generatie die in vrijheid is geboren’.

‘Dit is een betekenisvol moment’, zegt Wijntuin. ‘Als je zegt dat je fout was op dit vlak, dan zeg je nogal wat. Excuses zijn geen lege huls. Een op de acht Rotterdammers is nazaat van het koloniale verleden. Tot steeds meer mensen dringt door: wij zijn hier omdat Nederland daar was.’

Afrikanen verkocht aan plantagehouders

Wijntuin noemt het ‘cruciaal’ om die geschiedenis te blijven vertellen. ‘Op de kades van deze stad vertrokken schepen richting de kusten van Afrika met handelswaar. Om te kunnen ruilen voor Afrikaanse mensen, die vervolgens werden verkocht aan plantagehouders over de Atlantische Oceaan. Die schepen kwamen weer terug met producten zoals suiker. Suiker zoals verwerkt werd in de Rotterdamse suikerfabriek Van Oordt.’ In die fabriek deed Wijntuin ooit nog vakantiewerk. Het illustreert volgens haar de onlosmakelijke verbondenheid tussen stad en verleden.

Ook andere Nederlandse steden deden of doen onderzoek naar hun slavernijverleden. Afgelopen zomer presenteerde Utrecht de resultaten van zijn onderzoek. Daaruit bleek dat de VOC werk verschafte aan 2.800 Utrechters, ongeveer 10 procent van de inwoners van de stad. Den Haag gaat ook de historische banden met slavernij onderzoeken. De resultaten daarvan worden in 2022 verwacht.

Afgelopen juni pleitte Aboutaleb al voor landelijke excuses, vanuit het kabinet. Vrijdag zei hij te verwachten dat die er ‘ooit’ zullen komen, maar dat het Rotterdamse college daar niet op wilde wachten. ‘Hopelijk zal het aankomende kabinet de woorden van Halsema en Aboutaleb als inspirerend ervaren’, zegt Wijntuin.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden