Column

Rotterdam, de stad van mijn vader

Kom ik in Rotterdam, kom ik altijd weer bij mijn vader terecht.

Historische foto van Rotterdam. Beeld anp

Met Rotterdam heb ik een speciale band. Vanwege mijn vader die, zodra zijn geboortestad ter sprake kwam, een dromerige blik in zijn ogen kreeg. Dan zie ik voor me hoe hij in het kielzog van zijn oudere broers, maar alras op eigen benen, de straten afschuimde, eerst die van Delfshaven, daarna die van heel vooroorlogs Rotjeknor. Een rusteloze, gretige gestalte met kniekousen en een petje: de straatjongen uit Rotterdam.

En dat terwijl hij eigenlijk een meisje had moeten zijn en er op oude foto's ook zo uitzag: met blond ponyhaar en een intiem, veelbelovend kuiltje in zijn wang, alsof hij toen al de binnenpretjes in petto had waarmee hij later de lachers op zijn hand zou krijgen.

Als kind was hij de lieveling van zijn moeder, de oma die ik nauwelijks heb gekend. Vaak hield ze hem thuis. Waren de broers naar school en was opa naar zijn werk - opa zat in de brandblusapparaten - dan haalde ze haar jongste uit de kast waarin ze hem zolang had verstopt: 'Lekker een daggie voor ons tweetjes.' Deze bevoorrechte positie in een vrouwenleven is mijn vader zijn hele leven blijven nastreven, met succes. Of hij zich ook in kasten heeft verschanst... In elk geval op het toneel, in kluchten van Feydeau en c.s.

Ooit verzuchtte hij over zijn moeder - het was in de nadagen van zijn ziekbed - dat ik op haar leek. Iedere blijk van vaderlijke interesse is er een! Nog steeds koester ik de schemerige foto van een vroegoude vrouw met vriendelijk dichtgeknepen ogen.

Tot voor kort dacht ik dat ik mijn tweede voornaam aan haar dank, maar volgens mijn neef, voormalig producer en quizmaster Fred, heette ze Pietje en, voegt hij er steevast plagerig aan toe: 'Op haar 50ste was ze kaal!'

Ook weet hij nog dat opa in zijn jonge jaren een geducht zwemmer was en voorzitter van het Sportfondsenbad en dat hij de Schiewedstijd heeft gewonnen. En dat hij van de vrouwtjes hield, ja zelfs een non schijnt te hebben verschalkt.

Op zijn oude dag was er weinig van de oude Oster over. Om de haverklap barstte hij in een sentimentele snikbui uit, tot minachting van zijn zoons, die zich hem voornamelijk herinnerden als huistiran.

Ook voor tante Mary, de welgevulde hoogblondine die - veel te! - kort na oma's dood bij opa introk, hadden de broers geen goed woord over. Volgens hen resulteerde haar massagepraktijk aan huis geregeld in een happy ending.

Drie keer per jaar moest ik er op bezoek. Neef Fred ook, vertelde hij. Gek genoeg bewaren wij, afzonderlijk van elkaar, de warmste herinneringen aan dat benedenwoninkje aan de Spoorsingel. Dankzij die zelfde tante Mary. Terwijl opa zat te huilen, deed zij lachend spelletjes met ons, de snoepjestrommel binnen handbereik.

Laatst was ik weer even in de stad van mijn vader. In het oude Luxor waar De Oase Bar werd opgevoerd. Graag had ik verteld hoe ik in een bomvolle zaal heb gelachen om Gerard Cox als Lou Bandy en vertederd was door Joke Bruijs als Joke Bruijs. Maar mijn langetermijngeheugen speelde op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden