Rotonde

Tussen Bodegraven en Reeuwijk kwam ik dinsdag een rotonde tegen die de naam draagt van ingenieur L.G.H. Fortuijn. Ik was er al bijna overheen toen ineens de kleine lettertjes onder zijn naam op het blauwe bord tot me doordrongen: uitvinder van de turborotonde....

Martin Bril

Turborotonde!

Ik parkeerde de auto in de berm en liep naar het hart van de rotonde om het bord met de naam van dichtbij te bekijken. Daarbij struikelde ik over een richel die de twee rijbanen van elkaar scheidde, maar ik besteedde daar verder geen aandacht aan.

Dom.

Een dag later zat ik in het provinciehuis van Zuid-Holland tegenover de uitvinder, een vriendelijke heer met dun grijs haar, een bril, bruine schoenen en een geruit colbertje. Buiten scheen de zon, en de luxaflex was gesloten, zodat we niet over het Malieveld konden uitkijken. Het was de eerste keer dat ik een uitvinder ontmoette.

Hoe zat hij erbij?

De kamer van mijnheer Fortuijn is klein. Er staan een oude, stalen kast vol uitpuilende hangmappen, een bureau met een computer erop, een plant in een bak vol roestbruine korrels. Aan de muur hangen een reusachtige kaart van de provincie Zuid-Holland en een handige poster met alle verkeersborden. Verder staat er een hoge stapel verhuisdozen. De eerste vraag leek me: wat is een turborotonde?

Simpel, zei de uitvinder, een turborotonde is een rotonde met twee rijstroken die van elkaar gescheiden zijn door een betonnen richel. Op die manier kan het verkeer niet weven, invoegen of ritsen, en dat voorkomt ongelukken en ongemak. Hij heet turborotonde omdat hij veel verkeer betrekkelijk snel kan verwerken.

Juist.

Mijnheer Fortuijn vond de rotonde uit op 3 oktober 1996, 's avonds, thuis, gewoon door wat te schetsen. Het was in een uurtje bekeken, maar toen begon de ellende, want hij moest zijn uitvinding langs collega's en deskundigen loodsen, en langs andere rotondes, zoals daar zijn; de eirotonde, de knierotonde, de spiraalrotonde, de rotorrotonde en de kluifrotonde; allemaal rotondes die in principe hetzelfde doen als de turborotonde, maar dan nét iets anders.

De eerste proef met de turborotonde was aan het einde van de jaren negentig, in de gemeente Maasland. Daar werd de rechter helft van de kluifrotonde Coldenhove voorzien van richels – een enquête leerde vervolgens dat automobilisten hem lekker vonden rijden, al schortte het aan de duidelijkheid. Het gele bord dat destijds opriep deel te nemen aan de enquête staat als een souvenir in een hoek van mijnheer Fortuijns kamer. Hij hield het even voor me omhoog.

De kritiek inspireerde Fortuijn tot een stelsel van pijlen en borden dat het gebruik van de turborotonde moet reguleren – je moet immers als automobilist voordat je de rotonde op gaat beslissen in welke baan je dat doet, later kan je er niet meer uit, of je moet over die richel willen knallen. Inmiddels maken de pijlen en borden van ingenieur Fortuijn deel uit van de officiele Richtlijnen Bebakening en Markering.

Enfin.

Dertig jaar verkeer heeft hij er nu op zitten, deze nette uitvinder die in zijn vakanties de vouwwagen achter de auto hangt en naar Frankrijk trekt. Hij houdt van rondjes en heeft op de naar hem vernoemde rotonde tussen Bodegraven en Reeuwijk wel eens veertien uur lang het verkeer gadegeslagen. Ja, hij is trots op zijn turborotonde – er zijn er inmiddels een stuk of twintig in Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden