Beschouwing

Rothko weigerde zijn kleurbanen te bestempelen als abstracte kunst

Zwagerman kijkt naar Rothko en Mondriaan

In één museumzaal gaan enkele schilderijen van Rothko de confrontatie aan met sleutelwerken uit het oeuvre van Piet Mondriaan.

Untitled, 1970 Beeld Mark Rothko

Twee keer zag ik in het Gemeentemuseum Den Haag de tentoonstelling Mark Rothko. De laatste keer hing er bij de entree een affiche met een oproep van de museumdirectie. 'Beste bezoeker. De mooiste manier om de werken van Mark Rothko (1903-1970) te ervaren, is in stilte. Dat is gezien de drukte op zaal lastig, maar we willen u vriendelijk verzoeken om zoveel mogelijk rekening met andere bezoekers te houden.'

Achter die dringende, doch uiterst behoedzaam geformuleerde oproep gaat een wereld schuil van ontevreden museumgasten die in drommen opstomen naar de directiekamer om de stilte op te eisen die hun kennelijk was ontzegd.

Het affiche met verzoek legt de tragedie bloot van de gemiddelde Rothko-liefhebber. Die ervaart een exclusieve verbintenis met Rothko's meditatieve kunstwerken, terwijl de ervaring in het drukbezochte Gemeentemuseum leert dat je die verbintenis toch echt met talloos veel anderen deelt. Zolang er een serene stilte heerst, kun je in het museum die illusie van exclusiviteit koesteren.

Het vroege werk van Rothko, te zien in de eerste museumzaal, is overigens nog allesbehalve meditatief. Rothko begon zijn carrière met het maken van figuratieve schilderijen, en het allereerste werk in de tentoonstelling is Seated Woman, daterend uit de jaren dertig - een specifiek jaartal was niet vast te stellen. Seated Woman toont een vrouw met twee zwarte gaten als ogen, een ongezond wit voorhoofd en een zwarte en vlekkerige streepmond. De vrouw zit redelijk mistroostig in een grauwgroene stoel die een al even grauwe schaduw werpt op de grond.

Piet Mondriaan - Zee na Zonsopgang, 1909 Beeld Gemeentemuseum Den Haag

Contrast

Seated Woman is een curiositeit. Was het vervaardigd door een ander, dan zou dit werk vermoedelijk roemloos zijn geëindigd in een museumdepot. In de tentoonstelling vervullen Seated Woman en andere vroege werken van Rothko een belangrijke rol. Het contrast met de fameuze late werken tekent zich des te scherper af. Die werken uit Rothko's laatste periode - de jaren na 1949 - bestaan uit raadselachtig vibrerende kleurvelden die inmiddels een iconische status genieten.

Het zijn deze abstracte werken die inderdaad de indruk wekken dat ze uitsluitend in een geruisloze omgeving tot hun recht komen. Je begrijpt ineens de noodzaak van het affiche bij de ingang van de tentoonstelling. Het is alsof elk zweempje geluid afbreuk doet aan deze kunstwerken. Het doorbreken van de stilte is als een kras op de ziel van Rothko's kunst.

Vrijwel alle werken uit zijn late periode wekken de indruk er altijd te zijn geweest. Een schilderij als Grey, Orange on Maroon, uit de collectie van Boijmans Van Beuningen, is weliswaar van 1960, maar lijkt zich uit het genoemde jaar los te weken. Grey, Orange on Maroon lijkt van grote hoogte, ergens ver boven de stratosfeer, door een naamloze en onbekende meester op aarde te zijn neergelaten, zó absoluut en bovenpersoonlijk oogt dit werk, zonder dat je er sporen van gedateerd geraakte avant-garde in aantreft.

In één museumzaal gaan enkele schilderijen van Rothko de confrontatie aan met sleutelwerken uit het oeuvre van Piet Mondriaan (1872-1944), alle uit de eigen collectie van het Gemeentemuseum Den Haag. Een aantal werken van beide kunstenaars hangt tegenover ofwel naast elkaar en dwingt tot een 'vergelijkend warenonderzoek'.

Aanvallend rood

Deze combinatie pakt voor beide kunstenaars wonderlijk uit. Eyecatcher vormt de combinatie van Mondriaans en Rothko's allerlaatste werken: het levendige en feestelijke Victory Boogie Woogie, met het krioelsel van blauw, geel en rood, gemodelleerd naar het stratenplan van Manhattan, naast Rothko's overture in rood: 1 Untitled uit 1970.

Dit finale werk van Rothko is een verrassing, ook voor diegenen die menen alle werken uit diens laatste levensfase al te kennen. In de maanden voordat hij zelfmoord pleegde, maakte Rothko uitsluitend zwarte en grijze monochromen - althans, zo luidde het verhaal. Maar in het Gemeentemuseum Den Haag doemt het aanvallend rood op van dit allerlaatste werk. Untitled uit 1970 is een bruikleen van The National Gallery of Art uit Washington. Kennelijk is het werk daar vrijwel altijd in depot geweest.

Ik las dat het onvermijdelijk is om Rothko's overrompelend en intens rode schilderij in verband te brengen met de manier waarop hij zelfmoord pleegde: hij sneed in zijn badkamer de polsen door en werd, badend in het bloed, gevonden door een assistent. Het bloederige en wrede rood uit de werkelijkheid en het paradijselijke en tere rood op het canvas - die associatie ligt voor de hand, maar is redelijk zouteloos. Rothko's abstracte werken ontstijgen de anekdote, en dan is het wel heel ongelukkig om op het rode 'eindspel' van Untitled die psychologie van de koude grond los te laten.

Amorfe onderwaterwereld

In diezelfde zaal hangt Mondriaans 2 Zee na zonsondergang, geschilderd tijdens een bezoek aan het Zeeuwse Domburg, recht tegenover een van de zogeheten multiforms van Rothko. Deze stammen uit de periode vóór de meditatieve kleurbanen. 2 Zee na zonsondergang belichaamt een tussenperiode van Mondriaan: de figuratie is ten dele losgelaten, zonder dat de definitieve abstractie al is bereikt.

Hetzelfde kun je zeggen van Rothko's multiforms. De twee schilderijen illustreren de zoektocht van beide kunstenaars naar de opperste en definitieve abstractie. Bij Mondriaan is die zoektocht nog gebaseerd op een herkenbaar zeegezicht. Bij Rothko zie je in de multiforms een amorfe 'onderwaterwereld' die naar niets dan zichzelf verwijst.

In deze zaal met werken van beide titanen ontbreekt één periode: die van de traditionele figuratie. Mark Rothko bewandelde, zoals vrijwel alle kunstenaars van het Amerikaanse abstract-expressionisme, het pad van figuratie naar abstractie, inmiddels door velen geëffend.

Mondriaan bleef opvallend genoeg óók figuratieve traditionele schilderijen maken in de tijd dat hij zich toelegde op zijn befaamde rood, geel en blauwe 'composities', zoals hij die abstracte werken betitelde. Mondriaan doet denken aan een experimenteel en avantgardistisch schrijver die 'buiten kantooruren' naturalistisch proza is blijven schrijven - alsof hij op gezette tijden vakantie wilde nemen van zichzelf.

Figuratieve uitstapjes

Zo maakte Mondriaan rond 1930 het realistische Portret van een vrouw, een traditioneel schilderij, op het zoetsappige af. Je gelooft bijna niet dat de maker van dit werk in datzelfde jaar ook toewerkte naar abstracte werken waaruit het rood, geel en blauw zou worden weggelaten, waarna alleen de zwarte strenge lijnen tegen een witte achtergrond achterbleven. Portret van een vrouw behoort tot de collectie van het Gemeentemuseum.

Rothko's Seated Woman en Mondriaans Portret van een vrouw hadden misschien een plek in die museumzaal met 'gedeelde werken' kunnen krijgen, om te illustreren dat de ene grootmeester, Rothko, zijn stiel duidelijk nog niet had gevonden terwijl de andere, Mondriaan, zich kennelijk zo vrij voelde dat hij zich niet voor honderd procent wilde binden aan de abstracte kunst waarmee hij zijn reputatie zou vestigen.

Dat Mondriaan nu en dan figuratief bleef schilderen, blijft vaak onderbelicht. Waarom was dat? Om een opdrachtgever te plezieren? Om geld te verdienen? Om zichzelf te vermaken? Rothko stond zichzelf in de hoogtijdagen waarin hij zijn abstracte werken maakte, zulke figuratieve 'uitstapjes' absoluut niet toe. Daar had hij het karakter niet voor - steil, streng en diep ernstig als hij was.

Intussen weigerde hij zijn wonderbaarlijke kleurbanen te bestempelen als abstracte kunst. 'Ik ben niet geïnteresseerd in relaties van kleur en vorm', verklaarde hij eens. 'Ik ben geen abstractionist.' Vermoedelijk vond Rothko al het werk dat hij vanaf 1950 maakte realistischer en natuurgetrouwer dan een vroeg schilderij als Seated Woman.

Rothko and Mondrian Side By Side, Haags Gemeentemuseum t/m 1/3.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.