Roosendaal streeft naar een kloppend hart

Veel steden kampen met groeiende winkelleegstand. Verkleinen van het centrum is de drastische oplossing die Roosendaal kiest.

De gemeente Roosendaal wil haar centrum inkrimpen. De winkelleegstand loopt er al jaren op; in het centrum bedraagt die al 17 procent, daarbuiten zelfs 24 procent. En nu bereidt de stad zich voor op de oplossing: zo veel mogelijk de overblijvende winkels concentreren op een kleiner gebied in het centrum.


Voor die operatie heeft de gemeente de stedenbouwkundige Riek Bakker aangetrokken. 'Het gemeentebestuur zat met de handen in het haar', zegt Bakker in haar kamertje op het Roosendaalse gemeentehuis. En niet alleen vanwege die winkelleegstand. 'De gemeente verloor steeds meer het vertrouwen van ondernemers en bewoners. Er waren zo veel regels. Wilde er bijvoorbeeld iemand een wijnbar openen. Hartstikke leuk natuurlijk, maar dat mag dan weer niet. En alles gaat over duizend schijven.'


Bakker is niet bepaald een groentje in het vak. Ze is hard op weg naar de 70, en op haar conduitestaat prijken projecten als de Rotterdamse Kop van Zuid, Leidsche Rijn in Utrecht, de herinrichting van het Philipsterrein in Eindhoven en het stadshart van Almere. Ze is nonconformistisch, eigengereid en heeft een no-nonsensestijl.


In Roosendaal kreeg ze alle ruimte. 'Ik heb tegen het college van B en W gezegd: gaan jullie nou eens een half jaar op je handen zitten. Dan ga ik met iedereen praten die erbij betrokken is.' Wat al die meepraters, winkeliers, horeca-ondernemers, vastgoedmaatschappijen, bewonersgroepen en andere belanghebbenden ook maar mogen hebben bedacht, één lijn stond voor Bakker al snel vast: het centrum moet kleiner. En dynamischer. Leuker. 'We trekken een cirkel om een kleiner gebied.'


Roosendaal is bepaald niet de enige stad die kampt met leegstand van winkels. Ondanks die leegstand worden er nog steeds winkelmeters bijgebouwd in nieuwe en bestaande winkelcentra. De provincie Noord-Brabant rekende onlangs uit dat in die provincie een overschot is van 10 procent aan winkelruimte. Dus zou je denken dat er overal plannen zijn om winkels te slopen of om te bouwen tot dokterspraktijken, woningen, fitnesscentra, ateliers. 'Maar dat is niet het geval', zegt de woordvoerder van de provincie met spijt in zijn stem. 'In de plannen die alle gemeenten in Noord-Brabant hebben, zit nog een flinke uitbreiding van het aantal winkelmeters. Er komt nog 10 procent bij.'


Op tal van plaatsen worden winkelcentra gebouwd of gepland waarvan maar de vraag is of die niet de bestaande winkelmeters zullen leegtrekken. Gemeenten rekenen zich rijk: die gaan er vanuit dat ook de bewoners uit de omliggende gemeenten wel naar de nieuwe shopping mall aan de rand van hun stad zullen komen.


Volgens een inventarisatie van de Nederlandse Vereniging van Projectontwikkeling Maatschappijen Neprom wordt er alleen al dit jaar en volgend jaar 828 duizend vierkante meter extra winkelruimte opgeleverd. Directeur Jan Fokkema van Neprom relativeert weliswaar die inventarisatie; hij verwacht dat er eind volgend jaar rond 400 duizend vierkante meter is bijgekomen. Maar dat is nog altijd een uitbreiding.

Rem

Dus trappen sommige provincies op de rem. Noord-Brabant blokkeerde de ontwikkeling van Stappegoor, een winkelcentrum met 6.000 beoogde vierkante meters aan de rand van Tilburg. Overijssel hanteerde zachte drang om Almelo uit het hoofd te praten dat een nieuw voetbalstadion voor Heracles te laten financieren door een enorme hoeveelheid winkels toe te laten. En Zuid-Holland blokkeerde de bouw van fashion-outletcentrum Bleizo, 20 duizend vierkante meter groot, aan de rand van Zoetermeer.


Maar in Roosendaal is Riek Bakker ingezet om het probleem op te lossen. Het centrum moet leuker worden, vindt zij. Ook voor mensen die niet willen winkelen. Er moet voor iedereen iets te beleven zijn, zegt ze. Spullen kopen, dat kan ook via een webshop. 'Als je publiek naar je stad wilt halen, moet er iets te beleven zijn. In de winkel, in de buurt, op straat. Dus dat museum vlak bij het centrum, dat moet veel meer aandacht krijgen', zegt Bakker. En die enorme tuinen van het klooster Mariadal, waarop ze vanuit het gemeentehuis uitkijkt: 'Die gaan voor het eerst in honderd jaar open voor publiek. Die moeten de grote groene trekpleister worden die van Roosendaal iets bijzonders maken.'


Maar de winkels zijn cruciaal. Rond 20 procent van Roosendaals winkels liggen buiten het beoogde centrumgebied. Die zouden idealiter moeten verkassen naar het verkleinde centrum, maar geld om een soort herverkaveling te organiseren, is er niet. Bakker heeft er iets op bedacht: laat de markt zijn werk doen. Maak het centrum zo veel interessanter dan het gebied daarbuiten, dat die winkeliers vanzelf wel komen. 'We besteden geen aandacht aan het gebied buiten de ring. En binnen de ring wordt alles regelvrij.'

Muziek

Regelvrij. Dat zal de winkeliers als muziek in de oren klinken. Maar het plan gaat nog veel verder. Het beheer van het centrum moet worden ondergebracht in een aparte stichting, de Binnenstadorganisatie, die wordt bestuurd door alle belangengroepen: bewoners, winkeliers, horeca- en vastgoedondernemers en nog veel meer. Die Binnenstadorganisatie neemt de meeste gemeentelijke taken over, zoals stadsreiniging, verlenen van vergunningen, onderhoud. Het geld daarvoor moet grotendeels van de gemeente komen, maar volgens Bakker kan dat. Als het nieuwe college het maar wil.


Of het gaat werken, zullen we niet snel weten. 'Dit is een project dat zo twintig jaar in beslag gaat nemen', zegt Bakker. En bovendien: terwijl Bakker probeert het winkeloppervlak van de stad in te krimpen, gaat outletcentrum Rosada aan de rand van de stad uitbreiden. De vergunning is al afgegeven, maar de winkeliers in de stad procederen nog om de uitbreiding tegen te houden.


Dat grootschalige winkelcentra buiten de stad een bedreiging zouden vormen voor de binnensteden, vindt directeur Paul Evers van projectontwikkelaar Focus Vastgoed onzin. 'Je wilt toch niet dat er een Decathlon in het centrum van je stad komt? Of een witgoedwinkel? Dat soort winkels zit juist prima aan de rand van de stad.' Hij ontkent niet dat er winkels zullen leegkomen door perifere winkelcentra. 'Het zijn de aanloopstraten naar het centrum van een stad waar de klappen vallen. Daar trekken winkels weg.'

Steenwijk wordt hardhandig op de kaart gezet

Steenwijk, een Overijssels stadje met 17 duizend inwoners, krijgt er een nieuw winkelcomplex bij, op het bedrijventerrein Eeserwold vlak bij de afslag van de snelweg. Bijna 30 duizend vierkante meter zal er gebouwd worden, met daarin een enorme hypermarkt van Jumbo.


De winkeliers in de stad zijn er zeer op tegen. De laatste wanhopige procedures lopen nog. Zij vrezen een omzetdaling in hun eigen winkels. Maar verhuizen naar Eeserwold ligt voor de meesten niet voor de hand. 'Als ik hier weg ga', zegt Jeroen Huisman van Huisman Slaapcomfort, 'dan daalt de waarde van mijn huidige pand.'


De strijd spitst zich toe op de hypermarkt. Die heeft een voor Nederland nieuw concept, bedacht door projectontwikkelaar Focus Vastgoed. Jumbo gaat onderdak verlenen aan een aantal aparte winkeltjes, werkend met eigen kassa: shops-in-shop. Volgens de tegenstanders betekent dit dat de hypermarkt een warenhuis wordt dat het centrum van Steenwijk gaat beconcurreren.


Waarom wil de gemeente dat? 'Dat wilden we helemaal niet', zegt Peter van der Terp, tot voor enkele weken de verantwoordelijke wethouder. Hij wil het niet, de gemeenteraad wil het niet, maar soms gebeuren er dingen die niemand wil.


In 2005 stelde de gemeenteraad een nieuw bestemmingsplan vast voor het gebied. Grootschalige detailhandel zou er komen. Niemand maakte bezwaar, zegt Van der Terp. 'Want in die tijd leek er nog ruimte genoeg.'


Maar toen Focus Retail eind 2012 met zijn bouwaanvraag kwam, was de tijd veranderd. Het college met Van der Terp erin wilde niets liever dan het plan voor de hypermarkt afwijzen, maar dat kon niet meer. Van der Terp probeerde te redden wat er te redden viel, zegt hij. 'We hebben bepaald dat er in dat nieuwe centrum geen funshoppen mag plaatsvinden.' Wat dat betekent? 'Speelgoed mag, wit- en bruingoed ook, een sportzaak, textielsuper, de Action, dat soort winkels. Al het andere, en dat is eigenlijk vooral mode, is funshoppen. En dat mag alleen in de binnenstad.' Volgens hem biedt deze regeling voldoende bescherming voor de binnenstad. 'Al zullen er altijd wel winkeliers zijn die er last van hebben.'


Directeur Paul Evers van Focus Vastgoed vindt niet dat zijn winkelcentrum straks concurreert met de binnenstad. 'De winkels in Eeserwold krijgen een veel groter verzorgingsgebied. Hier komen straks ook mensen uit Zwolle en uit Hoogeveen winkelen.' Als ze slim zijn, die winkeliers in Steenwijk, gaan ze niet op de rem staan maar zorgen voor een goede verbinding tussen Eeserwold en het centrum. Evers wil Steenwijk daarbij graag helpen. 'We willen met gerichte citymarketing Steenwijk op de kaart zetten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden