Rooms had altijd al stevig de pest aan rood

Het CDA wil mij kapot maken, klaagt PvdA-leider Bos. Maar vroeger was de strijd tussen de twee stromingen geniepiger.Door Peter Giesen..

De verkiezingscampagne van 1956 was de smerigste aller tijden. De Partij van de Arbeid rook de winst in het Zuiden, waar de katholieke zuil haar greep op de gelovigen dreigde te verliezen. De katholieken vochten met alle middelen terug.

‘Voor de PvdA was het bijna onmogelijk in het Zuiden een zaaltje voor verkiezingsbijeenkomsten te huren. De zaaleigenaren weigerden dat botweg. Op een zeker moment kwam de lijsttrekker van de PvdA, Willem Drees, naar Roermond. De grote premier kon moeilijk de toegang geweigerd worden. Maar toen hij begon te spreken, bleken de kabels van de geluidsinstallatie doorgesneden’, zegt prof. dr. Carla van Baalen, directeur van het Documentatiecentrum voor Parlementaire Geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

PvdA-leider Wouter Bos klaagt dat het CDA hem kapot wil maken, maar het is kinderspel vergeleken met de jaren vijftig. Toch lijkt de huidige verkiezingscampagne een historisch beeld te bevestigen: tussen christen- en sociaal-democraten wil het niet boteren. In 1925 stelde de katholieke fractieleider Willem Nolens dat hij ‘alleen bij uiterste noodzaak’ een ‘ongewenscht geachte’ samenwerking met de socialisten wilde aangaan.

Niettemin zijn er wel degelijk succesvolle ‘rooms-rode’ kabinetten geweest. Direct na de Tweede Wereldoorlog stelden de confessionelen zich zelfs zeer ruimhartig op. Zij beschikten over een absolute meerderheid, maar zochten samenwerking met de PvdA.

Zelfs gunden zij PvdA-leider Drees het premierschap, hoewel zijn partij niet de grootste was. ‘Nederland moest de handen ineen slaan voor de wederopbouw. Een belangrijke stroming als de sociaal-democratie mocht niet buitenspel gezet’, zegt Van Baalen.

Verzorgingsstaat

De vier kabinetten-Drees legden de basis voor de verzorgingsstaat. In 1958 viel het vierde kabinet-Drees, omdat rooms en rood grondig op elkaar waren uitgekeken.

De grootste oppositie tegen de kabinetten-Drees kwam niet van de confessionelen, maar van de Kamerfractie van de PvdA, zegt Van Baalen. Naarmate de jaren vijftig vorderden, nam de welvaart snel toe. De confessionelen wilden daarop de economie liberaliseren, tot ongenoegen van de PvdA. ‘Veel sociaal-democraten vroegen zich af wat er nog socialistisch was aan de regering van Drees.’

In 1965 mochten rooms en rood het weer proberen, in het kabinet van KVP-premier Jo Cals. Maar in oktober 1966 bracht de katholieke fractieleider Norbert Schmelzer die regering ten val. Voor sociaal-democraten was de befaamde ‘Nacht van Schmelzer’ het zoveelste bewijs dat zij ‘alleen bij uiterste noodzaak’ getolereerd werden.

Eind jaren zestig dacht de PvdA dat zij de confessionelen weldra niet meer nodig zou hebben. De kerken liepen razendsnel leeg, de KVP verloor de ene verkiezing na de andere: in 1963 had de partij 50 Kamerzetels, in 1972 nog maar 27. Confessionele politiek leek tot uitsterven gedoemd. Er zou een tweestromenland ontstaan, waarin de PvdA en de VVD de belangrijkste partijen zouden zijn.

De progressieven maakten zich alvast op voor een vreedzame machtsovername. PvdA, D66 en PPR formuleerden een gezamenlijk verkiezingsprogramma, Keerpunt ’72. Achteraf lijkt de tekst bijna dronken van optimisme. Zo werd de val van het kabinet-Biesheuvel, als gevolg van een simpel begrotingsconflict, gemakshalve beschouwd als ‘de ineenstorting van een bestel, dat is gebaseerd op het voortduren van de ongelijkheid tussen mensen.’

Bij de verkiezingen van 1972 gingen de Keerpuntpartijen van 52 naar 56 zetels, nog altijd een straatlengte verwijderd van een meerderheid. Zij konden slechts een kabinet vormen met ‘gedoogsteun’ van KVP en ARP. De progressieve partijen zagen zich echter als dragers van de toekomst. ‘Links bepaalde de agenda en werd volstrekt overmoedig’, zegt Van Baalen. ‘De fusie van de confessionele partijen tot het CDA in 1976 werd niet als bedreiging gezien. Ach, zeiden de progressieven, dan kunnen ze mooi in elkaars armen sterven.’

Van Agt

Maar door de polarisatie-strategie van de PvdA sloten de christen-democraten de rijen rond de nieuwe leider, Dries van Agt. Den Uyl sloeg diepe wonden bij de christen-democraten, die de PvdA ondraaglijk arrogant vonden. Toen de sociaal-democraten bij de formatie van 1977 hun hand overspeelden, gaf Van Agt ze het nakijken. Hij formeerde met de VVD.

Nog nooit waren de verschillen tussen CDA en PvdA zo groot, zei Wouter Bos deze week. Historisch onjuist, vindt Van Baalen. Bos praat niet meer over ‘structurele maatschappijhervormingen’, zoals Den Uyl en ook Drees nog deden. Veeleer zijn de grote partijen, inclusief de VVD, in de loop der jaren naar elkaar toe gegroeid. Gebleven is echter de moeizame relatie tussen christen- en sociaal-democraten.

Van Baalen: ‘Als je met christelijke politici spreekt, beginnen ze altijd over de sfeer. Met liberalen is het veel makkelijker samenwerken, vinden ze. Liberalen en christen-democraten hoeven de samenleving niet zo nodig te veranderen, sociaal-democraten wel.’

Bij alle veranderingen lijkt dat een constante die de stroeve verhoudingen verklaart. Hoeveel ideologische veren ook zijn afgeschud, de sociaal-democraten zijn aan hun stand verplicht de baan van het kapitalisme een beetje bij te buigen, al is het maar op symbolische wijze. Dat geeft in 2006 evenzeer frictie als in 1956.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden