Rook verdrijven uit het paradijs

Drie mannen op Curaçao willen af van Isla, de vervuilende olieraffinaderij. GreenTown moet een bruisend gebied worden.

Het is de vuilste plek in het koninkrijk, zeggen de drie mannen die hopen daar verandering in te kunnen brengen: raffinaderij Isla op Curaçao. Hier, op een schiereiland in een baai van het eiland, staat een installatie waarvan je niet wist dat het mogelijk was in een Nederlandssprekend deel van de wereld. Zwarte rook, zwavelige luchten, afgefakkeld gas, een hoek van de baai die vol ligt met aangespoeld asfalt: zo smerig kan het dus worden, nog steeds.


En dat in het hart van een tropisch vakantieparadijs. Dat moet anders, vinden Andres Casimiri, Alaric Smeets en Sven Rusticus, initiatiefnemers van het plan GreenTown Curaçao. Zij voorzien een duurzame stad op de plek van de huidige raffinaderij - te vergelijken met Masdar City, de energieneutrale stad van Norman Foster in de Verenigde Arabische Emiraten. Het moet een bruisend hart worden van jachthavens, hotels en uitgaansgelegenheden, maar ook met jachtwerven en ambachtelijke toeleveranciers van de jachtenbouw, en recyclingbedrijfjes. Rusticus: 'We moeten hier toch al die grote cruiseschepen naartoe kunnen krijgen? Wat kan een Curaçaoër? Feesten organiseren. Dus dat moeten we hier doen. Geen olie raffineren.'


Het is een interessante alliantie. Voorzitter Casimiri (61) is opgegroeid op Curaçao, onder de rook van de raffinaderij. Hij woonde in een wijk waar ook nu nog een paar keer per jaar de scholen worden gesloten omdat de stank niet te harden is, en de leerlingen last krijgen van hun ogen en keel. Casimiri woonde in een van de huizen die het dichtst bij de raffinaderij stonden. 'Een keer was er een ongeluk, met ontploffende gasflessen. De stukken lagen bij ons in de tuin.'


Lange tijd nam Casimiri de problemen voor lief, zoals veel eilandbewoners de raffinaderij als een gegeven beschouwen. Pas een paar jaar geleden werd hij er - door zijn geëmigreerde zoon, milieukundige - op geattendeerd dat het eigenlijk wel heel raar is, zo'n smerige industrie in de achtertuin. Casimiri ging met bewoners van zijn oude wijk praten, ontdekte de longproblemen, ontdekte het rapport van het Nederlandse adviesbureau Ecorys, dat in 2005 concludeerde dat er (statistisch) jaarlijks achttien doden vallen door fijnstof en zwavel uit de raffinaderij. 'Toen ben ik gaan denken: wat gebeurt er als je dat ding weghaalt?'


Smeets is eveneens een Curaçaoër. Hij ging naar Nederland, werd filmmaker, om na een carrière bij Endemol terug te keren naar het eiland, waar hij documentaires begon te maken. In die hoedanigheid kwam hij Casimiri tegen, die hem op de milieuproblemen wees. 'Het frappante was: zelfs ik moest erop gewezen worden, dat het toch wel heel raar was, zo'n vieze raffinaderij op die plek. Dat geeft aan hoe murw wij zijn. We zien het niet meer, of zien het met een blik van vastgeroeste nostalgie. Volkomen misplaatst.'


Nummer drie is Rusticus (43), een werktuigbouwkundig ingenieur met een marketingbureau, die naar Curaçao ging omdat het zo'n mooi eiland is. Jaren geleden studeerde hij in Delft af op olieraffinage ('vroeger wilde ik directeur van Shell worden'), en hij weet dus hoe een en ander werkt, of zou moeten werken. 'Ik zag die gele rook, ik zag dat asfaltmeer. Ik verbaasde me over de staat van die raffinaderij, en over de mentaliteit van de mensen die hem beheren. Stel je voor, dat wij hier zomaar het Markermeer vol met olie laten stromen. Dit is echt niet meer van deze tijd.'


De raffinaderij stamt uit 1918, toen Shell er de olie in begon te verwerken die het een paar jaar eerder in Venezuela had ontdekt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog draaide in Europa en Afrika bijna driekwart van de geallieerde tanks en vliegtuigen op de hier geproduceerde benzine, diesel, kerosine. 'Het was een directe opdracht van het Nederlandse ministerie van Oorlog om hier zo veel mogelijk te produceren. Dus hoefde de teer niet te worden verwerkt, en mocht Shell het zo de baai, het Schottegat, in laten stromen.'


De raffinaderij draaide op volle toeren, had tweeduizend mensen in dienst, en leverde een kwart van het inkomen van Curaçao. Het was de trots van het eiland, en juist die trots is nu een groot probleem, zegt Rusticus. 'De raffinaderij heeft voor ontzettend veel welvaart gezorgd. Iedereen heeft wel een vader of oom die er gewerkt heeft. Veel mensen denken dat de raffinaderij nog steeds belangrijk is. Praten over afbraak was eigenlijk taboe.'


Het economische belang van de raffinaderij is echter sterk teruggelopen. In 1985 verkocht Shell de fabriek voor één Antilliaanse gulden aan het eiland. Dat besloot vervolgens de fabriek te verhuren aan de Venezolaanse staatsoliemaatschappij PDVSA, voor een vrij luttel bedrag van 15 miljoen euro per jaar. Over de geschatte winst van 400 miljoen euro per jaar hoeft PDVSA geen belasting te betalen. Casimiri: 'We zijn veel meer kwijt aan kosten voor medische zorg dan dat die raffinaderij oplevert.' Rusticus: 'Wij worden uitgebuit. Krijgen wel de rotzooi, maar niet het geld.'


De laatste maanden zit er wel wat beweging in de zaak. Minister Donner van Koninkrijkszaken erkende na Kamervragen de 'waarborgfunctie' die Nederland heeft voor zijn oude kolonie en gelastte een onderzoek naar de toekomst van het Isla-terrein. Dat onderzoek heeft drie opties opgeleverd: laat het zoals het is, maak de raffinaderij schoner, of breek hem af. Op 31 oktober moet de knoop worden doorgehakt.


Tot die tijd doen de drie mannen van GreenTown Curaçao dus hun best hun plan onder de aandacht te brengen. Ze hebben basale schetsen, maar dat moeten mooiere plaatjes worden, gebaseerd op ontwerpen van architecten. Het geld komt van henzelf en uit giften. Ze willen laten zien wat er mogelijk is, een nieuwe wereld laten zien. De uitwerking is straks aan andere partijen. 'We hopen zoveel mogelijk bedrijven te laten inzien wat voor kansen daar liggen', zegt Rusticus. 'Het terrein moet worden opgeschoond, bebouwd, geëxploiteerd.'


Het is uiteindelijk vooral een economisch verhaal, zeggen de drie. Dat is de enige manier om de bevolking te overtuigen. Dat er straks meer dan genoeg werkgelegenheid zal zijn, dat er genoeg geld verdiend zal worden. 'Toch maak ik me zorgen over de besluitvorming', zegt Rusticus. 'De PDVSA is een sterke lobby, en heeft politici en journalisten in zijn zak. Er zijn al wetten en dwangsommen (75 miljoen per jaar) die de maatschappij zouden moeten dwingen de rommel op te ruimen. Dat doen ze gewoon niet. De staat handhaaft zijn eigen regels niet.'


Rusticus verbaast zich ook over de blinde vlek die Nederland heeft voor de rommel in zijn eigen tropische zwemparadijs. 'Er worden hoorzittingen gehouden over Nigeria, maar van Curaçao weten we weinig. Terwijl er elke dag drie Boeings naar het eiland vliegen.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden