'Rook je chloor dan wist je: het is mis'

In het jongste conflict met Unscom beweert Irak dat het alle chemische en biologische wapens, inclusief de grondstoffen ervoor, heeft vernietigd....

STIEVEN RAMDHARIE

IN DE CHEMISCHE fabriek bij Fallujah, die tijdens de Golfoorlog zwaar werd gebombardeerd, kreeg het inspectieteam van majoor H. Faber keurig van de Iraki's te horen waar precies de vaten met chemicaliën waren gedumpt. Toen Faber (42) in 1995 het terrein bezocht, trof hij inderdaad tientallen roestige vaten aan op een schroothoop.

Fallujah, volgens de Amerikanen een van de tientallen complexen die deel uitmaakten van het Iraakse chemische wapenprogramma, was in vier jaar grotendeels herbouwd: chloor en rattengif werd er inmiddels volop geproduceerd.

Unscom-teams die het Iraakse chemische wapenprogramma moesten ontmantelen, bezochten de fabriek regelmatig om misbruik door Bagdad te voorkomen. Dat er op de bewuste plek op het fabrieksterrein chemicaliën waren geloosd, konden Faber en zijn Poolse, Russische, Engelse, Amerikaanse en Oekraïense collega's gemakkelijk constateren.

'Dat is ook geen probleem', betoogt Faber, squadron-commandant op de vliegbasis Eindhoven. 'Enorme gaten zijn er gegraven in de woestijn, maar na vier jaar kan je niet meer vaststellen of er honderd of tweehonderd ton is geloosd. We kregen ook te horen dat er vaten waren vernietigd. Maar aan de hand van een paar uitgebrande barrels kan je niet meer vaststellen hoeveel het er waren. Dat is onmogelijk.'

Over het huidige conflict wil de majoor niets zeggen. Maar hoewel het al drie jaar geleden is, kenmerken zijn ervaringen van toen het huidige dilemma van Unscom in de ruzie met Irak over het afstaan van documenten: de inspecteurs weten vrij nauwkeurig welke hoeveelheden chemicaliën en andere grondstoffen voor chemische en biologische wapens zijn ingevoerd. Maar is alles ook echt vernietigd?

De vraag is of Unscom erin zal slagen te achterhalen waar al het materiaal is gebleven. De Iraakse tegenwerking is immers effectief gebleken.

In de fabrieken heeft Unscom er een heidens karwei aan gehad om de Iraakse claims over het dumpen en verbranden van chemicaliën te verifiëren.

Faber maakte deel uit van het handjevol Nederlanders dat sinds 1991 deelnam aan de inspecties van Unscom. Vergezeld van vijf inspecteurs - laboranten, militairen en chemici - was hij belast met het controleren van de chemische fabrieken en installaties. Het grootste deel van de Iraakse chemische wapens was toen al door Unscom vernietigd. Drie maanden lang bezocht het team 'verdachte' fabrieken, werden lucht-en grondmonsters genomen en moesten er verrassingsinspecties worden uitgevoerd.

Niet zozeer de Iraakse pesterijtjes bij de inspecties maar veeleer het nauwkeurig controleren van de Iraakse claims bezorgden Faber en de zijnen kopzorgen. Hoe doe je dat in fabrieken en opslagplaatsen met lekkende vaten en kapotte kratten met zakken gif? Grote hoeveelheden chemicaliën, aldus de Iraakse generaals, zouden tijdens de Golfoorlog verloren zijn gegaan. Voorraden hadden ze niet meer.

Faber: 'Het probleem was tot welke nauwkeurigheid je de Iraakse beweringen kon natrekken. In de fabrieken was het vaak een puinhoop. Irak is ook zo groot. Er waren ondergrondse fabrieken en tevens fabrieken in de bergen. Je kon niet precies, na al die jaren, achterhalen wat ze hadden gebruikt van het ingevoerde materiaal.'

De zoektocht naar het keiharde bewijs werd ook nog bemoeilijkt door de gebrekkige staat van veel installaties. Als de majoor een terrein naderde en chloor rook, wist hij dat het er mis was. De Iraki's beweerden rustig dat dagelijks twintig tot dertig ton ammoniak weglekte. Moeilijk was ook de controle als het ging om stoffen die niet direct met de neus opgespoord konden worden.

Vooral bij installaties die gemakkelijk voor militaire doeleinden konden worden gebruikt, was het kloppend krijgen van de cijfers een noodzaak.

Faber: 'Dat het er lekte, was niet moeilijk te constateren. Maar hoe bewijs je dat het ook dat aantal per dag was? Dat was niet te bewijzen.'

Dan waren er ook nog de kapotte meetinstrumenten. Op lokaties waar chemicaliën werden overgeslagen naar kleine cylinders, was onnauwkeurige meetapparatuur schering in inslag. De instrumenten waren vastgeroest of hadden een afwijking van zo'n 20 procent. Het achterhouden van chemicaliën door de Iraki's werd zo makkelijk gemaakt.

Faber: 'In Fallujah vroeg ik een werknemer ooit hoe ze wisten dat een cylinder vol was. Ze voelden gewoon met hun hand of de cylinder koud werd. Afsluiters waren ook niet optimaal zodat de cylinders vaak leeg aankwamen op hun bestemming. Wij wilden exact weten hoeveel er in die cylinders ging. Maar de realiteit was dat we niet tot op de komma konden aantonen wat ze hadden gebruikt.'

Stieven Ramdharie

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden