Roofkunstenaar

Rembrandts die geen Rembrandts zijn. Erven die ruziën over de teruggegeven schilderijen. Als geen ander weet kunsthistoricus Ekkart wat de Duitse onderzoekers van de collectie-Gurlitt te wachten staat.

Zijn handen jeuken, zegt hij aan het einde van het interview, om de administratie in te zien van kunsthandelaar Hildebrand Gurlitt. Die zou vorig jaar in beslag zijn genomen in het Münchense appartement van diens zoon Cornelius, samen met de 1.406 kunstwerken die bij toeval waren aangetroffen. 'Een gigantisch aantal. Ik heb geen weet van vergelijkbare vondsten.'


Tot zijn spijt is de Haagse kunsthistoricus Rudi Ekkart (65) niet benaderd. Het Nederlandse restitutiebeleid - dat de afgelopen weken in Duitsland tot voorbeeld is gesteld - is begonnen bij hem. Sinds 1997 houdt hij zich bezig met het achterhalen van kunst die tijdens de Tweede Wereldoorlog naar Duitsland is overgebracht. De oud-directeur van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie was voorzitter van een paar onderzoekscommissies, die hij die namen heeft gegeven alsof het kabinetten zijn. 'Dat was Ekkart 1.'


Tien jaar kostte het om de eigenaren te achterhalen van de geroofde kunstwerken die na de oorlog in het bezit van de Nederlandse staat waren gekomen. De zaak-Goudstikker is de bekendste van de vele claims die werden onderzocht. Daarna volgde het onderzoek naar roofkunst in museumcollecties. Een paar weken geleden maakte Ekkart bekend dat de musea nog heel wat in hun depots hebben gevonden.


Nog lang is het werk niet klaar. Hij is geld aan het werven voor de volgende klus: het digitaliseren van de formulieren waarin na afloop van de oorlog aangifte werd gedaan van de roof of verkoop van kunstwerken. 'Dat varieert van het Delfts tegeltje tot een Rembrandt.' Ekkart schat dat er in Nederland nog zo'n 20 duizend objecten worden vermist. Daaronder een schilderij van de Franse schilder Eugène Delacroix, dat in de oorlog door Hildebrand Gurlitt is gekocht van een niet-Joodse kunsthandelaar.


'Je moet goed in de gaten houden dat een groot deel van wat de Duitsers uit ons land hebben meegenomen, gewoon gekocht is. Ze waren niet zo slecht van betalen in het algemeen, ook niet als Joodse handelaren onder zekere druk moesten verkopen. De Duitsers betaalden met guldens, die ze bij De Nederlandsche Bank hadden ingewisseld tegen Duitse marken. Die koers was heel onvoordelig voor Nederland omdat die door de Duitsers was bepaald. De Nederlandse staat werd dus gedupeerd. Dat was de formele reden waarom al deze werken na de oorlog terug moesten naar Nederland.'


Ekkart is verbaasd dat de collectie-Gurlitt na de oorlog ongemoeid is gelaten door de geallieerden. 'Met name de Amerikanen hadden een enorme speurzin. Die waren al halverwege de oorlog in Washington begonnen met de voorbereidingen.' Ook heeft hij met verwondering gevolgd hoe de zaak-Gurlitt in Duitsland is aangepakt. Anderhalf jaar werd de ontdekking van de kunstschat stilgehouden. Slechts één kunsthistorica was aan het werk gezet om te achterhalen waar de 1.406 werken vandaan komen.


Herkomstonderzoek is een vak apart, stelt Ekkart, dat trekken vertoont van recherchewerk. Daar zijn specialisten voor nodig. Zo'n team is er in Berlijn, maar dat werd pas kortgeleden ingeschakeld. Hij heeft het idee dat Duitsland achterloopt bij Nederland.


'Er was daar lange tijd geen centraal beleid. Sommige musea verdedigden zich met hand en tand tegen de meest heldere claims. Andere musea gaven het schilderij al terug nog voordat de brief met een claim de voordeurmat had bereikt. Pas vijf jaar geleden heeft de Bondsrepubliek geld uitgetrokken voor het coördineren van onderzoek.'


Als geen ander weet hij wat er nu op de Duitse onderzoekers af komt. 'De eerste vraag is: zijn er inventarisboeken of is er een bedrijfsadministratie? Ook al heb je die, dan ga je toch met complicaties te maken krijgen. De namen van kopers of verkopers zijn vaak verbasterd. Bij mondelinge transacties lagen niet altijd de visitekaartjes op tafel.


'Ook zijn de toeschrijvingen van schilderijen aan kunstenaars nu vaak verschillend. Zo'n tien jaar geleden kwam er bij ons een claim binnen van erven van een Joodse verzamelaar. Zij hadden een lijstje van zijn collectie. Daar zat bij een oude vrouw van Nicolaas Maes. Oh, wat leuk, in het Rijksmuseum hangt een oude vrouw van Nicolaas Maes. Claimen we. Er zat ook een landschap bij van Jan van Goyen. Ha, zo'n soort van landschap hangt er in het Mauritshuis. Claimen we ook.


'Wat blijkt: die oude vrouw van Nicolaas Maes is in 1870 met het legaat-Dupper in het Rijksmuseum gekomen. En die Jan van Goyen uit het Mauritshuis was in 1895 door Bredius in bruikleen gegeven en na zijn dood nagelaten. Er klopte niets van. Maar je kijkt alles toch na om te beslissen of je een claim doorstuurt voor behandeling door de Restitutiecommissie. Dat is een zware procedure die twee jaar kan duren. Vind ik verdomme nog die Van Goyen die ze zochten. Dat was allang geen Van Goyen meer, het doek was inmiddels toegeschreven aan een navolger van deze schilder. Het hing in een Nederlands museum en is teruggegeven.


Brandhout

'De hoeveelheid Rembrandts die in die tijd circuleerde, was gigantisch. Daar zat ook brandhout bij. Je moet je voorstellen dat zulke stukken al lang in de familie waren en dus al die tijd een Rembrandt werden genoemd. Ik heb een keer een collectie nagelopen van een niet-Joodse verzamelaar die in de oorlogsjaren was verkocht. 20 procent klopte nog qua toeschrijving.'


Niet zelden geeft de achterkant van een schilderij een aanwijzing voor de herkomst. 'Tien jaar geleden heeft het Dordrechts Museum te goeder trouw een schilderij van Jacob Cuyp gekocht. Dat is daarna gerestaureerd. Daarbij is een nummer op de achterkant verdwenen dat we nu herkennen als een nummer van de Liro (de nazibank die Joods bezit roofde, red.). In de administratie van de Liro stond waar dat schilderij vandaan kwam. Gelukkig had het Dordrechts Museum keurig bijgehouden wat er bij de restauratie was gebeurd. Er is nu een gesprek gaande met de erven.'


Informatie over de herkomst is ook vaak te vinden in oude catalogi of bij het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD). Dat beschikt over een enorm archief met 'plaatjes', zoals Ekkart het noemt. 'In de jaren dertig waren er al kunsthandelaren die van alles wat ze hadden een foto stuurden. Een mooi voorbeeld is kunsthandel Stern in Düsseldorf. Vijf keer per jaar kwamen er hier op het RKD pakjes binnen met foto's van alles wat hij had gekocht. 'Kunnen jullie er iets over zeggen?', schreef hij. 'Zo niet, dan is het toch maar mooi voor jullie documentatie.' Mede dankzij die zendingen is er een Jan Breughel naar de erfgenaam gegaan, een Canadese universiteit. Dat zie je helaas steeds meer, erven die geen familie zijn. Daar zit geen persoonlijke kant meer aan.'


Soms rest er niets anders dan publicatie van vermoedelijk geroofde kunstwerken om nog erfgenamen te kunnen vinden. Dan worden die stukken ook opgenomen in het Art Loss Register, een wereldwijde databank waarin veilinghuizen kunnen controleren of kunst gestolen is. Twee keer werd er in Nederland een 'raadseltentoonstelling' georganiseerd met werken waarvan 'je aan je water voelde dat er iets mis was', maar waaraan geen naam kon worden gekoppeld. Een tinnen macabeeënlamp werd herkend en is later toegewezen, herinnert Ekkart zich.


'Het kan jaren duren om erven te vinden. Hans Ludwig Larsen was een Duitser die jaren in Nederland woonde voordat hij in 1937 overleed. Zijn kunstcollectie werd door de weduwe in bruikleen aan enkele musea gegeven vlak voordat zij naar de VS emigreerde.


'Begin jaren veertig gingen de Duitsers de musea af om bruiklenen van deze 'vijanden' in beslag te nemen. Nadat wij op de collectie-Larsen waren gestuit, kostte het nog twee jaar om erfgenamen te ontdekken. Op een op internet gepubliceerde alumnilijst van een Amerikaanse universiteit vonden we een bekende naam. Toen bleek dat we beet hadden en kwam er een ingewikkelde kring van erven in beeld. Twaalf goede schilderijen, van onder meer Jan van Goyen, Nicolaes Berchem en Thomas de Keyser, zijn aan hen toegewezen.'


Niet zelden ontstaat na teruggave ruzie in de familie, heeft Ekkart ervaren. 'Ze hebben nooit iets te verdelen gehad en dan komt opeens de goudvloot binnen. Ik krijg vaak ook te horen: die erfgenamen zijn duitendieven. Krijgen ze een stuk terug, brengen ze het meteen naar de veiling. Maar dat stuk moet vaak worden verdeeld onder vijftien mensen. De meesten zijn niet in staat om elkaar uit te kopen, dus zit er niks anders op dan het te verkopen. Soms moet ook de advocaat nog worden betaald.'


Hij noemt het 'frustrerend' dat advocaten zoveel hebben verdiend aan de restitutiezaken - in sommige gevallen miljoenen. 'De echte claimanten blijven nu vaak uit beeld. Of ze worden opgevoerd in interviews die zijn gemanipuleerd door de advocaten. In een aantal geruchtmakende zaken heb ik claimanten in de eerste stadia meegemaakt. Toen ik ze sprak, keken ze heel anders tegen de zaken aan. Dat veranderde toen zij een advocaat kregen die zei: hier valt iets uit te halen.


'Daar staat tegenover dat ik vaak heb meegemaakt dat rechtstreeks betrokkenen hun familiebezit terugkrijgen. Dan gaat het vaak niet om kostbare dingen. Een dame claimde een 18de-eeuwse commode in Louis XVI-stijl. Ze was een jaar of tien toen de oorlog uitbrak, maar had nog herinneringen aan die commode. We hebben samen het depot bezocht om de herinneringen te checken. Bleek dat er een la klemde, precies zoals ze had gezegd. Ze schreef me een paar jaar later nog een briefje, toen die commode eindelijk bij haar in huis stond. Voor zulke gevallen doe je het.'


CV Rudi Ekkart


23 december 1947 Geboren in Den Haag


1966-1978 Studie kunstgeschedenis in Leiden, daarna werkzaam aan de universiteit


1978-1986 Directeur Museum Meermanno-Westreenianum/Museum van het Boek


1987-2012 Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, vanaf 1990 als directeur


1997-2007 Voorzitter begeleidingscommissie 'Herkomst Gezocht', een onderzoek naar roofkunst in het kunstbezit van de Nederlandse staat.


2009-2013 Voorzitter begeleidingscommissie van 'Museale verwervingen', een onderzoek naar roofkunst in de collecties van Nederlandse musea.


Ekkart vervulde talloze bestuursfuncties bij culturele organisaties. Hij geldt als een kenner van de portretkunst in de 16de en 17de eeuw, waarop hij in 1997 is gepromoveerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden