ROODHARIG EN LINKSHANDIG

IN VROEGERE eeuwen werden roodharigen met wantrouwen bekeken. Mensen met deze eigenschap werden meestal geassocieerd met kwaadstichterij en met duivelse krachten....

De Duitse antropoloog Klaus Müller geeft in de fascinerende studie Der Krüppel (1996) een overzicht van door de eeuwen heen bestaande vooroordelen jegens lelijke mensen of mensen met lichamelijke tekorten, jegens te lange of juist weer te korte mensen (dwergen), jegens blinden, gebochelden, kreupelen en andere misbaksels. Wie afstotelijk was, werd maatschappelijk uitgestoten. In vele derdewereldlanden is dat nog steeds zo.

De maatschappelijke ideeën over goed en kwaad blijken diepgaand samen te hangen met opvattingen over mooi en lelijk en rein en onrein. Zelfs als de aard van de aandoeningen buiten elke persoonlijke schuld was, werd er volop gediscrimineerd.

Het zelfbeeld van een moderne samenleving bestaat er uit dat dergelijke 'primitieve vooroordelen' overwonnen zijn. Af en toe ondervinden individuele personen nog wel eens hinder van een opvallende eigenschap en worden er stekelige opmerkingen gemaakt over mensen met rood haar (of enig ander kenmerk), maar als groep worden deze opvallende mensen niet meer gediscrimineerd.

Althans dat denken we van ons zelf. Er is tegenwoordig bijzonder veel politieke en wetenschappelijke aandacht voor processen van uitsluiting. Slogans als 'niemand aan de kant', 'werk, werk, werk', 'samen naar school' suggereren dat tegenwoordig iedereen er bij hoort. Voor elke bijzondere groep - doelgroep in het Haagse jargon - zijn er bijzondere re-integratieprogramma's en een van de opvallendste kenmerken van al deze maatregelen is dat ze zo bijzonder weinig helpen. Hier zou een systematische vergelijking tussen de oude, primitievere sociale mechanismen van vooroordeel en uitstoting en de moderne mechanismen op zijn plaats zijn, maar weinigen durven dat aan.

De studie van Klaus Müller laat zien dat er ook in de hedendaagse samenleving talloze morele oordelen bestaan over afwijkingen van het 'Normaal Menselijk Patroon'. Er is nog steeds een grote angst voor 'alles wat anders is' en voor natuurlijke variatie, ondanks een cultuur waarin 'diversiteit' wordt bejubeld. Pas op voor oordelen, zo zegt hij, want die monden meestal uit in morele veroordelingen en daarmee hebben ze dezelfde krachtige maatschappelijke werking als primitieve vooroordelen.

Over sociale uitsluiting wordt wel veel gesproken, maar vaak niet helder gedacht. Van welke zaken worden mensen uitgesloten? Van politieke rechten of van kansen op sociale participatie? Om welke redenen of oorzaken wijken groepen of personen af? Vrijwillig of onvrijwillig? Is de oorzaak repareerbaar of niet? Is er sprake van schuld en eigen toedoen of niet?

Integratie staat bovenaan op het verlanglijstje, maar bijna iedereen gaat stamelen als gevraagd wordt wat die integratie precies inhoudt en wanneer daar sprake van is. Is integratie een eigenschap die een persoon kan bezitten, dus zoiets als roodharigheid en linkshandigheid? Of is integratie een tamelijk abstracte eigenschap van het sociale systeem, van de samenleving als geheel?

Nieuwkomers moeten geïntegreerd worden via een inburgeringscontract. Langdurig werklozen krijgen speciale re-integratieprojecten. Voor arbeidsongeschikten, allochtonen en lichamelijk gehandicapten zijn aparte wetten gemaakt ter bevordering van deelname aan arbeid, maar al deze wetten worden mondjesmaat nageleefd en hebben nauwelijks het beoogde effect.

Er is een stilzwijgende consensus aan het groeien dat iemand slechts geïntegreerd is als die persoon vloeiend Nederlands spreekt en een betaalde baan buitenshuis heeft. Maar een systematische vergelijking tussen bepaalde afwijkende groepen onderling kan de smalheid van dit spoor aantonen. Waarin verschillen bijvoorbeeld langdurig werklozen, delinquenten, geestelijk gehandicapten, lichamelijk gehandicapten, arbeidsongeschikten, allochtonen, ouderen van elkaar? Dit zijn inderdaad allemaal groepen, voor wie het ultieme doel is: integratie in de samenleving. Eens een dief, altijd een dief? Nee, niet volgens de huidige inzichten. Eens werkloos, altijd werkloos? Nee, niet met de nieuwe individuele trajectbegeleiding. Eens gehandicapt, altijd gehandicapt? Ja, meestal wel, tenzij de medische wetenschap of technologie een handje komt helpen. Eens een zwarte huid, altijd zwart? Ja. Eens oud, altijd oud? Ja.

De consequenties van de fundamentele verschillen tussen doelgroepen kunnen voor het beleid enorm groot zijn. Eén integratie-norm (werk, werk, werk) is onrealistisch, onzinnig en eigenlijk immoreel. Ik stel voor om de afwijkelingen echt serieus te nemen. Laten we daarom ophouden de geestelijk en lichamelijk gehandicapten slechts te behandelen naar en te benoemen met de politieke correcte uitdrukking 'de in zijn of haar arbeidsfunctie niet optimaal ontplooide medemens' of met woorden van gelijke strekking.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden