Rood: puur

SYLVIA WITTEMAN

'Het verband tussen de kleur van het folie en de smaak van het daarin verpakte paaseitje zou wettelijk moeten worden vastgelegd.' Deze stelling poneerde ik gisteren op twitter. Ik moet zeggen: ik heb nog nooit zoveel bijval geoogst, en terecht.

In mijn prille jeugd bestonden er drie soorten paaseitjes: melk, in een blauw papiertje, puur in rood en hazelnoot in groen. Tot dusver niks aan de hand. In de vroege jaren zeventig zorgde de opkomst van de ten onrechte zo populaire witte chocola al voor de eerste verwarring aan het paasei-front: vaak hadden die een gouden wikkeltje, maar ook wel eens een zilveren.

Maar écht fout ging het pas toen de pattisserende middenstand, altijd tuk op kooplustaanwakkerende nieuwigheden, een methode vond om die voorheen zo onschuldige versnapering te voorzien van een praliné-vulling. Deze nouveauté (doorgaans in paars folie) vond gretig aftrek, en de chocolademaffia begon, aangespoord door dit succesje, een mer à boire van de verfoeilijkste vullingen op te hoesten. Advocaat, kersen, cointreau of zomaar gewoon vage mierzoete kledder.

En toen had je de poppen aan het dansen. Want wat voor kleur moesten al die wanproducten krijgen? De fabrikanten tastten in het duister. In hun wanhoop grepen ze naar twee- of meerkleurige wikkeltjes, met stippen, strepen of sterren, waar ze die arme eitjes naar reine willekeur in verpakten. Van de weeromstuit werden ook de vertrouwde kleuren rood, blauw en groen al spoedig lukraak, per merk verschillend, door elkaar heen gebruikt. De chaos was niet meer te stuiten en het schrijnende gebrek aan concensus leidde tot afschuwelijke misstanden. Meermaals moest ik als kind een lauwe mondvol kleverig kwijl met chocoladeschilfers paniekerig kokhalzend in de hand van mijn toegesnelde moeder uitspugen, omdat er zo'n verraderlijke likeurbom in mijn mond ontploft was.

Ja, en dan raak je je moraal kwijt, zoals voetballers dat zo treffend zeggen. Je gaat argwanend aan zo'n papiertje zitten pulken, in de hoop althans aan de kleur en geur van de onderliggende chocola een hint van de vulling te kunnen ontfutselen. Durf je vervolgens het ei voorzichtig aan het puntje open te bijten, dan loop je alsnog het risico dat zo'n smerige golf advocaat onverhoeds over je tong komt gutsen. 's Neerlands ooit zo keurige bonbonschaaltjes bieden sindsdien, met al die losgepulkte en weer dichtgefrommelde papiertjes, de godvergeten aanblik van een ontploft mijnenveld. Paradise lost.

Maar de oplossing ligt voor de hand. Wij kennen landelijke afspraken over de meest uiteenlopende zaken als kledingmaten, sigarettenprijzen of het vitaminegehalte in kunstboter. Wat is er eenvoudiger dan ook voor de wikkels van paaseitjes een nationale standaard overeen te komen? Rood: puur, blauw: melk, nootjes: groen, wit: goud, praliné: paars, en voor alle afwijkende varianten wordt een klein, overzichtelijk geïllustreerd catalogusje bijgevoegd. Klaar. Rest alleen de vraag wie de taak op zich gaat nemen om deze simpele, doeltreffende wetgeving ook daadwerkelijk ten uitvoer te brengen en strikte naleving af te dwingen. De paus lijkt me daarvoor bij uitstek geschikt. Dan doet die ook nog eens iets nuttigs. En hij hééft ten slotte iets met Pasen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden