Ronnie is Ronnie

Surinaamse Robin Hood of drugsdealer die denkt zich alles te kunnen permitteren? De Hoge Raad in Den Haag behandelt komende maand het cassatie-beroep van Jungle Ronnie, alias Romeo Bravo, ofwel Ronnie Brunswijk: 'Ik heb hier nooit een vliegtuigje met cocaïne zien landen.'..

De rode Ford Cougar raast met een snelheid van 140 kilometer per uur over een weg die geen weg meer is. De route, dwars door het oerwoud van Oost-Suriname, ligt bezaaid met brokken asfalt. 'Jongen, je rijdt echt hard!', schreeuwen twee boslandcreolen op de achterbank. Chauffeur Chenny (32), onderuit gezakt in zijn stoel, beschouwt het gejoel als een aanmoediging om het gaspedaal nog dieper in te drukken.

Het bos flitst aan weerskanten voorbij. De passagiers van een toeristenbus, gestrand na motorpech, kijken geïrriteerd naar de sportauto. 'Ronnie is er niet', riep de coureur in spe tien minuten eerder voor het huis in Moengo van Ronnie Brunswijk, alias 'Romeo Bravo'. 'Hij wacht op jullie in het bos. We brengen jullie wel.'

Daar, bij het dorpje Moengotapoe, speelt de oud-rebellenleider en ex-lijfwacht van Desi Bouterse met een van zijn tientallen kinderen. Daar dolt 'Jungle Ronnie' volop met vrouwen. 'Anita!', lonkt hij naar een meisje langs de weg. Ze lacht verlegen.

Zo'n vijftig meter verderop, in het oerwoud, klinkt het snerpende geluid van Ronnies houtzagerij. 'Kom maar', roept de 40-jarige oud-militair uit het Surinaamse binnenland naar een werknemer die een boomstam aflevert bij de zaagmachine. Op het terrein liggen her en der boomstammen van Brunswijks tienduizend hectare grote houtcommissie.

'Of het wat oplevert?', vraagt hij verbaasd. 'Natuurlijk. Van de zestig kubieke meter die ik elke dag zaag, is 25 kuub winst.' Zeventig kilometer zuidelijker zoeken 25 van zijn mannen naar goud. 'De ene keer vinden we zo zeven kilo op een dag. Maar soms is het maar honderd gram, hoor. Goud is onvoorspelbaar.'

Tien jaar vrede, tien jaar einde van de 'binnenlandse oorlog' in Suriname, heeft de twee kemphanen van weleer geen kwaad gedaan. Zowel oud-legerleider Desi Bouterse als zijn rivaal Ronnie Brunswijk hebben zich anno 2002 ontpopt tot succesvolle zakenlui met grote belangen in het uitgestrekte oerwoud van de republiek.

Ze lijken in meer opzichten op elkaar. Beiden zijn in Nederland veroordeeld wegens drugshandel. Bouterse tot elf jaar celstraf, Brunswijk tot zes jaar. Dankzij verklaringen van kroongetuigen die door de Nederlandse justitie zijn beloond voor hun getuigenis. Zes jaar geleden wees een op Schiphol betrapte drugskoerier Brunswijk aan als de eigenaar van twee koffers met 52 kilo cocaïne.

Zowel Bouterse als Brunswijk zitten door de Interpol-signalering al jaren opgesloten in hun Mamma Sranan, in Suriname. Het steekt ze. 'In Enschede hebben ze nog een mooie ouderwetse zaagmachine die ik best zou willen hebben', zegt Brunswijk bij zijn tweede zagerij.

Hij kijkt haast vertederd naar de stokoude Brenta-machine, gered van de sloop in Nederland, waarmee hij vijf jaar terug zijn expeditie in de hout-sector begon. 'Maar ik reis nergens meer naartoe. Ik neem geen enkel risico. Toen ik tegen Bouterse vocht was ik overal welkom. Tot in de Tweede Kamer. Nederland heeft mij laten vallen.'

Komende maand, als de Hoge Raad in Den Haag zijn cassatie-beroep tegen de drugsveroordeling behandelt, kan hij alweer vrij man zijn. Of niet. Zijn mensen zal het een zorg zijn. Ronnie is Ronnie. Voor menige boslandcreool blijft hij de trotse rebellenleider die het in de jaren tachtig durfde op te nemen tegen het militaire juk van Paramaribo.

Voor andere Surinamers blijft hij een brutale vrijbuiter die meent zich alles te kunnen permitteren. Die inbrekers schietend achtervolgt. Die ooit met een revolver het voetbalveld oprende omdat het publiek hem uitfloot. Die geld uitdeelt als hij - Brunswijk is eigenaar van voetbalclub Intermoengotapoe - een wedstrijd heeft gewonnen. Sinds mei heeft hij, net als Clarence Seedorf, een eigen voetbalstadion.

Het Robin Hood-imago, dat van weldoener van de Surinaamse marrons, koestert Romeo Bravo (zijn strijdnaam uit de oorlog) nog steeds. Ronnie bouwt woningen in Moengotapoe. Hij waarschuwt jongeren op de radio vooral op het rechte pad te blijven. Bij zijn huis in het slaperige bauxiet-stadje Moengo, twee uur rijden van Paramaribo, drommen dagelijks bewoners voor het hek.

'Kan ik je wat vragen?', zegt een oude vrouw die recht op Ronnie komt aflopen. Hij wandelt met haar het erf op. Even later komt ze dolgelukkig naar buiten. Brunswijk: 'Ze had een zak rijst nodig. Ik heb haar maar wat geld gegeven.' Een man die om geld voor een bril vraagt, is minder fortuinlijk. Brunswijk doet net of hij de brief van de oogarts verscheurt. 'Ik geef je géén geld. Ik ben geen sociale dienst. Je kan wel wat geld krijgen voor de bus.'

Grijnzend grist hij een bundel bankbiljetten uit zijn broekzak. Zijn coterie, onder wie vroegere leden van het Jungle Commando, kijkt geamuseerd toe vanuit een uitkijkpost bij het huis. 'Bedankt, baas', zegt de man als hij het geld wegstopt. Brunswijk, even later: 'Elke dag verzamelen zich mensen voor mijn huis. Mensen die niets te eten hebben. Of die nog met mij gevochten hebben. De oorlog is allang voorbij, maar toch gelooft de bevolking nog steeds in mij. Als ik ze kan helpen doe ik dat. Maar als het te veel wordt, ga ik het binnenland in. Soms krijg je gewoon geen rust.'

Onderweg naar Moengotapoe, het dorpje waar hij opgroeide, rinkelen zijn drie mobiele telefoons onophoudelijk. 'Met Bravo', zegt Brunswijk nors terwijl hij met de andere hand de Japanse terreinwagen stuurt. Hij rijdt eveneens 140 kilometer per uur. Wanneer gaat hij nou de wegen in het gebied herstellen? Hij lacht. 'Zoveel geld heb ik niet.' Geld heeft de rebel van weleer wel voor de dertig volkswoningen die hij bij Moengotapoe laat bouwen.

Het project in het door de oorlog zwaar gehavende dorp, verloopt on-Surinaams voorspoedig. Temidden van restanten huizen die ooit door het leger zijn vernietigd, werken ongeveer tachtig man sinds mei aan de huizen, onder wie veel jongeren. Het project is een wonder in een land waar regeringen sociale woningbouw beloven, maar die nooit van de grond krijgen. Ronnie leidt rond. Hij verontschuldigt zich dat zijn huis in het dorp veel groter wordt dan de andere.

'Het lijkt groter omdat ik er een balkon omheen laat bouwen.' Hij foetert op de hoge heren in Paramaribo. Zuchtend: 'Alles draait om politiek in dit land. Niets wordt er gedaan in het binnenland. De regering bouwt pas huizen als de verkiezingen voor de deur staan. Terwijl het zo makkelijk is: hout vind je hier in overvloed.'

Er wordt in de felle middagzon driftig gemetseld en getimmerd. Ronnie inspecteert de boel met een kritische blik. Niet alles bevalt hem. Zoals het metselwerk in een van de huizen. 'Slordig! Wie niet kan schuren, moet niet schuren. Waar is Bron?' Een lange, magere man staat meteen voor zijn neus.

Brunswijk: 'Dit is commandant Bron, de kompas van het bos. Deze man heeft ons veel geholpen in de oorlog. Bron kent het bos uit zijn hoofd. Toen het leger hier kwam, ging hij als laatste weg.' De vroegere jungle commando, nu werkzaam als opzichter, wordt er verlegen van. 'Het is goed wat Ronnie hier doet. De regering moet dit project oppikken. Als Ronnie dit kan, kunnen zij het toch ook?'

Commandant Bron is een van de tientallen rebellen die sinds het definitieve vredesakkoord van 1992 met Paramaribo een baan bij de overheid kregen. Vooral bij de Veiligheidsdienst. Brunswijk geeft grif toe dat het niet met al zijn kameraden voorspoedig gaat. Vorig jaar dreigde een ontevreden groep, zo'n negentig man, weer in opstand te komen als de regering hen niet zou helpen. Ruim een half jaar geleden maakten ex-commando's de weg naar de hoofdstad en de grensstad Albina onveilig door auto's te overvallen.

Brunswijk reageert nonchalant als hem wordt gevraagd of de bevolking niet jaloers is op zijn rijkdom. Als dat zo is, maalt hij er niet om. 'Ik werk er toch hard voor? Waarom zou ik mij schuldig moeten voelen omdat ik het goed heb? Ik wil die jongens best helpen. Maar dan moeten ze ook bereid zijn te werken.'

'Je bent een stuk stront!' In het Ronnie Brunswijk Sport Complex te Moengo verwelkomt een bevriende politie-inspecteur de ex-rebellenleider in de namiddag. Ronnie lacht bescheiden. De heren omhelzen elkaar. Het blijkt de politieman te zijn die Brunswijk ooit arresteerde nadat deze een inbreker had neergeschoten. Twee maanden zat hij in de cel. De agent is nu een goede vriend. De inspecteur: 'Je moet niet alles geloven wat Ronnie zegt.' Brunswijk: 'Vertel ze dat ik niet alles kan doen in Oost-Suriname, dat ik niet boven de wet sta.' De inspecteur: 'Deze man mag dan Brunswijk heten, maar ook hij is onderhevig aan de wet. Als hij in de fout gaat, gooi ik hem in de boeien.'

Brunswijk ontkent alle verhalen die over hem de ronde doen. Dat hij na het einde van de oorlog het op een akkoordje zou hebben gegooid met Bouterse: Oost-Suriname zou voor Ronnie zijn, West-Suriname voor Desi. Brunswijk: 'Nonsens! Ik heb nooit een deal met Bouterse gesloten. Ik zie hem weleens. Dan groeten we elkaar. We zijn geen vijanden meer, maar gewoon twee Surinamers.'

Onzin, noemt hij ook de verhalen dat hij betrokken zou zijn bij de drugsvliegtuigjes die telkens in het binnenland landen. Soms met duizenden kilo's cocaïne aan boord. Brunswijk: 'Ik heb nooit wat zien landen. De mensen zeggen zo makkelijk dat ik of Bouterse achter deze transporten zit. Ach, als je een hond wil slaan vind je altijd wel een stok. Brunswijk doet niet aan drugs.'

De wereld is nog niet van deze vrijbuiter af. Brunswijk heeft grootse plannen. Hij wil in het Surinaamse parlement. Twee keer eerder strandden zijn pogingen, maar in 2005 moet het lukken met zijn partij ABOP. Brunswijk: 'Ik denk aan drie tot vijf zetels. In het parlement kan ik opkomen voor mijn mensen. De zaken moeten echt veranderen in dit land.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.