Ronddolen is genoeg

even toevallig als al die andere. (Net als mijn vader die er is blijven liggen.)..

Als we zouden veranderen

in deze houding, in bergen,

konden we blijven liggen,

Poëzie van Kopland is voor degene die door het verleden niet met rust wordt gelaten. De vluchteling is het met hem eens dat alle pogingen om je van het verleden los te weken en in het heden te blijven, tevergeefs zijn. Hoe kan een foto terugkeren naar zijn negatief, zegt hij en dan verder naar het moment waarop hij werd genomen?

Als je op de vlucht bent, moet je een selectie van Kopland's gedichten meenemen. Net als mijn vader die dikwijls één kleine bundel van Baba Taher's Poëzie in zijn jaszak droeg.

Ook past zijn werk bij de houding van een Hollandse vrouw op het moment dat ze één bundel van hem aan de banneling aanreikt: 'Lees het maar. Het helpt.'

Ik opende het meteen: 'Alles kan ik verdragen. Het hoekje aardappelen kon ik met droge ogen zien rooien, maar jonge sla, net geplant, slap nog in vochtige bedjes nee.' Ineens werd ik geconfronteerd met een andere manier van kijken. Ik ontdekte dat ik met een totaal ander volk te maken had. Een ontmoeting van een andere aard. Ik deed mijn nette pak aan, kamde mijn haar, poetste mijn schoenen en ging het opvangcentrum uit om dat volk te bewonderen.

Ik bereikte de grenzen van Holland, schreef aan mijn vader toen hij nog leefde. De grazige weiden, de stille wateren en regen, regen tot aan de horizon. Alsjeblieft, voor u, liefhebber van poëzie. Een vertaling van een gedicht van een zekere R. H. van den Hoofdakker: 'Raftan, kari ne-mi-tawan kard. Koha djaje goda hafezi. . . Dit is het dus, verlatenheid, daar, ver weg in de bergen is de plek van het afscheid.'

Volgens gebruik van mijn vaderlijk huis heb ik hier ook een bundel op de schoorsteenmantel gezet. En ik lees:

'Daar der mensen dus verlaten,

het huis, de tafel, het papier.

Geen terugkeer. Dat uitzicht.'

Het werk van Kopland moet je dán lezen als je woordenschat slechts 150 verse Hollandse woorden bevat. En je moet het stiekem lezen, bij de lopende band van een melkpoederbedrijf. Luid uit het hoofd opzeggen wanneer de machines lawaaiig draaien en je je werk haat. Hard, hardop zeggen, gelijk met het moment dat de hamers van de machines onophoudelijk slaan en je niet meer tegen de ballingschap kan.

'Langs de beslagen ramen druppelen

onze namen langzaam naar beneden.

Daar woonden wij en zullen we niet meer komen.'

Terug naar huis is onmogelijk. Maar met dit gedicht wel.

'Bij ons huis bogen de bomen zich, nog krom als grootmoeders boven een bed.'

We hebben onze kaarten achtergelaten. Ze vertelden ons waar we vandaan kwamen. Ik weet dat we verdwaald zijn. Ronddolen is genoeg. Ik zoek naar een lege plek in het hoge gras om me onzichtbaar achter te laten net als al die andere. Maar hoe kan ik me achterlaten op het moment dat de lijsterbes hier duizenden tranen draagt en daar in de bergen mijn moeder en vader lopen en hij er niet bij is.

Ik lees, ik lees. Ik weet dat ik mijn houding moet veranderen om te kunnen liggen in het gras en te neuriën: 'Daar woonden wij en zullen wij niet meer komen.'

Kader Abdolah

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.