Ronald Vreeburg werd misbruikt door vijf soldaten tijdens zijn opleiding. Dit is zijn verhaal

Ronald Vreeburg had het misbruik tijdens zijn militaire opleiding 'in een hokje' weggestopt. De uitnodiging voor een reünie bracht alles weer boven. Ook na 33 jaar is er woede, verdriet en schaamte. Nu nog gerechtigheid.

Foto Lenny Oosterwijk

Ronald Vreeburg (52) klapt zijn fotoboek open op tafel. Zijn rechterhand trilt. Zijn moeder stelde het album voor hem samen, zodat hij zijn tijd op de Koninklijke Militaire School in Weert nooit zou vergeten.

Daar staat hij, in zijn groene uniform, tussen de andere soldaten. Een tengere jongeman met halflang krullend haar. Hij staart wezenloos in de lens.

Bij de groepsfoto van zijn peloton - de eerste lichting van 1982 - blijft hij steken. Zijn vinger wijst. 'Hij, hij, hij, hij en hij', zegt Vreeburg. 'Zij waren het.'

Oproep

Heeft u informatie over seksueel misbruik binnen defensie, of wilt u uw verhaal kwijt, dan kunt u contact opnemen met de auteurs via onderzoek@volkskrant.nl of 06-15003958. Wij publiceren niks zonder uw toestemming. Ook kunt u kijken op de pagina 'Tip de Volkskrant' voor manieren waarop u - al dan niet anoniem - uw verhaal kunt doen.

Lang dacht hij dat hij er nooit meer over zou praten. Dat hij het verdrongen had en er geen last meer van zou krijgen. Tot 2015, toen de uitnodiging van de reünie kwam. Toen kwam alles in één klap weer boven en wist hij dat hij de beelden nooit van zijn netvlies zou krijgen.

De uitnodiging kwam van een man van de militaire inlichtingen en veiligheidsdienst (MIVD). Vreeburg herkende zijn naam. Samen hadden ze in de jaren tachtig op de Koninklijke Militaire School (KMS) gezeten.

'Hallo Ronald', schreef hij. 'Ik was naar je op zoek.'

Toen Vreeburg de deelnemerslijst van de reünie opende, zag hij ze meteen: de vijf mannen wier namen al 33 jaar in zijn geheugen gegrift staan. Alleen: nu waren ze geen soldaten meer, maar leidinggevenden binnen defensie. Luitenant-kolonel, kapitein, onderofficier. En ambtenaar bij het ministerie van Defensie. Het is voor hem een onverteerbare gedachte dat vier van zijn belagers het zo ver hebben geschopt.

Zelfs nu, in de zomer van 2017, voelt hij het nog. De woede, het verdriet, de schaamte. Maar bovenal heeft hij het idee dat hij niet de enige is die seksueel misbruik bij defensie heeft meegemaakt. Dat er meer mensen zijn wier verhalen in de doofpot zijn gestopt. Hij kent de geruchten en hoopt dat die mensen zijn voorbeeld zullen volgen. Daarom treedt hij nu naar buiten. Zijn verhaal wordt bevestigd door drie (oud-)medewerkers van defensie.

Uit het album dat Ronalds moeder voor hem heeft samengesteld: foto's uit zijn tijd op de Koninklijke Militaire School in Weert. De belagers staan niet op deze foto's. Foto Marlena Waldthausen

Marsen

Vanaf het moment dat zijn ouders hem een folder van defensie in zijn handen drukken, weet Ronald Vreeburg het: hij wil beroepsmilitair worden. Hij heeft een voorliefde voor techniek, het lijkt hem prachtig om met die legeruitrustingen te werken. Vlak na zijn 17de verjaardag wordt hij toegelaten tot de Koninklijke Militaire School. Het is januari 1982.

De soldaten, zoals de nieuwkomers worden genoemd, worden ingedeeld in drie pelotons. Elk peloton bestaat uit drie groepen van zo'n twaalf man. Vreeburg is een van de jongsten van zijn lichting en fysiek nog niet volgroeid. Hij komt in Alpha 8, met daarin de minst sterke jongens. De intensiteit van hun training wordt daarop aangepast.

Overdag lopen ze marsen, waden ze door rivieren, rennen ze over stormbanen. 'Zolang je kunt klagen, kun je lopen. Dat was het idee', zegt Vreeburg. Toch heeft hij het naar zijn zin. Ze oefenen militaire vaardigheden als schieten, een handgranaat werpen en zwemmen met een geweer. Ze leren botbreuken spalken en reanimeren.

Soms gaan ze dagenlang op bivak, graven ze ovens in de grond, klimmen ze ongezekerd op torens van 20 meter hoog. Hij houdt van de adrenaline. 'We moesten steeds onze grenzen verleggen.'

Na de lange, slopende dagen rusten hij en zijn groepsgenoten van Alpha 8 's avonds uit in hun gedeelde kamer, nummer '14 links'. Vreeburg vindt het een relaxte groep en kan het met een aantal jongens goed vinden. Ze zitten of hangen tussen de bedden met hun dunne matrasjes en groene dekens. Aan de muur hangt een poster van Marilyn Monroe. Sommigen hebben foto's van naakte vrouwen naast hun bed.

Het is een doordeweekse avond in juni, halverwege het eerste jaar, als Vreeburg met een paar groepsgenoten in zijn kamer hangt. Hij zit op de rand van zijn ijzeren bed. Hij is volkomen ontspannen.

Plotseling ziet hij vanuit zijn ooghoek vijf gedaanten de kamer binnenkomen. 'Ze liepen recht op me af en zeiden niets. Ik stond op, maar voor ik het wist pakten ze me vast. Ze rukten aan mijn kleren tot alles uit was. Ik probeerde me te verzetten, maar er was geen beginnen aan. Ze waren ouder en sterker. Ik was de jongste van de groep, en fysiek de zwakste.'

Vreeburg kent de mannen. Ze zitten in Alpha 7 en slapen in de tegenoverliggende kamer, '14 rechts'. Sommigen zijn wat ouder dan de rest, omdat ze een deel van het eerste jaar moeten overdoen. Even denkt hij dat het een ontgroening is, zoals het andere soldaten ook is overkomen. In een flits herinnert hij zich de jongen die in zijn slaap aan zijn bed werd vastgebonden. Maar ze zijn zo hardhandig dat hij al snel begrijpt dat dit iets anders is.

'Twee mannen pakten me bij mijn armen en twee bij mijn benen. Ze drukten me achterover op bed. Ik was naakt. Ik snapte het niet: ik had geen ruzie, geen schulden. Ik had niks met ze te maken.

'De mannen grepen in mijn kast. Daarin zaten riempjes uit onze standaarduitrusting, waarmee we bijvoorbeeld onze slaapzak oprolden. Met die riempjes bonden ze mijn handen en voeten vast aan de randen van het bed. Ik worstelde om los te komen.'

De kamergenoten van Vreeburg grijpen niet in. Ze zijn bang, zal een van hen later aan de Volkskrant vertellen. 'Zolang iemand anders het pispaaltje is, ben jij het niet. Zo dacht iedereen erover', zegt een oud-collega van Vreeburg. De vijf mannen uit Alpha 7 waren volgens hem sterker. 'Daarom deed niemand iets, zei niemand er iets van. Met hen wilde je geen ruzie.'

Daar ligt Ronald Vreeburg op zijn eigen bed. Vastgebonden. Op zijn rug. 'Vier man bleven me vasthouden bij mijn armen en benen', zegt hij. 'En de vijfde misbruikte me.'

Uit het album dat Ronalds moeder voor hem heeft samengesteld: foto's uit zijn tijd op de Koninklijke Militaire School in Weert. De belagers staan niet op deze foto's. Foto Marlena Waldthausen

Zo'n 5 tot 10 minuten gaat het door. 'De jongens die me vasthielden, waren aan het lachen.'

Plotseling stoppen ze. De riempjes schieten los en hij blijft achter op bed. Als de jongens de kamer uit zijn, komt hij overeind en kleedt zich aan. Hij voelt zich als een robot.

Het is het laatste dat hij nog weet van die avond. 'Ik heb geen idee of ik me heb gedoucht of wat ik verder heb gedaan. Die nacht, het is voor mij één groot zwart gat.'

De volgende ochtend, voor het appèl, loopt soldaat Vreeburg door de lange gang van de kazerne. Zijn uniform heeft hij al aan. Hij is op weg naar de groepscommandanten. Toen hij wakker werd, heeft hij al zijn moed bijeengeraapt. Bij defensie is het ongebruikelijk om te klikken over anderen. Daarmee maak je jezelf kwetsbaar. Maar na wat hem is overkomen, kan hij niet anders.

'Ik was zenuwachtig', zegt hij. 'Hoe zouden ze mijn verhaal ontvangen? Wat zouden ze ermee gaan doen?' Bang dat de jongens van Alpha 7 hem naar de leiding zien gaan is hij niet. Erger dan gisteren kan het niet worden.

De commandanten hebben hun eigen werkkamer in de kazerne. Alles moet volgens protocol, weet Vreeburg. Zijn schoenen glimmen, zijn emblemen zijn gepoetst. 'Soldaat Vreeburg meldt zich', zegt hij als hij binnenstapt.

'Er waren vier mannen. In elk geval mijn groepscommandant en de pelotonscommandant. Ik richtte me tot mijn eigen groepscommandant. Ik heb daar in het kort verteld dat ik was misbruikt en wie het hadden gedaan. Ze onderbraken me niet, ze luisterden. Toen ik klaar was, zeiden ze: je kunt gaan.'

'Ik heb de houding aangenomen, gesalueerd, en me omgedraaid. Ik was met stomheid geslagen. Ik ging terug naar mijn kamer en voelde me machteloos. Eigenlijk kon ik het niet geloven.'

In de weken daarna hoopt Vreeburg dat de commandanten actie ondernemen. Dat zijn verklaring in hun werkkamer niet voor niets is geweest. Dat er sancties zullen volgen. 'Ik dacht er elke minuut aan. Ik wilde niet stoppen op de KMS, ik was vastberaden.' Maar hij hoort niets. 'De daders bleven gewoon rondlopen. Na een maand wist ik dat er niets meer ging gebeuren.'

Hoewel meerdere jongens in de kamer aanwezig zijn geweest, zegt niemand iets tegen hem over het misbruik. Toch voelt hij dat ze het weten, dat het misbruik een publiek geheim is geworden.

In de jaren daarna werkt Vreeburg bij verschillende onderdelen van defensie op kazernes in Eindhoven, Ede, Harderwijk, Garderen en Den Haag. Soms, als hij een van de vijf belagers tegenkomt op een feestje of een ceremonie, maken ze geintjes, vertelt hij. Dan noemen ze hem 'Bevreedenburg'. Hij reageert er niet op. 'Ik heb het in een hokje in mijn hoofd gestopt en de deur dichtgedaan', zegt hij.

Mokerslag

Als defensie hem na acht jaar wil overplaatsen naar Schaarsbergen, vindt hij het mooi geweest. Hij neemt ontslag.

Drieëndertig jaar lang zwijgt Ronald Vreeburg. Tot hij van zijn oud-groepsgenoot de uitnodiging voor de reünie krijgt. Het zien van de vijf namen op de deelnemerslijst voelt als een mokerslag. Ineens is hij zo boos dat hij niet voor zichzelf instaat als hij de mannen weer onder ogen zou komen. Hij kán niet naar de reünie gaan.

Hij is trambestuurder in Den Haag en heeft het goed met zijn nieuwe vriendin. Toch weet zij niet welk geheim hij met zich meedraagt. Net als zijn ouders en ex-vrouw, met wie hij negentien jaar getrouwd was en kinderen kreeg. Zij denken dat zijn boze en stille periodes bij zijn karakter horen. Maar sinds het incident is hij veranderd. Hij kan soms nachtenlang niet slapen. Een kleine gebeurtenis kan hem volledig uit zijn evenwicht brengen. Dan wordt hij woedend of trekt hij zich terug in zichzelf.

Correspondentie en bevestiging

Ter verificatie van het verhaal van Ronald Vreeburg had de Volkskrant inzage in correspondentie en sprak de krant met drie (voormalige) medewerkers van defensie. Allen wisten van het misbruik en bevestigen er niets aan te hebben gedaan. Volgens de mannen komt dat mede doordat seksueel misbruik in de jaren tachtig niet hoog op de agenda stond. Ze zeggen bovendien te hebben onderschat hoeveel impact de gebeurtenis op Vreeburg zou hebben.

De namen van de vijf beschuldigden zijn om privacyredenen met een initiaal aangeduid. Slechts een van hen reageerde op vragen van deze krant. Hij zegt zich niets van het incident te kunnen herinneren.

Na vragen van deze krant aan de groepsgenoot van Vreeburg die nu bij de MIVD werkt, is de zaak binnen defensie besproken. In een aangetekende brief aan Vreeburg schrijft de MIVD'er: 'Ik begrijp je wrok. Ik wil je graag helpen en heb hetgeen je is overkomen binnen Defensie aan de orde gesteld. Dit heeft Defensie de ogen doen openen waardoor er mogelijk openingen zijn om jou in ieder geval hulp te bieden. Ik kan je garanderen dat de juiste personen op dit moment aandacht voor de zaak hebben.'

Via een mail meldt hij zich af bij zijn oud-groepsgenoot van Alpha 8, de MIVD'er die de reünie organiseert en van wie hij vermoedt dat hij van het misbruik weet. 'In 1982 ben ik door een aantal lui seksueel misbruikt, zeg maar rustig verkracht al klinkt dat raar als dat bij een man gebeurt. Lui, waaronder jouw mede-organisator, die op deze reünie aanwezig zullen zijn', schrijft hij.

Zijn mail eindigt met een wens. 'Aangezien jij gevraagd hebt of ik ergens behoefte aan heb, dan zeg ik ja', schrijft hij, reagerend op de uitnodiging. 'Ik heb, 33 jaar na dato, nog steeds de behoefte dat degenen die me dat hebben aangedaan daarvoor ter verantwoording worden geroepen.'

De organisator van de reünie antwoordt een dag later. 'Beste Ronald', schrijft hij. 'Natuurlijk begreep ik vanaf het moment dat ik contact met je probeerde te zoeken dat dit een punt van zorg was. (...) Misschien hoopte ik dat het gebeurde ook bij jou ver genoeg was weggezakt maar door jouw mail realiseer ik mij nu dat dit een zeer naïeve gedachte is. Ik realiseer mij ook dat ik door het leggen van deze contacten oude wonden heb opengereten.

'Nu ik alles in gedachte terughaal en het nog eens overdenk, draait mij de maag om. (...) Ik heb nooit geweten dat je e.e.a. gemeld hebt en dat het kader e.e.a. onder het tapijt heeft geveegd. Ze zullen wel bang geweest zijn voor de gevolgen van een (huishoudelijk) onderzoek. Maar dat is een aanname.

'Ik denk dat alle pelotonsleden kennis droegen van de zaak en dat een groot aantal in het gebouw waren toen het gebeurde. Toen is er niet ingegrepen om dit te voorkomen en later heeft niemand (voor zover ik weet) de moed genomen om je te steunen. Ook ik niet. Na 33 jaar extra levenservaring geeft mij dat een heel slecht gevoel.

'Ik ben het met je eens als je zegt dat het een moeilijke en pijnlijke zaak wordt e.e.a. bespreekbaar te maken. Ik heb ook geen idee of de 'plegers' van toen enige vorm van berouw zullen tonen.' (...)

'Of er nog recht te halen is weet ik niet', schrijft de MIVD'er. 'Misschien bij de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht.'

Melding

Nog dezelfde dag regelt Vreeburg een afspraak met de inspecteur-generaal. 'Ik hoopte dat het toch nog zou kunnen, dat er alsnog gerechtigheid zou komen.' Tijdens het gesprek is de inspecteur-generaal meelevend, maar als het moment van misbruik ter sprake komt krijgt Vreeburg het te kwaad. 'Ik zei: ik moet nu even naar buiten, het water loopt van m'n lijf.'

Na afloop krijgt hij te horen dat de zaak is verjaard. 'De man zei dat hij wel een gesprek met de daders kon regelen, maar daar had ik geen behoefte aan. Verder kon hij niets voor me doen.'

Toch geeft hij niet op. In september 2015 maakt hij een afspraak in Badhoevedorp met de zedenafdeling van de marechaussee, de militaire politie. 'Ik wilde in ieder geval dat er een officiële melding zou komen van mijn zaak. Dat mensen binnen defensie weten wat me is overkomen.'

Foto Lenny Oosterwijk

Maar een kwartier voor de afspraak, als Vreeburg al op de A5 bij Schiphol rijdt, belt de marechaussee af. 'Er was wat tussengekomen, zeiden ze, en ze zouden nog contact opnemen. Ik heb de auto stilgezet en voor me uitgekeken. Ik was verslagen en dacht: wat kan er bij de zedenafdeling nou belangrijker zijn dan een zedenzaak?'

Even later stuurt hij een sms'je. 'Dag mevrouw', staat er. 'Doet u vanmiddag maar geen moeite meer. U hebt geen idee hoe hoog de drempels voor mij zijn die ik momenteel bedwing. Destijds ben ik door het kader in de steek gelaten en zo voelt dat nu weer.'

Hij zegt nooit meer iets van hen te hebben gehoord. Als hij thuiskomt, is hij zo boos dat hij alles aan zijn huidige vriendin vertelt. Voor het eerst.

Prettige Kerst

Met horten en stoten doet Ronald Vreeburg zijn verhaal, op de vierde etage van zijn flat in Den Haag. Naast hem zit zijn vriendin. Soms pakt ze zijn hand.

Op een van de foto's wijst hij opnieuw de man aan die hem seksueel misbruikte terwijl de anderen hem vasthielden. 'R., zegt hij. 'Hij werkt bij het ministerie van defensie.' Ook de namen van de anderen somt hij moeiteloos op: 'M., J., P. en R.'

Op dezelfde foto staat ook zijn groepscommandant. Vreeburg laat het mailtje zien dat hij eind 2015, vlak voor Kerst, van de man ontving, maanden na de reünie. 'Namens deze weg wensen wij jullie prettige feestdagen en een goed en gezond nieuw jaar toe. Jammer dat je niet op de reünie was, maar hopelijk een volgende keer', staat er.

Uit het album dat Ronalds moeder voor hem heeft samengesteld: foto's uit zijn tijd op de Koninklijke Militaire School in Weert. De belagers staan niet op deze foto's. Foto Marlena Waldthausen

Hoe is het mogelijk, denkt hij. De man die zijn misbruikmelding negeerde wenst hem nu een prettige Kerst?

Wat hij niet weet, is dat hij op de reünie onderwerp van gesprek is geweest. Zijn afmelding heeft ertoe geleid dat jaargenoten het misbruik en de voor Vreeburg verstrekkende gevolgen ter sprake hebben gebracht. Een van de oud-soldaten vertelt aan de Volkskrant dat er door verschillende daders 'lacherig over werd gedaan'. Ook de oud-groepscommandant hoorde daar hoeveel invloed het misbruik op Vreeburg heeft gehad. Hij wist niet wat te doen en besloot een kerstgroet te sturen waarin hij de hoop uitsprak Vreeburg op een volgende reünie wel te kunnen ontmoeten.

Hardop leest Vreeburg het antwoord voor dat hij diezelfde dag nog schreef. 'Het kader, waaronder u meneer (...), sloot hier destijds zijn oren en ogen voor, wilde er duidelijk bewust niets mee doen en stuurde mij weg. Ik worstel hier al ruim 33 jaar in meerdere of mindere mate mee.

'En nee, ook een volgende keer zal ik er niet bij aanwezig zijn', schreef hij over de reünie. 'En nee, ook zit ik niet op excuses te wachten. Het enige waar ik 33 jaar na dato nog voor opensta, is alsnog gerechtigheid.'


Reactie Defensie

'Het beschreven voorval is volledig in tegenspraak met de gedragscode en waarden van de krijgsmacht. Het vermeende voorval dateert van ruim 30 jaar geleden. Het tijdsverloop maakt een reconstructie van de feiten ook lastig.

'Wat uit uw vragen (van de Volkskrant, red.) valt op te maken, is dat er door het slachtoffer destijds geen aangifte is gedaan bij de Koninklijke Marechaussee. Daardoor heeft er ook geen strafrechtelijk onderzoek plaatsgevonden. Aanranding kan namelijk alleen strafrechtelijk worden onderzocht als er aangifte is gedaan. Op basis van de melding bij de commandant had hij destijds ook een eigen onderzoek moeten starten. Het is onbekend waarom dit toen niet is gebeurd.

'In juli 2015 wendde meneer zich tot de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht (IGK). Daarop heeft een gesprek plaatsgevonden tussen hem en een medewerker van de IGK. Er is hem toen ondersteuning aangeboden. Daar is hij niet op ingegaan. Daardoor heeft het gesprek geen vervolg gekregen.

'Defensie wil hem vanzelfsprekend nog steeds ondersteunen. Daarom wordt opnieuw contact gezocht met hem, om te horen waar hij behoefte aan heeft. Als hij behoefte heeft aan een gesprek met een bedrijfsmaatschappelijk werker, vertrouwenspersoon of psycholoog maakt Defensie dit mogelijk. Additionele acties worden op dit moment verder onderzocht.

'Defensie is geen feilloze organisatie. Daarom zijn waarborgen ingebouwd om de risico's op integriteitsschendingen te minimaliseren en wanneer ze toch plaatsvinden goed op te pakken. Zo heeft Defensie bijvoorbeeld sinds 2010 een Centrale Organisatie Integriteit, krijgt integriteit in de opleiding van militairen aandacht en is er een vernieuwd registratiesysteem voor meldingen van integriteitsschendingen. Ook is er voor medewerkers die ongewenst gedrag ervaren sinds eind jaren 90 een netwerk van inmiddels 500 vertrouwenspersonen. Integriteit vereist continue aandacht.'


Reactie Groepscommandant

In juni 1982 heeft soldaat Ronald Vreeburg bij u gemeld dat hij door vijf andere soldaten was misbruikt. Wat heeft u met die melding gedaan?
'Het zou best kunnen dat Ronald Vreeburg het misbruik heeft gemeld, maar ik kan het me niet meer herinneren. Als er zo'n melding is geweest en hij is daarmee afgescheept, wat in die tijd wel vaker voorkwam, dan heeft hij waarschijnlijk niet verder doorgezet. In die tijd was het allemaal een taboegebeuren.'

Was het destijds gewoonte bij defensie om dergelijke meldingen weg te stoppen?
Ik denk wel dat het dertig jaar geleden zo was, het was een ver-van-mijn-bedshow. Op de reünie hoorde ik dat Vreeburg er nog erg mee zit, daar schrok ik erg van. Maar blijkbaar wil hij geen excuses. Dan denk ik: wat wil je dan wel?'

Hij wil alsnog gerechtigheid. Destijds is zijn melding in de doofpot gestopt en nu is de zaak volgens de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht verjaard.
'Het is jammer dat de hoge jongens binnen defensie zich afkopen door te spreken over dat verjaringsgebeuren. Het is ook jammer dat hij het destijds niet hogerop heeft gezocht. Ik kan me best voorstellen dat we er in die tijd lacherig over deden. Als het uit was gekomen hadden we wel voor aap gestaan.'

Vindt u dat de daders alsnog moeten worden gestraft?
'Misschien moet er een onderzoek naar de zaak komen. Maar ik vind dat erg lastig. Je breekt een heleboel dingen open misschien. Als dit in de openbaarheid komt zullen ze zich te barsten schamen.'

Mannen ervaren misbruik vaak als ontgroening

Oud-militair Ronald Vreeburg doet openlijk zijn verhaal, omdat hij hiermee het zwijgen binnen defensie over seksueel misbruik wil doorbreken. Hij hoopt dat zijn belagers alsnog worden aangesproken op of bestraft voor hun gedrag. Hij roept andere slachtoffers bij defensie op ook hun verhaal te doen, zodat er binnen de organisatie iets kan veranderen.

Seksueel grensoverschrijdend gedrag komt bij de Nederlandse krijgsmacht vaker voor dan in veel andere organisaties, blijkt onder andere uit het rapport Ongewenst gedrag binnen de krijgsmacht van de commissie-Staal uit 2006. Staal deed dat jaar onderzoek na beschuldigingen door een vrouwelijke matroos van aanrandingen en verkrachtingen op het fregat Tjerk Hiddes.

Over seksueel misbruik van vrouwelijke militairen is in binnen- en buitenland verscheidene malen gerapporteerd. Zelden zijn onderzoeken echter specifiek gericht op misbruik van mannen. Dat onderwerp lijkt een taboe. In Amerika en Engeland is de afgelopen jaren niettemin gebleken dat seksueel misbruik van mannen in het leger veel vaker voorkomt dan werd aangenomen.

In 2014 verscheen een onthullend onderzoek in opdracht van het Pentagon, waaruit bleek dat in het Amerikaanse leger jaarlijks meer mannen dan vrouwen slachtoffer worden van seksueel misbruik: 52 procent van de slachtoffers is man. Jaarlijks komt dat neer op 10.600 mannelijke slachtoffers. 'Bij eenderde van de mannelijke slachtoffers was sprake van penetratie', zegt onderzoeker Andrew Morral van onderzoeksbureau Rand.

Morral ontdekte opvallende verschillen tussen misbruik van mannen en vrouwen in het leger. 'Mannen worden vaker misbruikt door een groep', zegt hij. 'En de kans is groter dat het meerdere malen gebeurt.

'Slechts een klein deel van de slachtoffers doet volgens hem een officiële melding. 'De meeste mannen willen hier niet over praten. Ze zijn bang voor een stigma. Ze zijn bang dat hun collega's in het leger hieruit concluderen dat ze homoseksueel zijn; onder hen heerst de onterechte gedachte dat een hetero niet kan worden verkracht.

'Mannelijke slachtoffers ervaren het misbruik vaak niet als een seksuele daad, maar als ontgroening', zegt Morral. Het gaat over macht, over vernedering, over controle. 'Ik heb verhalen gehoord over eenheden waar elke nieuwe mannelijke soldaat eerst werd neergeslagen in de douche en vervolgens een voorwerp in zijn anus kreeg geduwd. Dat moesten ze ondergaan om erbij te horen. Die mannen vonden het een vreselijke ervaring, maar bij veel van hen kwam het idee niet op dat er sprake was van seksueel misbruik.'

Binnen de Nederlandse krijgsmacht is nooit specifiek onderzoek gedaan naar seksueel misbruik van mannen. De gesloten cultuur binnen defensie, die in menig onderzoek wordt beschreven, draagt er ook aan bij dat de bereidheid van slachtoffers om melding te doen zeer gering is. Wie zijn mond opendoet wordt gezien als een verrader en loopt een reële kans om slachtoffer te worden van pesterijen, buitensluiting of tegenwerking in het vervolg van de carrière.

Heeft u informatie over seksueel misbruik binnen defensie, of wilt u uw verhaal kwijt, dan kunt u contact opnemen met de auteurs via onderzoek@volkskrant.nl of 06-15003958. Wij publiceren niks zonder uw toestemming. Ook kunt u kijken op de pagina 'Tip de Volkskrant' voor manieren waarop u - al dan niet anoniem - uw verhaal kunt doen.