Rommelen in buitenlandse politiek: de VS kunnen er zelf ook wat van

Rusland heeft volgens de CIA geprobeerd de Amerikaanse verkiezingen te beïnvloeden. Aan de andere kant heeft Amerika een geschiedenis van rommelen in de politiek van andere landen.

Beeld Carolyn Ridsdale / de Volkskrant

Het verdeelt Washington tot op het bot. Hebben de Russen zich gemengd in de presidentsverkiezingen, zoals de Central Intelligence Agency (CIA) zegt? Door emails van de Democraten te hacken in de hoop dat Poetin-vriend Donald Trump zou winnen? Maar verbaasd hoeven de Amerikanen niet te zijn. Want als één land heeft gerommeld in de politiek van andere naties, zijn het de VS wel. En uitgerekend de CIA speelde vaak een hoofdrol.

Italië

De moeder van alle verkiezingsinmengingen door de Amerikanen vond in 1948 plaats in Italië. Daar genoten de communisten vlak na WO II grote populariteit, onder meer door hun verzet tegen Mussolini en de Duitsers. Ze zaten vanaf de bevrijding in 1944 in de regering. En ze kregen bakken geld van de Sovjets, die Italië zagen als strategische poort naar West-Europa. Een paar jaar later leken ze opnieuw een electorale overwinning binnen te slepen. Daar móést de pas opgerichte CIA wat tegenover stellen, zei de voormalig buitenlands agent Mark Wyatt toen hij in 1995 bij CNN terugblikte. Hij legt uit hoe de CIA, na overleg tot op het hoogste niveau, toestemming kreeg om stiekem miljoenen aan de christendemocraten en andere pro-Westerse partijen beschikbaar te stellen. En die wonnen de verkiezingen. 'Erg opwindend', aldus Wyatt. 'We hebben deze slag gewonnen, en er zullen nog vele volgen, dachten we.'

Iran

De Koude Oorlog speelde ook een rol bij de bemoeienis van de VS met Iran, maar de cruciale factor lijkt een andere: olie. Deze inmenging markeert het begin van de intensieve Amerikaanse bemoeienis met het Midden-Oosten, nog lang voor het tijdperk van de fundamentalistische islam en de ayatollahs. De in 1951 democratisch verkozen premier, Mohammad Mossadeq, voerde 'linkse' maatregelen door, zoals verbeterde sociale zekerheid. Wat hij ook deed, was het nationaliseren van (deels Westerse) oliebedrijven. Daarop regisseerde de CIA, met de Britse geheime dienst MI6, in 1953 een coup. De populaire Mossadeq werd afgezet, in de cel gesmeten en vervangen door generaal Faziollah Zahedi. Zestig jaar later bleek officieel uit vrijgegeven CIA-documenten dat dit plan was 'ontwikkeld en goedgekeurd op de hoogste niveaus van de (Amerikaanse) regering'.

Guatemala

De CIA had nu de smaak te pakken. Een jaar na Iran herhaalde de dienst het trucje in Guatemala. Hier zette ze een heimelijke operatie op touw om de democratisch verkozen president Jacobo Árbenz te vervangen door de militaire dictator Carlos Castillo Armas. De CIA betaalde, bewapende en trainde een legertje van een paar honderd man, en die maakten een einde aan de democratie. Die bestond nog maar kort, sinds de Guatemalteekse Revolutie uit 1944, toen het volk de - ook door de VS gesteunde - dictator Jorge Ubico de laan wees. Tien jaar van sociale maatregelen verder, waaronder het invoeren van een minimumloon, werden bepaalde kringen in het land steeds zenuwachtiger. Zoals van het idee om kleine boeren een stukje land te geven en ze te verlossen van de schuldslavernij, die ze dwong om voor vrijwel voor niks te werken. Het Amerikaanse bedrijf United Fruit Company, rijk aan bananenplantages in het land, vond het maar niks, en de Amerikaanse regering ook niet.

Indonesië

De bekende Amerikaanse domino-theorie hield in dat als communisten zich een plek zouden verwerven in een land in Zuidoost-Azië, allerlei buurlanden automatisch zouden 'omvallen' en in de invloedssfeer van China en de Sovjet-Unie zouden raken. Om die reden voerden de VS de oorlog in Vietnam, waar ze zich uiteindelijk moesten terugtrekken. Minder bekend en succesvoller is de inmenging in Indonesië, waar de Amerikanen vonden dat president Soekarno te veel ruimte liet aan de PKI, de Indonesische communistische partij. In de voormalige Nederlandse kolonie greep de CIA terug op de methode uit Italië: financiële steun. Door de gigantische inflatie van de roepiah kostte dat in dollars niet eens zoveel. Het geld ging naar de groep rond generaal Soeharto, die de macht zou overnemen. En dat terwijl deze kringen een ware slachting aanrichtten onder (vermeend) communistische landgenoten, met naar schatting een half miljoen doden, wat buiten Indonesië relatief onbekend bleef tot de film The Act of Killing uit 2012.

Chili

De Verenigde Staten beschouwen Latijns-Amerika zo'n beetje als hun achtertuin, en zijn er al sinds de negentiende eeuw op gespitst dat landen op het westelijk halfrond de VS gunstig gezind zijn. Extra beven dus als de politiek daar gaat experimenteren met het socialisme, zoals de Chileense president Salvador Allende deed, door sommige takken van de industrie te nationaliseren. Generaal Augusto Pinochet pleegde op 11 september 1973 een staatsgreep waarbij Allende om het leven kwam. Officieel door zelfmoord, maar velen zijn ervan overtuigd dat hij door de coupplegers om het leven is gebracht. Bewijs dat de CIA de staatsgreep actief steunde is dunnetjes, maar de dienst heeft wel geholpen om het 'klimaat' te bewerkstelligen dat tot de coup leidde, zo is de concensus. De gevreesde dictator Pinochet liet zo ongeveer iedereen met linkse sympathieën oppakken, meer dan honderdduizend mensen, van wie zo'n drieduizend het leven lieten. Allemaal zonder de steun van het Witte Huis te verliezen.

In De andere kant wordt wekelijks een actuele kwestie ondersteboven gehouden of binnenstebuiten gekeerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.