Romeo

Donald Duck bestaat vijftig jaar. Groot feest in de Groenoordhallen in Leiden...

Martin Bril

Wij erheen, dochter en ik.

Dochter is tien en bijna elf. Ze is helemaal in Donald Duck. Kun je nog zo vaak zeggen dat ze het verzameld werk van Astrid Lindgren moet lezen, of de Scheepsjongens van Bontekoe, ze stort zich liever in het vrolijk weekblad.

Op zaterdag komt ie, de Duck.

De brievenbus kleppert, daar ligt ie op de mat.

Mijn eigen weekblad was ooit de Pep. Die kwam op dinsdag, samen met de Libelle voor mijn moeder. De bladenman kwam ze brengen. Hij reed in een Eend-bestel en belde aan. Hij droeg een alpinopet, ééns in de zoveel tijd trok hij zijn grote beurs om het abonnementsgeld te innen.

De Pep.

De beste verhalen bewaarde je voor het laatst. Luitenant Blueberry. Olivier Blunder. Agent 327 van Martin Lodewijks. De Pep was perfect in de herfst. Dan kon je hem lezen als het al donker was. De verhalen werden daar beter van. Later ging de Pep samen met concurrent Sjors op in een nieuwe titel: de Eppo. Dat blad bestond niet lang.

Tsja.

Het viel nogal tegen in de Groenoordhallen. Bezoekers genoeg en herrie zat - je zou het een inferno kunnen noemen. Enorme hallen met boven de duizenden hoofdjes een dikke walm van suikerspinnen, worstenbrood en popcorn. Maar om nu te zeggen dat hier Duckstad was nagebouwd, wat het weekblad maandenlang in haar kolommen had beloofd; nee - dat niet. Genoeg te doen, desondanks - Donald Duck-films kijken, Donald Duck bodywarmers kopen, Donald Duck-tv-shows bijwonen, Donald Duck-covers bekijken in het Donald Duck-museum. Oftewel: rondsjokken, consumeren en wachten. Zelfs mijn dochter had het snel gezien.

Maar er waren ook optredens, van Romeo bijvoorbeeld, vier zwarte jongens uit Rotterdam die prachtig konden zingen, wat zeg ik - soulvol.

Dochter stond vooraan.

Ik zag haar zelfs meedeinen en keek beleefd de andere kant op, want zo hoort het, geloof ik, gêne moet vermeden. Maar trots was ik ook natuurlijk.

En later stond ze weer vooraan, toen de jongens handtekeningen uitdeelden in een kraam waar je ook hun nieuwste single, The answer is yes, kon kopen. Leuke gasten trouwens, met zonnebrillen, bodywarmers, baggy broeken, vette ringen. Met alle meisjes die voorbijschoven maakten ze een praatje.

Met honderden meisjes.

Of eigenlijk: kinderen.

Hoewel; als ze van popmuziek gaan houden, is het moment niet ver meer of ze zijn geen kind meer en moeten ze zich bezighouden met het verschil tussen jongens en meisjes, om niet te zeggen dat de liefde voor popmuziek vrij precies aangeeft wanneer de onbekommerde kindertijd voorbij is. Dat er popmuziek voor vier-jarigen wordt gemaakt heeft dus iets angstaanjagends.

In de auto terug gaf ik mijn elfjarige college over rhythm & blues, het genre dat aan de basis ligt van de muziek die de jongens van Romeo maken. Het boeide haar niet echt. Liever keek ze dromerig naar het Hollandse landschap dat voorbij gleed. Romeo zong.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden