Romeinse tijd moet uit de klei

Het Romeinse verleden van Nederland ligt onder de grond, onzichtbaar. Dat moet veranderen, vindt een initiatiefgroep. 'We hebben zoveel aan de Romeinen te danken.'

UTRECHT - Op de binnenplaats van het Utrechts Centrum voor de Kunsten op het Domplein wrikt Theo van Wijk, architect en voorzitter van de Limes-initiatiefgroep, een oud luik open. Een aluminium ladder leidt naar een donker keldergat waarin een stuk van de oude vestingmuur te zien is van een Romeins castellum, een verdedigingsfort waarvan er in de tweede eeuw zo'n vijftien langs de Rijn hebben gestaan.


'Toen ik deze muur zag, dacht ik: waarom laten we dit niet aan burgers en toeristen zien?', zegt Van Wijk. Archeologen die de muur in 1949 ontdekten, besloten het kelderluik af te sluiten om de vondst zo goed mogelijk te conserveren.


Het Romeinse verleden ligt in Nederland goed verstopt onder een dikke laag rivierklei. En onbekend maakt onbemind, zegt Cees Van Rooijen, archeoloog bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het Romeinse verleden moet onder toeristen net zo populair worden als de grachtengordel en de Gouden Eeuw.


Een initiatiefgroep bestaande uit archeologen, musea en erfgoedhuizen wil daarom de grens van het Romeinse Rijk, de zogeheten limes, die in Nederland onder de grond ligt, weer onder de aandacht brengen. Donderdag presenteerde de groep haar advies aan de gedeputeerden van de provincies Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland, waar de limes dwars doorheen loopt. Zo worden zes knooppunten langs de grens aangewezen en komt er een jaarlijkse themaweek. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed trekt 500 duizend euro uit voor het project, de drie provincies willen dit bedrag verdubbelen.


De visioenen zijn eindeloos. Met het hele gezin op Romeinencruise. Van de Muur van Hadrianus in Schotland over de Rijn naar de Zwarte Zee, langs de vergeten grensposten van het Romeinse Rijk. Als het aan de initiatiefgroep ligt, kunnen toeristen in de toekomst ook in Nederland het Romeinse verleden herontdekken.


Om het grote publiek enthousiast te maken voor de limes, zou de grens in 2018 een plaats moeten krijgen op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Die schrijft voor dat het erfgoed bekendheid heeft onder de lokale bevolking. 'In het verdrag van Malta staat dat we archeologische vondsten dienen te beschermen én beleven. In Nederland is aan dat laatste lange tijd weinig aandacht besteed,' zegt Van Wijk.


De scheidslijn tussen archeoloog en architect is inmiddels verleden tijd. Archeoloog Cees van Rooijen werkt vanuit de overheid mee aan het plan om de limes tot werelderfgoed te maken. 'De Oudheid is in Nederland vergeten, bij de hunebedden houdt het wel zo'n beetje op,' zegt hij. 'Maar we hebben zoveel aan de Romeinen te danken.'


Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap besloot een aantal jaar geleden dat meer bijzondere plekken en bezienswaardigheden een plaats zouden moeten krijgen op de beroemde Unescolijst. 'Er zijn toeristen die reizen van de ene Unescobestemming naar de andere', zegt Van Rooijen.


In Duitsland en Groot-Brittannië, waar de limes ook doorheen loopt, is de grens al werelderfgoed. Een groot verschil is dat trekpleisters als de Muur van Hadrianus in Schotland boven de grond staan en zogeheten re-enactment groups de Romeinse tijd nieuw leven inblazen. In Nederland moeten toeristen het doen met een grenspaal of wegmarkeringen in de vorm van Romeinse helmen op het fietspad. De Beemsterpolder en de grachtengordel in Amsterdam staan al op de Werelderfgoedlijst.


'Een voorwaarde voor Unesco is dat het erfgoed zichtbaar is en dat leeft het onder de mensen', zegt Van Rooijen. Die taak staat de initiatiefgroep nu te wachten. 'De overheden verstrekken een geweldige aanjaagsubsidie voor drie jaar', zegt Theo van Wijk. De ondernemers uit het culturele veld rekenen verder op de hordes dagjesmensen en toeristen die de Romeinen straks weer weten te vinden.


Rijn was driehonderd jaar lang bovengrens Romeinse Rijk

Vanaf de eerste eeuw voor Christus bevolkten de eerste Romeinen onder leiding van Julius Ceasar een groot deel van West-Europa. In Nederland kwamen ze niet veel verder dan de Rijn, die driehonderd jaar de bovengrens vormde van het Romeinse rijk. De Romeinse limes vormde daarbij een verdedigingslinie om volkeren als de Friezen op afstand te houden. In de vierde eeuw na Christus vielen de Franken het rijk binnen en brokkelde het Romeinse Rijk langzaam af. De Romeinen lieten ons onder meer een aantal castella of verdedigingsforten na, waaromheen later steden als Nijmegen, Utrecht en Maastricht zijn gesticht. In De orgine et situ Germanorum schreef de Romeinse schrijver Tacitus (56-117) over het gebied ten noorden van de Rijn: 'Het terrein is er woest, het klimaat is ruw; het leven en landschap somber. Hier kom je alleen indien het je vaderland is.' Tacitus zag de Lage Landen overigens niet met eigen ogen, hij is er zelfs nooit geweest. Hij baseerde zich onder meer op overleveringen van Julius Ceasar, die beschreef hoe de volkeren ten noorden van de Rijn leefden.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden