Romeinen in Voorburg

Door

In 121 n.Chr. begon keizer Hadrianus aan zijn eerste lange reis door het noordwesten van het Romeinse Rijk. In een paar jaar tijd maakte hij een inspectietocht langs steden, forten en garnizoenen. Hij trok langs de limes, de noordgrens van het imperium waaraan de voorlopers van steden als Keulen, Nijmegen en Utrecht lagen. En waarschijnlijk, zo stelt promovendus Tom Buijtendorp, bezocht hij een stadje op de plaats waar nu Voorburg ligt (vlak bij Den Haag), en doopte hij het Forum Hadriani, Markt van Hadrianus.


De keizer nam op zijn reis zijn belangrijkste ambtenaren mee om zelf de leiding in handen te kunnen houden. Zo werd het kleine Forum Hadriani korte tijd - de keizer verbleef er waarschijnlijk niet meer dan enkele weken - het bestuurscentrum van het gigantische Rijk.


De overblijfselen van Forum Hadriani maken goed duidelijk hoe een doorsnee Romeinse stad er uit kon zien. Het plaatsje moet dan ook samen met de limes op de Werelderfgoedlijst van de Unesco komen, zo adviseert een daartoe ingestelde commissie aan het kabinet. Daarbij baseert de commissie zich mede op onderzoek van Buijtendorp, die daar aanstaande woensdag op promoveert aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.


Lange tijd zijn de overblijfselen van Forum Hadriani zijn zoek geweest: 'Aan het einde van de Romeinse tijd werd de stad verlaten', zegt Buijtendorp. De haven slibde dicht met klei en werd onbruikbaar. Al snel trokken de meeste bewoners weg.'


Het stadje raakte vergeten en eeuwenlang wist niemand meer waar het lag. 'Er was een Romeinse kaart waarop het aangegeven stond, maar die was niet heel precies', legt Buijtendorp uit. Pas in de 19de eeuw werd de stad herontdekt, door archeoloog Casper Reuvens, die er opgravingen deed. Maar toen hij in 1835, 42 jaar oud, plotseling overleed aan een beroerte, verloren archeologen de stad opnieuw uit het oog. Pas in de tweede helft van de 20ste eeuw zou Forum Hadriani in de archieven worden herontdekt.


Voor zijn dissertatie onderzocht Buijtendorp de aantekeningen van Reuvens, die hij 'de Leonardo da Vinci van de archeologie' noemt omdat hij zijn tijd ver vooruit was met de methoden en technieken die hij gebruikte. 'In Reuvens' tijd waren andere archeologen nog vooral op zoek naar schatten', zegt Buijtendorp. Woest gravend vernietigden ze waardevolle informatie over de structuur van een vindplaats. Voorwerpen die in hun ogen niet bijzonder genoeg waren, gooiden ze weg. Reuvens pakte het anders aan: 'Hij deed hoogtemetingen, waardoor hij in kaart bracht hoe de stad er driedimensionaal uitzag', legt Buijtendorp uit. 'En hij maakte profielen: verticale doorsneden van de grond waarin de lagen zichtbaar werden die in achtereenvolgende perioden waren achtergelaten. Zulke profielen zijn cruciaal voor de datering van vondsten en gebouwen.'


Met zijn systematische aanpak was Reuvens een eenling. Na zijn dood kwamen zijn aantekeningen in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden te liggen. Erg toegankelijk waren de notities niet en daarom lagen ze anderhalve eeuw te verstoffen, tot Buijtendorp ze aan een analyse onderwierp. Dertig jaar lang spitte hij ze door, naast zijn werk in de journalistiek en later het bedrijfsleven. Zonder zelf te graven haalde hij schatten aan informatie over Forum Hadriani naar boven: 'Als je die dagboeken leest, beleef je mee hoe hij stap voor stap nieuwe methoden ontwikkelde en nadacht over de betekenis van sporen in de grond: een zwarte streep in het zand, zou dat bijvoorbeeld van een oude waterleiding kunnen komen?'


Het had niet veel gescheeld of Reuvens' werk was definitief vergeten. Dat kwam door de archeoloog Jan Hendrik Holwerda, die begin 20ste eeuw opgravingen deed in Voorburg. 'Holwerda was er van overtuigd dat daar een fort lag, geen stad', zegt Buijtendorp. 'Aanwijzingen dat het wél om een stad ging, liet hij weg, al dan niet bewust.'


Zo verdween een opgravingskaart van de stadsmuur totdat Buijtendorp die recent in een oud Haags archief terugvond. Ook groef Holwerda een steen op met de inscriptie dec(urio) mun(icipii), 'gemeenteraadslid van een stad met stadsrechten', een duidelijke aanwijzing dat hij te maken had met een stad. Maar Holwerda liet de steen in zijn eindverslag onvermeld. Gelukkig werd de steen enkele decennia later teruggevonden in een depot. Inscriptiedeskundige J.E. Bogaers schreef erover en raakte op basis van deze en andere inscripties opnieuw overtuigd dat op de plaats van Voorburg ooit een Romeinse stad had gelegen.


Forum Hadriani is dus ternauwernood ontsnapt aan de vergetelheid; een lot dat veel gelijksoortige stadjes wel heeft getroffen. Archeologen besteden een groot deel van hun tijd aan uitzonderlijke locaties zoals de metropool Rome of Pompeii, waar vóór de uitbarsting van de Vesuvius vooral veel rijke Romeinen woonden. Daardoor denken we tegenwoordig bij het Romeinse Rijk sterk aan de luxe en decadentie van de rijke toplaag, betoogt Buijtendorp, en aan grote steden met veel tempels en een amfitheater: 'Veruit de meeste steden in het rijk waren veel kleiner en eenvoudiger. Forum Hadriani is met zijn duizend inwoners veel typerender voor die tijd.'


De verschillen tussen enerzijds Rome en Pompeii en anderzijds Forum Hadriani zijn groot. Romeins Voorburg was veel ruimer opgezet, met deels vrijstaande huizen en riante tuinen. Pompeii en Rome waren veel voller.


En Forum Hadriani week nog verder af: rond het vermoedelijke bezoek van Hadrianus lijken de huizen van het oorspronkelijke Romeinse stadje bewust afgebroken en in een andere richting weer opgebouwd. Buijtendorp: 'Ik denk - maar ik kan het niet helemaal hard maken - dat Hadrianus daartoe opdracht heeft gegeven. De nieuwe versie van de stad moest beter aansluiten bij het platteland en de gebruiken van de Cananefaten die er woonden. Die hadden in de loop van de geschiedenis geleerd hun huizen schuin te plaatsen op de noordwestelijke wind die er vaak woei, zodat ze daar minder last van hadden.'


Hadrianus betoonde de Cananefaten op deze manier eer, aldus Buijtendorp. Door aan te sluiten bij lokale tradities probeerde de keizer de band tussen Rome en de periferie van het Rijk te versterken.


Forum Hadriani was dus tegelijkertijd typisch en atypisch voor het Romeinse Rijk. En in de manier waarop het atypisch was, paste het precies in de wijze waarop Hadrianus veroverde gebieden een plaats wilde geven in het imperium: door een deel van de plaatselijke gewoonten over te nemen. En daarom horen bijna vergeten doorsneestadjes als Forum Hadriani ook thuis in het historisch geheugen (en dus op de Unescolijst), als tegenwicht tegen opvallende uitzonderingen als Rome en Pompeii, vindt Buijtendorp.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden